Saturday, May 19, 2007

Erika Terpstra over haar sportverleden:

Gellukig hebben we de foto's nog!


Zie ik er niet uit als een echte bad-ass hier?
Ik kom hier net uit de National Australian bank in Ayr waar ik mijn cheque heb ge-ind voor 10 uur aubergines planten. Drinkgeld. Houzee!

Sapperedosio! Purnos kunnen gewoon niet mooier!
Ik vraag me af van Milaan te zeggen heeft over deze veiligheidspakjes.

Een moment van geluk bovenaan 'Cedar Creek Falls' bij Airlie Beach.

Dames... Dit is waarom mascara een slecht idee is als je gaat zwemmen!
hihi

Mag ik u presenteren...
De Milla Milla waterval!

De voormalige kapper van Geert Wilders:

Gelukkig hebben we de foto's nog!


Tiziana, mijn italiaanse schone.

Kangeroes in Cooktown. Een hele hoop.
Niet te verwarren met wazaroos. Die liggen dood langs de weg.
(Was-a-(kanga)roo. Een typisch voorbeeld van australische humor)

Deze is voor Maarten. De oudste vuurtoren in Australie.
Vanaf dit punt heeft Kapitein Cook ooit uitgekeken over australie en gedacht: 'Waar ben ik aan begonnen!?'

Een zonsondergang in Port Douglas.
Mijn blote voetjes vangen de laatste straaltjes op.

Een sirene in de Mossman Gorge, bij Port Douglas.

Friday, May 18, 2007

Zoals ze in Abu-Graihb zeggen:

Gelukkig hebben we de foto's nog!

Ja ja... het is me eindelijk gelukt om mijn foto's op een CD te branden. Hoera voor apple-computers en ifoto! Bij deze, voor jullie kijkplezier: De foto's! Deze zijn van mijn rit van Cairns naar Darwin. 3000 kilometer rijplezier.


Hier poseer ik voor een termietenhoop van zo'n twee meter hoog.
Als het geregend heeft maken termieten deze kastelen van de modder.
In de zon wordt de klei dan weer hard gebakken.
Van binnen zijn ze hol.
Aboriginals gebruiken deze termietenhopen soms als ovens.


Een echt 'pas op voor kangeroes' verkeersbord.
En geen grappen, ze springen regelmatig vlak voor de auto.
Ik heb er gulikkig geen een geraakt, maar het scheelde soms niet veel.


Een hobbelige, rode weg.
170 kilometer rijplezier over deze weg.


Net een begraafplaats nietwaar?

Dit lome beest wist in zijn eentje een groep van 8 japanners uit het water te jagen.

Wednesday, May 16, 2007

Situatie: Pet!

Eergisteravond aangekomen in Darwin.

Het was een lange rit. Vijf dagen 'on the road'. Overnachten in gehuchten waar op het naambord 'population 360' staat. Zelfgemaakte rum drinken met de lokale bevolking. Groepen aboriginals die 's avonds compleet dronken zijn en in de ochtend in groepjes onder een bomen zitten, voor zich uit starend. Erg triest. Alcoholisme is de norm in deze kleine dorpjes.

Op mijn auto plakt een dikke laag stof en klei. De voorruit is plakkerig van de insecten die er op zijn gevlogen. Op mijn koplampen zitten bloedspetters van vogels die op het verkeerde moment de weg overstaken. Alles is stoffig en plakkerig.

Ik heb veel plezier met mijn reisgenoten. Jenni is een finse die 31 jaar oud is en Kalle een reusachtige fin van 28 jaar oud. Jenni is een echte rasreiziger. Kalle duidelijk niet. Kalle is een softwaredesigner en rasnerd. Jenni houdt van drank en plezier en het goede leven. Het is een vreemde combinatie, maar we hebben een hoop plezier met zijn allen en dat is wat belangrijk is.

En dan mijn reisnieuws: Ik heb mijn reisbureau ingeschakelt. Ik heb gebeld. Menno is naar Gulf Air Amsterdam geweest... Ik heb alles gedaan wat in mijn macht ligt om iets te regelen en het komt allemaal hier op neer: Als ik iets wil regelen, wat dan ook, dan moet ik dat in Sydney doen. Een restitutie van het geld is onwaarschijnlijk en ik krijg in ieder geval geen cent voordat ik naar Sydney ga. Dus.... Ik moet naar Sydney. Jippie de fucking pippie!

Ik ben pissig en ik moet mijn plannen aanpassen. Misschien zit Thailand er niet eens meer in! Drommels drommels drommels! Potjakkerdekakkie! Poep! Verdullemekke! Duizend bommen en granaten! De kaffers!

Maar goed.
Nu ga ik zwemmen in een beeldschone waterval om mijn gemoed te bedaren.

Monday, May 14, 2007

Weg

In de stoffige hitte van mijn rode vehikel stuiven we over de weg. Een witte wervelwind achtervolgt ons. Een geel verkeersbord waar 'Dip' op staat. Ik vertraag wat. Een diepe kuil hakt een driehoek uit de weg. Ik schiet omhoog in mijn stoel als de voorkant van de auto weer omhoog vliegt aan de andere kant van de kuil. En we gaan weer verder. Ik achtervolg een zandstorm die de lucht voor ons wit kleurt. In de achtervolging maak ik er zelf ook een. Stof vliegt de auto in, met de ramen open of dicht. We rijden in stof. Het ruikt droog, kleiachtig en vagelijk naar as. Ik ruik het de hele dag lang.

Een vlucht zwart-wit gekleurde volgels vliegt de weg over. Er zijn veel vogels. Zwermen roze-rode papegaaien, reusachtige reigerachtige vogels. Havikken. Kraaien die de ingewanden uit aangereden kangeroes pikken. Meestal zie je ze van verre aankomen. Deze vlucht besluit ineens om over de weg heen te vliegen. -Pok!- -Ploing!- -dof!- Een donsveertje plakt op de voorruit. Drie of vier vogels liggen dood op de weg, inmiddels 50 meter achter ons. Shit.

We slippen door een modderpoel van zwarte klei. Naar links en rechts slippend komen we langzaam verder, zonder echt grip te krijgen op de weg. Enorme kloeten modder vliegen omhoog achter ons. De motor schreeuwt en we slippen tergend langzaam van de weg af.

Een strip asfalt splijt het landschap in twee gelijke delen. Gras aan beide kanten. Nergens een boom, plant of dier te verkennen. Het land is plat. Zover het oog reikt en verder, is er niet anders dan dit gras. In de verte druppelt de blauwe hemel over de weg heen. Een plas lucht ligt op de weg aan de horizon en ik rij er naartoe. Door het niks richting de leegte.

Rode termietenhopen staan als grafzerken langs de weg. De muziek die we net hebben opgezet doet een dappere poging om gehoort te worden, maar wordt weggeslagen door het gerammel van de auto die over dikke, rode stenen heen hobbelt. Het lawaai is oorverdovend. We stoppen de auto. Stilte. We staan in een land waar termieten regeren. Ze zitten verborgen in hun zandkastelen, wachtend op de nacht. Stilte.

Dan donderen we weer verder.