Ik was enigzinds verbaasd toen ik, al rijdend over de A1 richting Mackay, een verkeersbord zag met Tired drivers crashzone next 10km en een plaatje van twee auto's die op elkaar in botsen er op. Was het de bedoeling dat vermoeide bestuurders hier op elkaar in reden? Was het een waarschuwing dat men in de komende 10 kilometer extra vermoeid was? Niet lang had ik om een plausibel antwoord te bedenken want een reusachtig bord schreeuwde om mijn aandacht.
SURVIVE THIS DRIVE!
Ehm... ok.... Dat was het plan ja. Was dit bord hier om mij te motiveren om niet suicidaal te rijden? Ik kreeg er niet bepaald een 'Tsjakka!-gevoel' van.
Het volgende, nog veel grotere, verkeersbord, maakte de boodschap duidelijk.
REST OR R.I.P. stond, op de achtergrond van een hoofdkussen, geschreven.
TIRED DRIVERS DIE was de boodschap van het volgende bord.
Break this drive, stay alive
Stop, Revive, Survive
Feeling sleepy? Take a rest!
Don't drive and sleep!
Blijkbaar is slaperigheid het grootste verkeersprobleem in Australie. Talloze verkeersborden met deze en soortgelijke berichten sieren de zijkant van de snelweg. Ik vraag me af hoe het komt dat men voor deze campagne geld voor heeft weten los te peuteren, maar dat een normaal verkeersbordensysteem waar je, bijvoorbeeld ,op zou kunnen navigeren, nog steeds in een verre toekomst ligt.
Tired drivers crashzone, next 70k
Ik gaap terwijl ik dit megalomane verkeersbord passeer.
Friday, March 16, 2007
Monday, March 12, 2007
Als we niet geholpen worden, komen we hier nooit meer weg
(lees eerst het verhaal hieronder en... excuses voor de grove taal. Ik doe dat jullie tere hartjes liever niet aan, maar geloof me..... ik heb VEEL erger moeten doorstaan vandaag)
Ik wordt om zes uur in de ochtend wakker door de opkomende zon. Een half uur lang probeer ik iemand aan te houden om me te helpen, zonder succes. De autodokter die gisteravond naar mijn auto heeft gekeken, heeft me verteld dat ik waarschijnlijk een kilometer zou kunnen rijden voordat mijn auto weer een uur zou moeten afkoelen. Een kilometer is meer dan geen kilometer. Ik start de auto. Na een halve minuut begint de temperatuurmeter op mijn dashbord gevaarlijk te stijgen. Bij de eerste de beste zijstraat sla ik af en parkeer ik. een paar honderd meter verder staat een huis.
Een takelwagen is onderweg. Ik heb een telefoontje kunnen plegen in het huis en het lokale takelbedrijf heeft me weten te vertellen dat ik over een uur een wagen kan verwachten en.... dat het me 165 dollar gaat kosten voor die rit alleen. Zo is het dan maar. Ik zit in mijn auto en lees een boek.
'Who'reye deeing 'ere?'. Een Oudere man in een fourwheel pickup parkeert naast me en, als ik me niet vergis, vraagt aan me wat ik hier doe. Ik leg mijn situatie uit en hij en zijn dochter(?) stappen uit. Ik zie dat hij geen voortanden meer heeft en zijn accent is bijna onmogenlijk te verstaan. Als ik hem vertel hoeveel de rit me gaat kosten roept hij: "Whoa! Fuck THEM cunts! Oi'll ge' yeh there for 20 bucks". Ik neem zijn aanbod aan. Met een touw maakt hij een takel en 2 minuten later zijn we onderweg naar de stad. Onderweg passeren we de takelwagen. Hij steekt zijn middelvinger uit het raam. Ik heb een grote grijns op mijn gezicht.
We parkeren bij een tankstation, waar hij een kijkje in mijn auto neemt. Mijn radiator blijkt letterlijk geexplodeert te zijn. Een groot stuk is er uit. Ik heb een nieuwe nodig. Ik vraag hoeveel me dat gaat kosten en hij zegt dat hij er wel een voor me in wil zetten omdat de mensen in de garage 'cunts' zijn die al mijn 'fucking' geld zullen afpakken.
We zijn onderweg naar een 'carwrecker'. Terwijl we onderweg zijn pakt hij de telefoon. Ik kan slechts de helft van het gesprek verstaan, maar ik hoor hem vragen naar 'bush' en ik weet inmiddels dat dat een soort wiet is. Als hij klaar is vraagt hij aan me of ik rook en ik weet waar de klepel hangt. Ik vertel dat ik uit amsterdam kom en hij en zijn dochter, waarvan ik begin te vermoeden dat ze helemaal zijn dochter niet is, beginnen triomfantelijk te lachen. Voor hun kom ik uit Nirvana. Ik stel mezelf op dit moment maar voor. Hij heet Mick en zij heet Mel. Hij vertelt me dat hij een paar auto's heeft staan die hij wil verkopen om de staat uit te verhuizen. Hij is een maand geleden opgepakt met een pond wiet en heeft 21.000 dollar moeten betalen aan de staat. Ik besef me, naarmate hij me meer verteld, dat ik met een drugsdealer in de auto zit.
Mick is hyperactief en fucking enthusiast over alles. Mel lacht alsof ze fucking stoned is. Het woord 'rednecks' is voor dit soort mensen uitgevonden. We komen aan bij de 'carwreck'. Het is een gigantische autokerkhof waar mensen onderdelen uit de auto's daar mogen slopen en voor weinig geld kunnen kopen. We slopen een radiator uit een oude Subaru ('let's get that cunt out of there') die er goed uit ziet. Het kost me 60 dollar.
Dan zijn we onderweg naar zijn huis waar we iets moeten ophalen. We passeren een bauwplaats vaar een stuck of tien bulldozers staan. Mel wijst ernaar en Mick en Mel beginnen hard te lachen. 'Yeah man, no fucker is camping there, I'm gonna fucking go there tonight!'. Hij wil er heen om de benzine te stelen. Ik begin wat nerveus te worden. Ik zit met een drugsdealer en dief in de auto en ik ben onderweg naar zijn huis. Maar ik ga maar gewoon mee met zijn grapjes en zing mee als hij, luidkeels meezingt met liedjes van een bandje dat uit de jaren 70 lijkt te komen en volgens mij de enige muziek die hij ooit luisterd.
Zijn huis staat midden in een stuk bush. Het is een huis op palen. Er staan een stuk of zes koeien in de schaduw. Mick begint nu helemaal te freaken. 'Fucking cunts fucking up my cars. Fuck off!!'. Als we uitstappen begint hij stenen te gooien naar de koeien om ze weg te jagen van de auto's die ook onder zijn huis staan. Mel loopt naar binnen 'Where is is!?' roept ze herhaaldelijk. 'I'm fucking you!' roept Mick terug. 'Fuck you!' antwoord Mel. Mick loopt naar binnen, komt naar buiten met een zat wiet, zegt 'lets go' en we rijden weg. Dan ziet hij dat de koeien weer onder zijn huis staan en hij draait de auto om en geeft gas. Scheldend en tierend rijdt hij op de koeien in. Hij rijdt achter ze aan en tegen ze aan totdat ze een flink eind zijn weggevlucht.
Op de terugweg begint Mick zwaar te kankeren op Mel en op vrouwen in het algemeen. Hij geeft me veel handige tips: 'Never Kiss em, then you just fall in love and they fuck you over'. Mel kent hij blijkbaar een paar weken, maar alles wat ze wil doen, zegt hij, is 'getting flogged' (stoned worden) en hij heeft genoeg van haar manipulatieve onzin. Als we weer bij mijn auto aankomen zit hij met een vriend aan de telefoon. 'I don't need that fucking cunt, she's just fucking me up, you can take her. She's getting on my nerves. I'm gonna put a fucking bullet through her head, no joking'.
Samen zetten we mijn nieuwe radiator in mijn auto. Hij is razend snel en effectief. Binnen tien minuten is mijn auto zo goed als nieuw. Ik bedank hem en bied hem 160 dollar aan voor de moeite, maar hij wil niet meer dan 80 dollar aannemen. Ik krijg zijn telefoonnummer en hij wenst me het beste.
Australische vriendelijkheid op zijn best.
Ik wordt om zes uur in de ochtend wakker door de opkomende zon. Een half uur lang probeer ik iemand aan te houden om me te helpen, zonder succes. De autodokter die gisteravond naar mijn auto heeft gekeken, heeft me verteld dat ik waarschijnlijk een kilometer zou kunnen rijden voordat mijn auto weer een uur zou moeten afkoelen. Een kilometer is meer dan geen kilometer. Ik start de auto. Na een halve minuut begint de temperatuurmeter op mijn dashbord gevaarlijk te stijgen. Bij de eerste de beste zijstraat sla ik af en parkeer ik. een paar honderd meter verder staat een huis.
Een takelwagen is onderweg. Ik heb een telefoontje kunnen plegen in het huis en het lokale takelbedrijf heeft me weten te vertellen dat ik over een uur een wagen kan verwachten en.... dat het me 165 dollar gaat kosten voor die rit alleen. Zo is het dan maar. Ik zit in mijn auto en lees een boek.
'Who'reye deeing 'ere?'. Een Oudere man in een fourwheel pickup parkeert naast me en, als ik me niet vergis, vraagt aan me wat ik hier doe. Ik leg mijn situatie uit en hij en zijn dochter(?) stappen uit. Ik zie dat hij geen voortanden meer heeft en zijn accent is bijna onmogenlijk te verstaan. Als ik hem vertel hoeveel de rit me gaat kosten roept hij: "Whoa! Fuck THEM cunts! Oi'll ge' yeh there for 20 bucks". Ik neem zijn aanbod aan. Met een touw maakt hij een takel en 2 minuten later zijn we onderweg naar de stad. Onderweg passeren we de takelwagen. Hij steekt zijn middelvinger uit het raam. Ik heb een grote grijns op mijn gezicht.
We parkeren bij een tankstation, waar hij een kijkje in mijn auto neemt. Mijn radiator blijkt letterlijk geexplodeert te zijn. Een groot stuk is er uit. Ik heb een nieuwe nodig. Ik vraag hoeveel me dat gaat kosten en hij zegt dat hij er wel een voor me in wil zetten omdat de mensen in de garage 'cunts' zijn die al mijn 'fucking' geld zullen afpakken.
We zijn onderweg naar een 'carwrecker'. Terwijl we onderweg zijn pakt hij de telefoon. Ik kan slechts de helft van het gesprek verstaan, maar ik hoor hem vragen naar 'bush' en ik weet inmiddels dat dat een soort wiet is. Als hij klaar is vraagt hij aan me of ik rook en ik weet waar de klepel hangt. Ik vertel dat ik uit amsterdam kom en hij en zijn dochter, waarvan ik begin te vermoeden dat ze helemaal zijn dochter niet is, beginnen triomfantelijk te lachen. Voor hun kom ik uit Nirvana. Ik stel mezelf op dit moment maar voor. Hij heet Mick en zij heet Mel. Hij vertelt me dat hij een paar auto's heeft staan die hij wil verkopen om de staat uit te verhuizen. Hij is een maand geleden opgepakt met een pond wiet en heeft 21.000 dollar moeten betalen aan de staat. Ik besef me, naarmate hij me meer verteld, dat ik met een drugsdealer in de auto zit.
Mick is hyperactief en fucking enthusiast over alles. Mel lacht alsof ze fucking stoned is. Het woord 'rednecks' is voor dit soort mensen uitgevonden. We komen aan bij de 'carwreck'. Het is een gigantische autokerkhof waar mensen onderdelen uit de auto's daar mogen slopen en voor weinig geld kunnen kopen. We slopen een radiator uit een oude Subaru ('let's get that cunt out of there') die er goed uit ziet. Het kost me 60 dollar.
Dan zijn we onderweg naar zijn huis waar we iets moeten ophalen. We passeren een bauwplaats vaar een stuck of tien bulldozers staan. Mel wijst ernaar en Mick en Mel beginnen hard te lachen. 'Yeah man, no fucker is camping there, I'm gonna fucking go there tonight!'. Hij wil er heen om de benzine te stelen. Ik begin wat nerveus te worden. Ik zit met een drugsdealer en dief in de auto en ik ben onderweg naar zijn huis. Maar ik ga maar gewoon mee met zijn grapjes en zing mee als hij, luidkeels meezingt met liedjes van een bandje dat uit de jaren 70 lijkt te komen en volgens mij de enige muziek die hij ooit luisterd.
Zijn huis staat midden in een stuk bush. Het is een huis op palen. Er staan een stuk of zes koeien in de schaduw. Mick begint nu helemaal te freaken. 'Fucking cunts fucking up my cars. Fuck off!!'. Als we uitstappen begint hij stenen te gooien naar de koeien om ze weg te jagen van de auto's die ook onder zijn huis staan. Mel loopt naar binnen 'Where is is!?' roept ze herhaaldelijk. 'I'm fucking you!' roept Mick terug. 'Fuck you!' antwoord Mel. Mick loopt naar binnen, komt naar buiten met een zat wiet, zegt 'lets go' en we rijden weg. Dan ziet hij dat de koeien weer onder zijn huis staan en hij draait de auto om en geeft gas. Scheldend en tierend rijdt hij op de koeien in. Hij rijdt achter ze aan en tegen ze aan totdat ze een flink eind zijn weggevlucht.
Op de terugweg begint Mick zwaar te kankeren op Mel en op vrouwen in het algemeen. Hij geeft me veel handige tips: 'Never Kiss em, then you just fall in love and they fuck you over'. Mel kent hij blijkbaar een paar weken, maar alles wat ze wil doen, zegt hij, is 'getting flogged' (stoned worden) en hij heeft genoeg van haar manipulatieve onzin. Als we weer bij mijn auto aankomen zit hij met een vriend aan de telefoon. 'I don't need that fucking cunt, she's just fucking me up, you can take her. She's getting on my nerves. I'm gonna put a fucking bullet through her head, no joking'.
Samen zetten we mijn nieuwe radiator in mijn auto. Hij is razend snel en effectief. Binnen tien minuten is mijn auto zo goed als nieuw. Ik bedank hem en bied hem 160 dollar aan voor de moeite, maar hij wil niet meer dan 80 dollar aannemen. Ik krijg zijn telefoonnummer en hij wenst me het beste.
Australische vriendelijkheid op zijn best.
Panne panne panne, pech pech pech
Gisteravond overkwam mij iets dat ik niet had verwacht. Ik was die ochtend weggereden uit Hervey Bay, van waauit ik een fantastische trip naar Fraser Island had genoten.
Ah..! Fraser Island.... Wat een ongehoord prachtig plekje is dat! Hemelsblauwe meren met spierwitte stranden, spectaculaire rotsformaties, ijskoude verswaterbeekjes, wilde honden (dingo's) en leguanen waren slechts een deel van het genot. Met een fourwheeldrive over het strand scheuren met 6 volslagen vreemdelingen en in de avonden veel te veel bier drinken en andere kampeerders lastigvallen waren het andere deel. Ik blijkt een genegenheid voor het engelse woordje 'cheers!' te hebben ontwikkeld, vandaag mijn bijnaam: Mr. Cheers. Het waren drie geweldige dagen geweest.
Maar goed..., gisteravond dus reed ik richting het noorden. Een heerlijk bluesconcert was te horen op de radio. De weg viel onder me weg terwijl ik over de mooiere dingen van het leven nadacht en gekke dingen aan het roepen was. (De auto is een van de laatste plaatsen in de wereld waar je nog ongestraft mag schreeuwen of andere vreemde geluiden mag maken.) De zon was reeds aan het afdalen en gaf de wolken een absurde kleur..... Een trilling, een geluid: 'Kpfffs!!'. Een witte straal waternevel spoot met een klap omhoog uit de rechterkant van mijn auto.
Het is nacht en ik lig in mijn auto. Het is heet als een sauna. Druppels zweet vallen van mijn neus alsof het een lekkende kraan is. Ik heb de lamp in mijn auto aangedaan en zo een horde insecten mijn auto ingelokt. Om verdere invasie tegen te gaan heb ik mijn ramen dichtgedraaid. Het wordt warmer en warmer. Ik sta in het gras naast de vluchtstrook van de A1; de snelweg die van Brisbane naar Cairns leidt. Ik ben hier 17 kilometer voor Buckhampton gestrand met een geexplodeerde radiator. Een vriendelijke Australier die mij met een rokende auto langs de weg kwam staan heeft zeer hulpvaardig deze diagnose gemaakt voordat hij weer verder reed. Ik heb een nieuwe radiator nodig en ik moet de stad in zien te komen. Hij wist me te vertellen dat me dit allemaal minstens 400 a 500 dollar gaat kosten.
Ik steek een anti-insect wierrookstok aan om de beestjes uit mijn auto te houden. Het lijkt te werken, hoewel de vliegende mieren nog niet onder de indruk zijn. Uiteindelijk doe ik de lamp maar gewoon uit, de radio aan en de ramen open. Ik luister naar een radioprogramma waarin existentiele filosofie uitgelegd wordt met een analyse van Cricket, Australie's mationale sport. De koplampen van voorbijsjeesende auto's verlichten af en toe mijn auto. De nachtinsecten maak een vreemd, knetterend geluid. Langzaam val ik in slaap.
Ah..! Fraser Island.... Wat een ongehoord prachtig plekje is dat! Hemelsblauwe meren met spierwitte stranden, spectaculaire rotsformaties, ijskoude verswaterbeekjes, wilde honden (dingo's) en leguanen waren slechts een deel van het genot. Met een fourwheeldrive over het strand scheuren met 6 volslagen vreemdelingen en in de avonden veel te veel bier drinken en andere kampeerders lastigvallen waren het andere deel. Ik blijkt een genegenheid voor het engelse woordje 'cheers!' te hebben ontwikkeld, vandaag mijn bijnaam: Mr. Cheers. Het waren drie geweldige dagen geweest.
Maar goed..., gisteravond dus reed ik richting het noorden. Een heerlijk bluesconcert was te horen op de radio. De weg viel onder me weg terwijl ik over de mooiere dingen van het leven nadacht en gekke dingen aan het roepen was. (De auto is een van de laatste plaatsen in de wereld waar je nog ongestraft mag schreeuwen of andere vreemde geluiden mag maken.) De zon was reeds aan het afdalen en gaf de wolken een absurde kleur..... Een trilling, een geluid: 'Kpfffs!!'. Een witte straal waternevel spoot met een klap omhoog uit de rechterkant van mijn auto.
Het is nacht en ik lig in mijn auto. Het is heet als een sauna. Druppels zweet vallen van mijn neus alsof het een lekkende kraan is. Ik heb de lamp in mijn auto aangedaan en zo een horde insecten mijn auto ingelokt. Om verdere invasie tegen te gaan heb ik mijn ramen dichtgedraaid. Het wordt warmer en warmer. Ik sta in het gras naast de vluchtstrook van de A1; de snelweg die van Brisbane naar Cairns leidt. Ik ben hier 17 kilometer voor Buckhampton gestrand met een geexplodeerde radiator. Een vriendelijke Australier die mij met een rokende auto langs de weg kwam staan heeft zeer hulpvaardig deze diagnose gemaakt voordat hij weer verder reed. Ik heb een nieuwe radiator nodig en ik moet de stad in zien te komen. Hij wist me te vertellen dat me dit allemaal minstens 400 a 500 dollar gaat kosten.
Ik steek een anti-insect wierrookstok aan om de beestjes uit mijn auto te houden. Het lijkt te werken, hoewel de vliegende mieren nog niet onder de indruk zijn. Uiteindelijk doe ik de lamp maar gewoon uit, de radio aan en de ramen open. Ik luister naar een radioprogramma waarin existentiele filosofie uitgelegd wordt met een analyse van Cricket, Australie's mationale sport. De koplampen van voorbijsjeesende auto's verlichten af en toe mijn auto. De nachtinsecten maak een vreemd, knetterend geluid. Langzaam val ik in slaap.
Subscribe to:
Posts (Atom)
