Tuesday, March 6, 2007

Nieuws updeet

Even om de impressie te vermijden dat ik hier depressief aan het rondkuieren ben, dit verhaaltje dat ik maar 'Goedemorgen' gedoopt heb (deel twee beschikbaar vanaf heden) kwam in mijn hoofd op een bekaterde middag. Ik ben nogal wat losse verhaaltjes aan het schrijven en ik ben er meestal ontevreden over, maar deze vond ik wel charmant. Ik laat het maar aan jullie om te beoordelen of het ook daadwerkelijk charmant is.

Ik heb het erg naar mijn zit. Ik ben gisteren uit Rainbow Beach vertrokken, waar ik Richard, mijn engelse reisgenoot heb achtergelaten. Zijn chille en rustige karakter werden op de derde dag wel heel erg vermoeiend. Nu hou ik normaliter erg van chille en rustige mensen, zeker aangezien ik er zelf een van ben, maar dat gecombineerd met een volledig onvermogen om zelfs ook maar de kleinste beslissingen te nemen...

Om te illustreren enkele quotes:
"No man, that's cool, that's cool"
"Don't hurry man, no worries"
"Ah man, I'll let you decide"
"Sure thing, whatever you want is cool with me man"

Nu weet ik dat ik ook leidt aan een vorm van gebrekkige besluitvaardigheid, zoals mijn bloeiende carriere sinds mijn middelbare school illustreert, maar dit was wel heeeel eeerg exxxxxtreem. Wat dat betreft dus ook wel een eyeopener.

Ik ben op het moment onderweg naar Harvey Bay waar ik een self-drive tour zal boeken voor Fraser Island. Ik heb het plan om met mijn eigen voiture te gaan maar opgegeven aangezien dat iets te veel organisatie kost en het vrij onmogenlijk blijkt om mensen te recruteren hiervoor. Alleen al het feit dat er enkele vergunningen moeten aangeschaft worden drijft de meeste potentiele 'klanten' al naar een standaard tour.

If you can't beat them...

Goed. Ik hoop dat jullie nog steeds met plezier naar mijn blogje komen, want anders zijn de dollars die ik aan internet besteeds nogal verspilde moeite, maar goed...

Adios!

Matthijs 'the koalahunter' Endt

Goedemorgen, deel 2

Dan doet hij weer een poging om zijn gedachtes bij elkaar te rapen. Hij was uitgenodigd door een volledige vreemdeling. Hij kende niemand op het feest en iedereen daar was toeterbezopen. Hij had aan een tafel midden in de kamer gezeten. Het had gevoeld alsof hij in het oog van een alcoholische wervelwind zat. Rond de tafel vielen mensen over elkaar heen. Stoeipartijen en hysterisch gelach en vrijages leidden hem af van het gesprek dat hij probeerde te voeren met een middelmatig mooi en vrij nietszeggend meisje.

Ze had haar haar in een knot op haar hoofd gebonden. Een paar lokjes haar zaten niet in het knotje en krulden over haar slaap heen, voor haar oren langs. Het waren deze pijpenkrulletjes geweest die hem in haar hadden aangetrokken. Helaas waren die paar lokjes haar de enige charme van dit meisje wiens naam hij de hele avond, keer op keer weer was vergeten en ook nu niet meer in herinnering kon roepen.

Waarom was hij met haar blijven praten? Om dezelfde reden dat hij bier was blijven drinken. Je moet iets doen om de avond vooruit te stuwen. Ook al was het meisje duidelijk niet geinteresseerd in hem geweest en ook al ging het gesprek moeizaam en werd het steeds incoherenter naarmate de avond en het alcoholpromillage vorderden, hij had zich aan haar vastgeklampt alsof ze de redding van zijn avond was. Juist hierdoor was ze precies het tegenovergestelde. Dit overdenkend besefte hij wederom hoe gebrekkig een geheugen kan zijn, want hoewel hij zich duidelijk de gevoelens van de moeizaamheid van het gesprek kon herinneren, had hij geen flauw idee waar ze het over habben gehad. Het was waarschijnlijk weinig indrukwekkend want toen hij haar deze ochtend weer zag, was ze niet bijster enthausiast.

Ze zat aan de rand van het zwembad, voeten in het water, terwijl ze een boek las.
'Hoi' zei hij. 'Hey' zei ze, opkijkend van haar boek. 'Hoe voel je je?' vroeg hij, doelend op een kater. 'Gaat'. Na dit antwoord keek ze weer haar boek in. 'Is het een leuk boek?' vroeg hij, merkend dat ze meer geinteresseerd was in het boek dan in hem. 'Nee, eigenlijk niet. Ik probeer er al een maand doorheen te komen en ik loop steeds vast, maar ja...' zei ze met een gebaar van machteloosheid 'het is het enige boek dat ik bij me heb'. Na dit gezegd te hebben keek ze weer terug haar boek in.

'Wat een trut', dacht hij bij zichzelf. Meer geinteresseerd zijn in een slecht boek dan in hem was in zijn ogen een halsmisdaad. Hij ging er altijd prat op, in zijn eigen hoofd althans, dat hij een buitengewoon interessant persoon was. Hij had verschrikkelijk veel leuke dingen te vertellen, maar hij was altijd teleurgesteld dat slechts weinig mensen er naar vroegen. Hij vergat in zijn overweging mee te nemen dat hij ook onuitgenodigd zijn geweldig interessante verhalen zou kunnen vertellen en dat, boeiend en intelligent als zijn vertellingen zijn, men ongetwijfeld aan zijn lippen zou hangen ondanks het feit dat ze hier niet specifiek om gevraagd hadden. Het meisje had er gisteren niet naar gevraagd en hij had haar niets interessants verteld. Hij zou het onthouden hebben als dat het geval was geweest, verzekerde hij zichzelf.

Nu hij wat langer over haar nadacht besefte hij ineens iets anders dat hem gisteravond geergerd had: Ze had, toen men besloten had het feest te verlaten, hand in hand gelopen op de terugweg met een jongen die ze daar was tegengekomen. Terwijl hij de hele avond klaar had gestaan om haar te overweldigen met zijn brilliante anecdotes of met zijn goeddoordachte visies op hedendaagse politiek, terwijl hij de hele avond haar saaie verhaaltjes had aangehoord waar hij, op zijn beurt, de obligate standaardantwoorden op gegeven had, terwijl hij de hele avond in haar gezelschap had doorgebracht, komt er aan het einde van de avond, als hij even niet kijkt, een of andere dronken mannetjesputter aangelopen die haar hand pakt en met haar wegloopt! Hoe kan het zijn dat een intelligente, aardige en, bij vlagen grappige jongen als hijzelf een hele avond besteeds aan een saai meisje en er niets aan over houdt, behalve dan dat vernederende gesprekje bij het zwembad vanmorgen? Hij kon zijn goed ontwikkelde brein hier niet omheen krijgen.

Enigzinds gedeprimeerd staarde hij naar de mieren die, ongestoord door dit soort ideeen, druk aan het rondrennen waren door het gras.

Monday, March 5, 2007

Goedemorgen, deel 1

Gedachteloos staart hij voor zich uit. Zijn oogleden zijn zwaar. Zijn hoofd ook. Meestal draag je je hoofd zonder stil te staan bij het gewicht ervan, maar vandaag voelt het alsog het constant naar beneden getrokken wordt. Knikkebollen noemt men dat. Hij was aan het knikkebollen, maar niet uit moeheid. Zijn hoofd verkeerde in een mistige staat. Alles leek langzaam te gaan en hij voelde zich niet in staat om wat dan ook te ondernemen. Hij staarde naar de grond waarop hij zat. Was hij iets scherper geweest dan had hij wellicht de miertjes zijn rondkrioelen of het klavertje vier gevonden dat voor zijn ogen tussen het gras verborgen was. Maar hij staarde zonder te zien. Hij stond op pauze. Alles om hem heen was ergens mee bezig, iets aan het organiseren of uitvoeren, maar hij zag en hoorde niets en liet alles aan zich voobij gaan.

Nu waagt hij een poging om zijn geheugen op orde te krijgen. Fragmenten van de vorige avond vliegen incompleet door zijn hoofd heen. Een voor een probeert hij ze te vangen en op te plakken in de hoop zo een coherent beeld te krijgen van de vorige avond. Zijn gedachtes rusten bij de laatste herinnering die hij heeft van de avond: de bakker. Wat deed hij daar? Heeft hij iets gekocht? Dan, in een flits, ziet hij de vitrine van de bakker voor zich. Hij staat er schuin voor, aan de rechterkant en hij kan vanaf hier net de chocolademuffins zien waarvan hij er een heeft gegeten.

Hij vroeg zich niet af hoe het kwam dat dit beeld als een foto in zijn hoofd zit, maar dat hij het uitzicht dat hij had over de chocolademuffins toen hij voorover boog om ze beter te kunnen bekijken volledig is vergeten. Die close-up is weg uit zijn hoofd en het enige wat hij zich van de chocolademuffin herinneren kan, is dat moment, vanaf die plek schuin voor de vitrine. Hoe zag het er uit toen hij het in zijn hand had? Dat beeld is totaal verdwenen.

Mar zoals gezegd, hier stond hij niet bij stil. Hij nam de herinnering en plakte het op het prikbord van de vorige avond. Waar hij wel bij stilstond was dat hij zich niet meer kon herinneren hoe de chocolademuffin had gesmaakt. Hij deed zijn uiterste best, maar deze impressie was ook volledig verdwenen. Dit vond hij vervelend. Het belangrijkste elemaent van een chocolademuffin, de essentie zo je wil, is toch de smaak? Die dingen worden gemaakt om lekker te smaken nietwaar? Waarom weet hij dan wel nog dat hij er een gekocht heeft, maar niet of het de moeite waard was? Pure geldverspilling dus. Met een zucht van ergernis beseft hij zich nu dat hij ook niet meer weet hoeveel deze al dan niet overheerlijke chocolademuffin gekost heeft.

Even stopt hij met naar de grond staren en hij kijkt om zich heen. Hij ziet een paar mensen rondlopen, hij ziet de auto's geparkeerd langs de weg en hij ziet de dikke wolken in de lichtblauwe lucht. Zijn ogen komen weer terug naar de grond waar hij nu wel de mieren ziet rondrennen. Het klavertje vier mist hij helaas terwijl hij weer terug in pauzestand gaat. Een minuut gaat voorbij. Geen enkele gedachte stoort hem in deze korte periode. Mensen over de hele wereld spenderen lange uren in meditatie om precies dat te berijken. Hij doet het zonder er over na te denken. Jarenlange spirituele training kan blijkbaar geevenaard worden door de juiste hoeveelheid alcohol.