Het is druk.
Tientallen tafels staan door de ruimte verspreidt. Aan elke tafel zitten mensen te drinken en praten. Het drukke geroezemoes wordt net niet overstemd door de band die aan het spelen is. Ze spelen een soort van amerikaanse country rock. De muziek past niet bij de sfeer, maar is desalniettemin goed. Ik sta, alleen, bovenaan de trap die naar binnen leidde en neem dit allemaal in me op. Dan kijk ik naar de bar. Ik heb dorst. Boven de bar zijn aquaria opgehangen met exotische koraalvissen. Het ziet er allemaal erg duur en gelikt uit. Dit is duidelijk een toeristenbar.
Ik bestel een scooner met Pale Ale bier. Een scooner is een tussenvorm tussen vaasje en pint. Het juiste formaat voor het Australische klimaat. Ik zoek een plek en vind er een aan een tafel waar een blond meisje heel druk met haar mobiele telefoon bezig is. Ik ga zitten en kijk naar de band die met het volgende nummer begint. Ik luister naar een mondharmonicasolo van de leadsinger. Het is erg goed.
"Hey", hoor ik in mijn linkeroor. Ik kijk om. Een ander meisje, in blauwe jurk, is aan tafel komen zitten in de stoel naast mij. Ik kijk haar aan. "Yes?", vraag ik.
"You tried to make a picture of my boobs yesterday on the beach", zegt ze beschuldigend. Ik ben geschokt. Ik? Goedgemanierde Matthijs die zomaar foto's zou maken van, toegegeven, zeer mooie borsten? ik ben beledigd, maar vraag simpelweg "Did I now?". "Yes you tried, but I covered them up in time". Ze lijkt serieus in haar beschuldiging. Dit kan ik niet zoaar laten passeren. "I didn't make a picture of your boobs" zeg ik, vastbesloten om de waarheid boven tafel te krijgen. "Yes you did!" roept ze nu.
Ik ben onschuldig! Waar heb ik dit aan te danken? Al mijn goede gedrag ten spijt wordt ik nu alsnog geaccuseert van een misdaad waar ik niets mee te maken heb. "Listen..., I didn't take a picture of your boobs. Not the whole world revolves around your boobs you know!?". Ik zeg het niet in een onvriendelijke toon, waardoor het misschien nog vervelender aankomt. Ze antwoordt "whatever" en schuift haar stoel weg van me. Ze begint nu met haar vriendin, het blonde meisje dat nog steeds bezig was met haar telefoon, te praten. Ik heb binnenpret.
Als ik wegloop uit de bar besluit ik dat de avond rijp is voor een avontuur. Misschien had ik dat meisje beter niet kunnen beledigen, bedenk ik me. Maar goed..., daar is het nu te laat voor. Ik loop over straat en passeer het community center. Ik hoor applaus. Nieuwsgierig als ik ben loop ik naar binnen. Er is niemand. Ik kijk even rond en hoor dan, vanachter een gesloten deur, weer applaus. met applaudiseerd enthausiast. Wat zou er achter die deur gebeuren? Ik kijk naar mijn voeten en zie dat ik mijn stoute schoenen aanheb. Ik doe de deur open en loop naar binnen.
Binnen zit een man op een stoel met een gitaar. Naast hem staat een andere man met viool. Samen spelen ze muziek. Dan begint de man met gitaar te zingen. Ik kan me de tekst niet meer herinneren maar het was pure poezie. De combinatie gitaar en viool is verbazingwekkend mooi. Drie kwartier luister ik gefacineerd naar het duo. Dan, onder daverend applaus, verlaten ze het toneel en loopt het publiek naar buiten.
Wat ben ik blij dat ik dit gehoord heb.
"Not the whole world revolves around your boobs"
gelukkig niet nee.
Friday, February 2, 2007
Tuesday, January 30, 2007
Spinnen en bananen
Australie is allemaal leuk en aardig en warm, maar de kost moet ook verdiend worden. Ik ben dan ook naarstig op zoek naar een baantje in een keuken of achter een bar in Byron. Helaas is de grote vakantie in Australie net op zijn einde aan het lopen in Australie (Ella's eerste schooldag was vandaag) en dus zijn veel restaurants juist personeel aan het lozen. Gelukkig heb ik wel voor twee dagen in de week een baantje op de bananenplantage van Craig, waarmee ik weekelijks toch 200 austalische dollars binnensleep, wat voor nederlandse standaard een hongerloontje is, maar voor hier redelijk.
Craig is een echte hippie en surfdude er bovenop. Elke ochtend voordat hij naar de farm gaat surft hij eerst een uurtje. Surfen en werken..., dat is het echte leven. Hij heeft lang, warrig, blong haar dat hij onder een basketbalpetje verstopt. Een blond sikje siert zijn smalle gezicht en als hij geen zonnebril opheeft kijken zijn ogen vrolijk, zij het wazig, de wereld in. Zijn manier van praten verraad dat hij een absolute stoner is, of geweest is. Kortom..., een echte dude.... and he's going banana's. Hij probeert de wereld een betere plek te maken door biologisch te farmen, wat een harde klus is. Terwijl we in zijn fourwheeldrive het primitieve, hobbelige zand- en steenpad naar zijn plantage oprijden ('Yeah man, it's real third world up here'), over bruggetjes die uit losse planken bestaan, en bijna dwars door de jungle heen, doemen de bananenplanten op. Craig vertelt me over de moeilijkheden van het organic farmen. Als je organic wil zijn, mag je geen onkruidverdelger gebruiken. Hij wijst naar de de grond tussen de bananenplanten. Niets groeit er tussenin. Als we later zijn plantage oprijden zie ik het probleem: overal, maar dan ook overal tussen de banenenplanten, avocadobomen, de citroengrasplanten, de mangobomen, de papayabomen, de ananasplanten en de sweet potatoes, tussen alles wat hij kweekt zijn meters onkruid. Hoog gras dat alle voedingsstoffen uit de grond trekt.
Hij geeft me een korte rondleiding. We lopen een eind tegen de helling op waarop zijn plantage ligt. Ik moet uitkijken waar ik loop, zegt craig me. Het stikt hier van de 'brownsnakes', dodelijk giftige slangen die graag in het zonnetje liggen. Ze zijn niet aggresief, maar ga niet op ze staan. Paranoia stadsjongen als ik ben, vertraag ik gelijk tot de helf van mijn snelheid om elk stuk grond te scannen waar ik stap. We komen uit bij het hoogste stuk van zijn farm. Ik kijk uit over een prachtige vallei. In de verte zie ik de groene veeweiden, voor me de bananenvelden en ertussenin de subtropische jungle. Verder de berg op is een klif van zeker 40 meter hoog. Craig wijst naar zijn avocadobomen naast ons. Ze zien er belabberd uit. Ze worden verstikt door het onkruid zegt hij. Als we teruglopen en ik even niet naar de grond kijk, zie ik net boven ooghoogte een gigantisch spinnenweb. In het midden zit een reusachtige spin. Een enorme, witte bol van zeker twee centimeter omtrek vormt het lichaam en smalle, zwartrode poten rusten in het web. Het is de grootste spin die ik ooit in het wild gezien heb. "WOW!", roep ik. "Look at the spider..., that's HUGE!". Craig lacht. "Ha! yeah..., look over your head man". Ik kijk naar boven. Tien centimeter boven mijn hoofd zit een zelfde soort spin, bijna twee keer zo groot. Ik schrik, stap snel een paar passen naar voren en ril even. "Yeah, you'll walk into a couple of those" zegt Craig vrolijk. Overal zijn beesten en insecten. Waar ik ook kijk, ik hoor er iets bewegen of ziek iets wegschieten. Ik voel me niet op mijn gemak.
Na de rondleiding krijg ik een grasmaaimachine opgeknoopt (Zo'n ding met een sterke, plastic draad dat heel snel ronddraait om onkruid mee te snoeien. Als jullie het nederlandse woord weten hoor ik het graag) en ga ik onkruid maaien. Ik verklaar het gras de oorlog. Op veel plekken is het hoger dan een meter. Ik ben goed bewapend en ik ga ervoor. De machine maakt veel lawaai en ik voel me wat veiliger met dit afschikapparaat in mijn handen. Ik zie inderdaad vrij veel van die spinnen. Goldenorbs worden ze genoemd. Een keer loop ik dwars door een web heen. Het is het stevigste web dat ik ooit heb gevoeld en het spant zeker over twee meter, tussen twee bomen door. De spin die er in zat loopt nijdig een van de bomen in.
Na een uur begin ik me te beseffen wat een ongelofelijk, belachelijk, reusachtig en eindeloos karwij het is om het onkruid te wieden. En eigenlijk zou je het met wortel en al er uit moeten trekken, wat nog 20 keer langzamer zou gaan. Want op deze manier is het in een week weer bijna helemaal teruggegroeid, vertelt Craig me. Ik blijf dapper aan de gang. Aan het einde van de dag heb ik een vrij groot stuk, wat eerst totaal overwoekerd was, gemaaid. Maar ik heb ook een dag lang benzine lopen verbranden. En om zo'n maaiapparaat te maken zal ook wel wat vervuiling nodig zijn. Ik vraag me af wat beter is voor met milieu; Maaien of, met 20 minuten arbeid, wat onkruidverdelger strooien? Craig heeft grote moeite om te overleven op deze manier. Meestal werkt hij alleen op de plantage. Het is het hele jaar door hard werk en hij draait net quitte. 'Gelukkig' waren bijna alle bananen in Austarlie verwoest vorig jaar en kon hij zijn bananen voor 20 dollar per kilo (!) verkopen. Maar om winst te maken met zijn plantage moet er een hoop gebeuren. Organic farming is eigenlijk gekkenwerk. Je spendeert 5 keer zoveel geld aan mest, omdat kunstmest natuurlijk niet mag, je bent VEEL tijd kwijt aan onkruid verdelgen en het is nooit genoeg. Daar bovenop doen je planten en bomen het ook nog eens slechter vanwege dat onkruid.
Aan het einde van de dag halen we de bananen op die klaar waren om opgehaald te worden. Elke week is er een lading. Een bananenplant volgroeit in ongeveer een jaar (iets langer) en maakt een grote banenenbloem (bananen groeien als een bloem), waarboven een reusachtige tros bananen hangt. Tegen de tijd dat de bananen opgehaald kunnen worden is er alweer een nieuwe scheut in de groei die in 6 maanden tijd ook weer een bananentros heeft hangen. Elke tros, of bloem, heeft dus zijn eigen plant, die wordt omgehakt als de banenen geleverd zijn. Ze groeien het hele jaar door. Ik zit achterin de truck terwijl Craig me van tros naar tros rijdt zie hij heeft afgehakt. Heerlijk om achter in een truck te zitten, die over ruwe, stijle paden rijdt, terwijl ik uitkijk over een prachtige, subtropische vallei en tegen een geweldige rotsklif. Af en toe stoppen we en dan til ik de enorme trossen bananen de achterbank in.
Op de terugweg koop Craig twee flessen XXXX bier (fourecks beer. het is bocht) en een zak chips. We chillen nog even op een uitkijkpunt, waar we een banaan eten. Ze zijn heerlijk zoet. Als ik weer terug ben bij Simon en Emma laat ik het bad op de veranda vollopen en kijk naar de zonsondergang.
Craig is een echte hippie en surfdude er bovenop. Elke ochtend voordat hij naar de farm gaat surft hij eerst een uurtje. Surfen en werken..., dat is het echte leven. Hij heeft lang, warrig, blong haar dat hij onder een basketbalpetje verstopt. Een blond sikje siert zijn smalle gezicht en als hij geen zonnebril opheeft kijken zijn ogen vrolijk, zij het wazig, de wereld in. Zijn manier van praten verraad dat hij een absolute stoner is, of geweest is. Kortom..., een echte dude.... and he's going banana's. Hij probeert de wereld een betere plek te maken door biologisch te farmen, wat een harde klus is. Terwijl we in zijn fourwheeldrive het primitieve, hobbelige zand- en steenpad naar zijn plantage oprijden ('Yeah man, it's real third world up here'), over bruggetjes die uit losse planken bestaan, en bijna dwars door de jungle heen, doemen de bananenplanten op. Craig vertelt me over de moeilijkheden van het organic farmen. Als je organic wil zijn, mag je geen onkruidverdelger gebruiken. Hij wijst naar de de grond tussen de bananenplanten. Niets groeit er tussenin. Als we later zijn plantage oprijden zie ik het probleem: overal, maar dan ook overal tussen de banenenplanten, avocadobomen, de citroengrasplanten, de mangobomen, de papayabomen, de ananasplanten en de sweet potatoes, tussen alles wat hij kweekt zijn meters onkruid. Hoog gras dat alle voedingsstoffen uit de grond trekt.
Hij geeft me een korte rondleiding. We lopen een eind tegen de helling op waarop zijn plantage ligt. Ik moet uitkijken waar ik loop, zegt craig me. Het stikt hier van de 'brownsnakes', dodelijk giftige slangen die graag in het zonnetje liggen. Ze zijn niet aggresief, maar ga niet op ze staan. Paranoia stadsjongen als ik ben, vertraag ik gelijk tot de helf van mijn snelheid om elk stuk grond te scannen waar ik stap. We komen uit bij het hoogste stuk van zijn farm. Ik kijk uit over een prachtige vallei. In de verte zie ik de groene veeweiden, voor me de bananenvelden en ertussenin de subtropische jungle. Verder de berg op is een klif van zeker 40 meter hoog. Craig wijst naar zijn avocadobomen naast ons. Ze zien er belabberd uit. Ze worden verstikt door het onkruid zegt hij. Als we teruglopen en ik even niet naar de grond kijk, zie ik net boven ooghoogte een gigantisch spinnenweb. In het midden zit een reusachtige spin. Een enorme, witte bol van zeker twee centimeter omtrek vormt het lichaam en smalle, zwartrode poten rusten in het web. Het is de grootste spin die ik ooit in het wild gezien heb. "WOW!", roep ik. "Look at the spider..., that's HUGE!". Craig lacht. "Ha! yeah..., look over your head man". Ik kijk naar boven. Tien centimeter boven mijn hoofd zit een zelfde soort spin, bijna twee keer zo groot. Ik schrik, stap snel een paar passen naar voren en ril even. "Yeah, you'll walk into a couple of those" zegt Craig vrolijk. Overal zijn beesten en insecten. Waar ik ook kijk, ik hoor er iets bewegen of ziek iets wegschieten. Ik voel me niet op mijn gemak.
Na de rondleiding krijg ik een grasmaaimachine opgeknoopt (Zo'n ding met een sterke, plastic draad dat heel snel ronddraait om onkruid mee te snoeien. Als jullie het nederlandse woord weten hoor ik het graag) en ga ik onkruid maaien. Ik verklaar het gras de oorlog. Op veel plekken is het hoger dan een meter. Ik ben goed bewapend en ik ga ervoor. De machine maakt veel lawaai en ik voel me wat veiliger met dit afschikapparaat in mijn handen. Ik zie inderdaad vrij veel van die spinnen. Goldenorbs worden ze genoemd. Een keer loop ik dwars door een web heen. Het is het stevigste web dat ik ooit heb gevoeld en het spant zeker over twee meter, tussen twee bomen door. De spin die er in zat loopt nijdig een van de bomen in.
Na een uur begin ik me te beseffen wat een ongelofelijk, belachelijk, reusachtig en eindeloos karwij het is om het onkruid te wieden. En eigenlijk zou je het met wortel en al er uit moeten trekken, wat nog 20 keer langzamer zou gaan. Want op deze manier is het in een week weer bijna helemaal teruggegroeid, vertelt Craig me. Ik blijf dapper aan de gang. Aan het einde van de dag heb ik een vrij groot stuk, wat eerst totaal overwoekerd was, gemaaid. Maar ik heb ook een dag lang benzine lopen verbranden. En om zo'n maaiapparaat te maken zal ook wel wat vervuiling nodig zijn. Ik vraag me af wat beter is voor met milieu; Maaien of, met 20 minuten arbeid, wat onkruidverdelger strooien? Craig heeft grote moeite om te overleven op deze manier. Meestal werkt hij alleen op de plantage. Het is het hele jaar door hard werk en hij draait net quitte. 'Gelukkig' waren bijna alle bananen in Austarlie verwoest vorig jaar en kon hij zijn bananen voor 20 dollar per kilo (!) verkopen. Maar om winst te maken met zijn plantage moet er een hoop gebeuren. Organic farming is eigenlijk gekkenwerk. Je spendeert 5 keer zoveel geld aan mest, omdat kunstmest natuurlijk niet mag, je bent VEEL tijd kwijt aan onkruid verdelgen en het is nooit genoeg. Daar bovenop doen je planten en bomen het ook nog eens slechter vanwege dat onkruid.
Aan het einde van de dag halen we de bananen op die klaar waren om opgehaald te worden. Elke week is er een lading. Een bananenplant volgroeit in ongeveer een jaar (iets langer) en maakt een grote banenenbloem (bananen groeien als een bloem), waarboven een reusachtige tros bananen hangt. Tegen de tijd dat de bananen opgehaald kunnen worden is er alweer een nieuwe scheut in de groei die in 6 maanden tijd ook weer een bananentros heeft hangen. Elke tros, of bloem, heeft dus zijn eigen plant, die wordt omgehakt als de banenen geleverd zijn. Ze groeien het hele jaar door. Ik zit achterin de truck terwijl Craig me van tros naar tros rijdt zie hij heeft afgehakt. Heerlijk om achter in een truck te zitten, die over ruwe, stijle paden rijdt, terwijl ik uitkijk over een prachtige, subtropische vallei en tegen een geweldige rotsklif. Af en toe stoppen we en dan til ik de enorme trossen bananen de achterbank in.
Op de terugweg koop Craig twee flessen XXXX bier (fourecks beer. het is bocht) en een zak chips. We chillen nog even op een uitkijkpunt, waar we een banaan eten. Ze zijn heerlijk zoet. Als ik weer terug ben bij Simon en Emma laat ik het bad op de veranda vollopen en kijk naar de zonsondergang.
Subscribe to:
Posts (Atom)
