1
"Ik heb last van mijn rug"
"Stel je niet aan"
"Ik stel me niet aan, ik zeg alleen dat ik last van mijn rug heb"
"En zo vestig je onnodige aandacht op je rug"
"Die pijn doet"
"Precies"
"Hoe is dat aanstellen?"
"Luister..., mijn rug doet ook pijn. Hoor je me daar over klagen?"
"..."
"Precies"
"Maar nu heb jij het ook over je rug"
"Om een punt te maken"
"Door erover te klagen"
"Nee... Door er juist niet over te klagen"
"Dus zeggen dat je niet over je rug klaagt is wel goed?"
"Nee!"
"Dat begrijp ik niet"
"Je moet gewoon niet over je rug praten"
"Maar hij doet pijn!"
"Daarom juist!"
"Waar windt jij je toch over op"
"Weet je wat? Laten we allemaal over onze rug gaan praten. Nee dat help!"
"Het hoeft ook niet te helpen"
"Ja wat wil je nou van me!?"
"Een beetje medeleven, dat is alles"
"Aansteller"
"Zeurpiet"
2
"Ik heb last van mijn rug"
"Goh wat vervelend nou"
"Ja. Ik heb er al een tijdje last van"
"Och"
"Het zit in mijn onderrug, al de hele tijd"
"Waar precies?"
"Hier, net ietsje onder het midden zie je wel?"
"Oh wat naar voor je"
"Het is niet echt pijnlijk, meer een soort zeurende pijn, die maar niet weg gaat"
"Een beetje zoals bij een stijve nek?"
"Ja! Ja, precies dat ja!"
"He gut wat vervelend nou"
"Ik kan me ook moeilijk ergens anders op concentreren dan op mijn rug"
"Ja vervelend is dat"
"Ik heb er al een paar uur last van"
"Heel naar"
"En weet je wat het vervelendste is?"
"Nou?"
"Het is beter met een rechte rug, maar door die stoelen hier..."
"Ja"
"Zo wordt het alleen maar erger"
"En als je gewoon rechtop ging zitten?"
"Dat hou ik niet vol hoor"
"He wat vervelend nou voor je"
"Ja"
"Heel vervelend"
Thursday, January 25, 2007
Het zand en de Zee
Zand
Het wordt weggeveegd en weer teruggegooid door de wind. Ik heb mijn handdoek nog maar net neergelegd en het het veranderd al in een duin. Ik ga op mijn handdoekduin zitten en begin een der eerste levensbehoeften over mijn lijf te smeren: zonnebrand. Fijne zandkorrels vliegen tegen me aan terwijl ik mezelf inwrijf. Langzaamaan verandert het smeren in schuren. Wanneer ik klaar ben kijk ik weer op naar het strand. Een smalle, witte strook zand kromt over enkele kilometers om de zee heen, die er ruw tegenaan beukt. Het is warm. Zand plakt over mijn hele lijf. Mijn kleren zijn er inmiddels half onder bedolven.
Zee
Wat een contrast is het koele, bruisende water van de Zee met de korzelige wereld van het strand. Genietend loop ik een golf tegemoet die op me af rolt. Met een geweldige klap wordt ik herinnerd aan de eindeloze kracht van de Zee.De golf die me eerst met schuimend witte tanden leek toe te lachen veegt me terug het zand op. Ik bedenk me dat de Zee nooit lacht. Ze grijnst.
Ik grijns terug. Gewapend met een bord van hard schuim trotseer ik de Zee. De eerste golf loop ik doorheen. De tweede spring ik overheen. Ik lach in afwachting op de derde aanval die ik verderop al zie opdoemen. Ik loop nog verder het water in als om de Zee te tarten. Dit wordt de zwaarste aanval tot nog toe. Ik leg mijn wapen neer voor mijn borst en wacht af. Met veel geweld buldert ze op me af. Ik draai me om. Ze hapt toe. Ik spring!
Half verdwijn ik in de gulzige mond van de Zee. Dan vlieg ik naar voren. Ik wordt opgetilt. Ik glij vooruit op de tong van de Zee. Voordat ik wordt verzwolgen gunt de Zee mij een blik in haar wereld. Ik zie het eeuwige gevecht van de branding een meter onder mij plaatsvinden. Met toenemende vaart naderen we het strand. De Zee bruist in mijn oor. "Dat is jouw plaats, dit is de mijne!", roept ze me schuimbekkend toe. Ze gooit me naar voren en hapt toe! Ik schuif het strand op. Met een mond vol zand trekt de Zee zich terug.
Ik lach haar toe ren achter haar aan.
Het wordt weggeveegd en weer teruggegooid door de wind. Ik heb mijn handdoek nog maar net neergelegd en het het veranderd al in een duin. Ik ga op mijn handdoekduin zitten en begin een der eerste levensbehoeften over mijn lijf te smeren: zonnebrand. Fijne zandkorrels vliegen tegen me aan terwijl ik mezelf inwrijf. Langzaamaan verandert het smeren in schuren. Wanneer ik klaar ben kijk ik weer op naar het strand. Een smalle, witte strook zand kromt over enkele kilometers om de zee heen, die er ruw tegenaan beukt. Het is warm. Zand plakt over mijn hele lijf. Mijn kleren zijn er inmiddels half onder bedolven.
Zee
Wat een contrast is het koele, bruisende water van de Zee met de korzelige wereld van het strand. Genietend loop ik een golf tegemoet die op me af rolt. Met een geweldige klap wordt ik herinnerd aan de eindeloze kracht van de Zee.De golf die me eerst met schuimend witte tanden leek toe te lachen veegt me terug het zand op. Ik bedenk me dat de Zee nooit lacht. Ze grijnst.
Ik grijns terug. Gewapend met een bord van hard schuim trotseer ik de Zee. De eerste golf loop ik doorheen. De tweede spring ik overheen. Ik lach in afwachting op de derde aanval die ik verderop al zie opdoemen. Ik loop nog verder het water in als om de Zee te tarten. Dit wordt de zwaarste aanval tot nog toe. Ik leg mijn wapen neer voor mijn borst en wacht af. Met veel geweld buldert ze op me af. Ik draai me om. Ze hapt toe. Ik spring!
Half verdwijn ik in de gulzige mond van de Zee. Dan vlieg ik naar voren. Ik wordt opgetilt. Ik glij vooruit op de tong van de Zee. Voordat ik wordt verzwolgen gunt de Zee mij een blik in haar wereld. Ik zie het eeuwige gevecht van de branding een meter onder mij plaatsvinden. Met toenemende vaart naderen we het strand. De Zee bruist in mijn oor. "Dat is jouw plaats, dit is de mijne!", roept ze me schuimbekkend toe. Ze gooit me naar voren en hapt toe! Ik schuif het strand op. Met een mond vol zand trekt de Zee zich terug.
Ik lach haar toe ren achter haar aan.
Sunday, January 21, 2007
"Hi! I'm Molly! How are you!?"
Als Amsterdammer heb ik mezelf aangeleerd om wantrouwig te zijn tegenover overenthusiaste mensen die je spontaan aanspreken. Meestal proberen ze je een goed doel aan te smeren (Donder op met je Prins Bernardfonds!). Ik antwoord dan ook met een opgetrokken wenkbrouw, een sarcastisch glimlachje, vragende ogen en met het eloquente 'Alright'. Molly staat voor me heen en weer te stuiteren en stelt de ene vraag na de andere. Ik antwoord geduldig, kaats de standaard vragen terug en wacht het moment af dat ze iets begint te promoten. Dat doet ze niet, maar wat is ze ongelofelijk vrolijk. Ik dans een minuutje met haar. Dan ziet ze iemand anders en ze stuitert weer verder.
Ik ben in de Brighton Bar in Sydney BD samen met Josh, zijn vriendin Amy, zijn neef James en de aanhang van James; drie meisjes wiens namen ik door de muziek niet kan horen. Ik noem ze dus maar Glasses, Curly en Weird Chick. Glasses heeft een schattig nerdbrilletje dat te laag op haar neus zit en ze vind James leuk. Curly heeft lang, klurrelnd haar, is verlegen en vind James ook leuk. Weird Chick giet de restanten van alle oude biertjes in een leeg bierflesje. Ik drink het op.
Het is rokerig, de muziek is slecht, het bier is duur en het is net niet druk genoeg. Mijn eerste avond uit in Sydney. Het is perfect!
Een uur hiervoor heb ik in het park de Sydney Symphony zien optreden. Jaarlijks houden ze daar een gratis concert. Zo'n honderdduizend mensen hebben hun picknickkleedje neergelegd om naar de creme de la creme van de Australische muziek te luisteren. De sfeer is heel gemoedelijk. Ik kijk omhoog. Een reusachtige zwerm vogels vliegt heen en weer over de boomtoppen. Het zijn er zeker duizenden. Rik vertelt me dat het vleermuizen zijn.
Tijdens de finale van het laatste stuk worden kanonnen afgeschoten en prachtig vuurwerk vliegt de lucht in. De pijlen zijn perfect getimed op de muziek, waardoor de denderende finale van het laatste stuk een lust voor oog en oor is.
Als het is afgelopen begeven honderdduizend mensen zich weer naar hun huizen. Ik ga naar de Brighton Bar, waar Molly en Weird Chick op me wachten.
Het was een mooie avond.
Als Amsterdammer heb ik mezelf aangeleerd om wantrouwig te zijn tegenover overenthusiaste mensen die je spontaan aanspreken. Meestal proberen ze je een goed doel aan te smeren (Donder op met je Prins Bernardfonds!). Ik antwoord dan ook met een opgetrokken wenkbrouw, een sarcastisch glimlachje, vragende ogen en met het eloquente 'Alright'. Molly staat voor me heen en weer te stuiteren en stelt de ene vraag na de andere. Ik antwoord geduldig, kaats de standaard vragen terug en wacht het moment af dat ze iets begint te promoten. Dat doet ze niet, maar wat is ze ongelofelijk vrolijk. Ik dans een minuutje met haar. Dan ziet ze iemand anders en ze stuitert weer verder.
Ik ben in de Brighton Bar in Sydney BD samen met Josh, zijn vriendin Amy, zijn neef James en de aanhang van James; drie meisjes wiens namen ik door de muziek niet kan horen. Ik noem ze dus maar Glasses, Curly en Weird Chick. Glasses heeft een schattig nerdbrilletje dat te laag op haar neus zit en ze vind James leuk. Curly heeft lang, klurrelnd haar, is verlegen en vind James ook leuk. Weird Chick giet de restanten van alle oude biertjes in een leeg bierflesje. Ik drink het op.
Het is rokerig, de muziek is slecht, het bier is duur en het is net niet druk genoeg. Mijn eerste avond uit in Sydney. Het is perfect!
Een uur hiervoor heb ik in het park de Sydney Symphony zien optreden. Jaarlijks houden ze daar een gratis concert. Zo'n honderdduizend mensen hebben hun picknickkleedje neergelegd om naar de creme de la creme van de Australische muziek te luisteren. De sfeer is heel gemoedelijk. Ik kijk omhoog. Een reusachtige zwerm vogels vliegt heen en weer over de boomtoppen. Het zijn er zeker duizenden. Rik vertelt me dat het vleermuizen zijn.
Tijdens de finale van het laatste stuk worden kanonnen afgeschoten en prachtig vuurwerk vliegt de lucht in. De pijlen zijn perfect getimed op de muziek, waardoor de denderende finale van het laatste stuk een lust voor oog en oor is.
Als het is afgelopen begeven honderdduizend mensen zich weer naar hun huizen. Ik ga naar de Brighton Bar, waar Molly en Weird Chick op me wachten.
Het was een mooie avond.
Subscribe to:
Posts (Atom)
