De metro is mijn favoriete vorm van openbaar vervoer. Het komt doordat het onder de grond zit. Geen enkel metrostation heeft ooit de drukkende invloed van de aarde boven je hoofd kunnen verhullen. De koude, onvergevelijke neonverlichting. De viezige winkeltjes. De grijze, betonnen vloer. De roltrappen die onverstoord door blijven rollen. In een metrostation is alles onpersoonlijk en ongezellig. Zou een groep wijze mannen ooit om de tafel gaan zitten om het tegenovergestelde te ontwerpen van een gezellig huis met snorrende poes en opengeslagen krant, dan zouden ze een metrostation maken.
Dit beinvloed de mensen daar. Zelfs de vrolijkste mensen worden stil en introvert in de metro. De massa mensen loopt zo snel mogenlijk door het station heen om op het perron te komen. Ledematen zwaaien niet maar plakken strak op het lichaam. De schouders stijf. Iedereen maakt een soort compacte kogel van zichzelf om zo snel mogenlijk door de massa mensen heen te kunnen schieten. Op de roltrap neemt iedereen een aftand van twee treden in acht en doet zijn best om naar de muur, zijn voeten of tas te staren, maar vooral niet naar elkaar. Oogcontact is de hoogste vorm van agressie op een metrostation. Als per ongeluk twee blikken elkaar kruisen dan kijkt men snel weg, beschaamd en verward door dit plotselinge contact.
Onafhankelijk van hoeveel mensen er op het perron staan, het is er altijd even stil. Iedereen is in zichzelf gekeerd, nadenkend over waar men heen gaat of vandaan komt, kijkend op de klok om uiting te geven aan hun ongeduld. Een paar mensen lezen een boek. Het is een statement van nonchalance. De boekenlezers zeggen: 'Het zal me worst wezen waar ik ben, ik hou niet op met doen wat ik doe en wat ik doe is geweldig interessant en intellectueel'. Als ik zelf probeer om een boek te lezen terwijl ik op de metro wacht (ik straal graag hetzelfde uit), raak ik constant afgeleid door andere mensen en hun trekjes of door de reusachtige reclameposters die aan de tunnelwand hangen.
Wanneer de metro arriveert, kiest men een deur en wacht totdat hij open gaat. Hierbij neemt iedereen dezelfde, compacte houding aan als bij het lopen door het station. Ondertussen kijken we onze lotgenoten vooral niet aan. Het enige contact dat nu geoorloofd is, is schouder-schouder contact, maar alleen per ongeluk. Alles dat langer dan een seconde duurt is een grove inbreuk op de privacy. De atmosfeer is er een van desinteresse, ongeduld en nervositeit. Niemand voelt zich echt op zijn gemak.
Als men in de metro zit is de sfeer iets ontspannener. Aanvankelijk is er een verwarring over waar men gaat zitten of staan, maar zodra de plek gevonden is slaakt het lichaam een zucht van verlichting. De schouders ontspannen wat en de ogen schieten niet meer nerveus heen en weer. De frustratie van het moeten wachten is verdwenen. Waar we ook naar toe gaan, we zijn in elk geval onderweg.
Kijk eens rond. Een dame zit met gevouwen handen in de hoek van een bankje. In de andere hoek zit een reusachtige jonge kerel die naar zijn ipod luistert. Het is zo stil dat we allemaal de beat van de muziek horen. Een man in strak pak en met een krant onder zijn oksel leunt tegen een silvergrijze steunbuis aan. Kijk naar hun gezichten. Niet te lang, want dan kijken ze misschien terug, maar kijk naar de uitdrukking. De blik op het gezicht van de metroreiziger is vaak een mengsel van serieus en sereen. Zelden kijkt men echt ergens naar. De blik rust op een vast punt. Iedereen lijkt in een staat van overpijnzing, alsof deze korte reis in de metro het uitgelezen moment is om problemen te overdenken of om met diepe, filosofische gedachten te worstelen.
De metro stopt bij een station. Een vrouw in roze trui staat in mijn weg. Ik tik lichtjes de punt van mijn boek op de onderarm van de vrouw om aan te geven dat ik er, altublieft, langs wil. Met een schok, alsof ze een klap heeft gekregen, trekt de vrouw haar arm terug. Ze kijkt me verwilderd en verontschuldigend aan. Haar blik vraagt vergiffenis voor het ongemak waar ze me aan heeft blootgesteld. Ik loop haar voorbij om me bij de massa te voegen die uit de metro stroomt. Als ik omkijk zie ik de vrouw in roze trui weer voor zich uit staren, terug in de maalstroom van gedachten waar ik haar even uit had getrokken.
Friday, June 1, 2007
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

4 comments:
Mooi verhaal thijs! erg leuk om te lezen. hoe gaat het met de plannen?
gr k
jezus goed verhaal! zo is het echt, vooral met die boeken en die schichtige mensen. Je trekt je lezer helemaal die sfeer in en geeft dan je eigen twist eraan. Op treinstations is de sfeer inderdaad anders, veel rustiger en communicatiever. Timotheus
Mooi getroffen die sfeer! Was vandaag nog in de metro en merkte dat het echt zo gaat.Een eyeopener!Je hebt dat zeer fijntjes geobserveerd. Bedankt!
Mariette
Om eerlijk te zijn ben ik zo iemand met een boek. Het grote probleem hiervan is: als het boek echt spannend is wil je de metro of de juiste halte nog wel eens missen.
liefs,
Bette
ps. wist je dat we helemaal geen meto hebben in Zuid-Afrika?!
Post a Comment