Stel je voor: Je bent een reus.
Je bent zo groot dat een volwassen mens net groot genoeg is om je teennagel schoon te maken. Met je hoofd op zo'n afstsand van de aarde heb je een formidabel uitzicht.
Je kijkt uit over een woestijn. Overal waar je kijkt zie je de beige kleur van schoon zand. Behalve.... wat is dat daar? Een donkere vlek in de verte. Als je beter kijkt, zie je dat er meerdere vlekken zijn. Met enkele reuzenpassen loop je dichterbij om dit te onderzoeken. Plotseling zie je wat je al eerder had kunnen zien: De donkele vlek beweegt! 'Hoe is dit mogenlijk?', vraag je je af terwijl je nog dichterbij komt. En dan hoor je het. Het klinkt als ruis, maar als je een seconde langer luistert ontdek je dat het het geluid is van honderden, nee duizenden voetstappen. Het is het gecombineerde geklipperklapper van kleine voetjes op het zand.
Je staat nu naast de vlek en kijkt naar beneden. Duizenden mensen vluchten voor je voeten vandaan. Een reusachtig leger dat voor jou wegrent. Je kijkt rond en ziet dan de andere vlekken, nee legers, ook wegrennen. Ze willen allemaal zo ver mogenlijk van je vandaan blijven. Verbijsterd staar je ernaar. Zo ongelovelijk veel mensen bij elkaar dat ze een donkere schaduw op het zand lijken. Je hebt er nog nooit zoveel gezien. Het zijn er zeker honderduizenden, misschien wel een millioen. Allemaal in verschillende legers verzameld, allemaal bewegen ze ergens naartoe, zo ver mogenlijk van je vandaan.
De vlucht van een reusachtig leger. Daar leek het op toen ik vandaag mijn kajak op een zandbank sleepte en daar zwermen van honderduizenden krabbetjes zag, die naarstig bij mij uit de buurt probeerden te blijven. Het was een waanzinnig gezicht. Zo veel wezentjes bij elkaar verzameld. En dan de kleur! De hadden een bijna kogelrond en diepblauw lichaam. Ik voelde me als een reus waarvoor een reusachtig leger wegvluchtte. Nee..., ik WAS een reus waarvoor een reusachtig leger wegvluchtte!
Het moge duidelijk zijn dat de kajaktoch die ik vandaag heb gemaakt met Richard, mijn engelse rijsgenoot die ik meeneem naar Frasier Island, fabelachtig was. Behalve krabben hebben we pijlstaartroggen en wedgetailed eagles (na de Albatros de grootste vogel van het zuidelijk halfrond) gezien. En we hebben ons helemaal kapotgekajakt.
Ik heb gehoord dat Frasier Island nog mooier is.
Thursday, March 1, 2007
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

3 comments:
lieverd,
een reusachtig verhaal, fijn dat je een reisgenoot hebt! Ga je nog duiken?
Weet je wat ik zie als ik gedronken heb....allemaal beestjes!
Hoe kom je aan dat gedichtje? nederlanders ontmoet?
Mariette
Ik wil fotosssssss zien!!!
En pas op voor die roggen he ;)
Helaas had ik mijn camera niet bij me op de kayaktoch. Met al dat zoute water meende ik dat het ding beter af was in mijn rugzak in de hostel. Geen foto's voorlopig ook vanwege gebrekkige technologie.
Gedichtje heb ik zelf bedacht en dus maar opgeschreven. Ik vond het grappig klinken als je het snel opzegd.
Post a Comment