Dan doet hij weer een poging om zijn gedachtes bij elkaar te rapen. Hij was uitgenodigd door een volledige vreemdeling. Hij kende niemand op het feest en iedereen daar was toeterbezopen. Hij had aan een tafel midden in de kamer gezeten. Het had gevoeld alsof hij in het oog van een alcoholische wervelwind zat. Rond de tafel vielen mensen over elkaar heen. Stoeipartijen en hysterisch gelach en vrijages leidden hem af van het gesprek dat hij probeerde te voeren met een middelmatig mooi en vrij nietszeggend meisje.
Ze had haar haar in een knot op haar hoofd gebonden. Een paar lokjes haar zaten niet in het knotje en krulden over haar slaap heen, voor haar oren langs. Het waren deze pijpenkrulletjes geweest die hem in haar hadden aangetrokken. Helaas waren die paar lokjes haar de enige charme van dit meisje wiens naam hij de hele avond, keer op keer weer was vergeten en ook nu niet meer in herinnering kon roepen.
Waarom was hij met haar blijven praten? Om dezelfde reden dat hij bier was blijven drinken. Je moet iets doen om de avond vooruit te stuwen. Ook al was het meisje duidelijk niet geinteresseerd in hem geweest en ook al ging het gesprek moeizaam en werd het steeds incoherenter naarmate de avond en het alcoholpromillage vorderden, hij had zich aan haar vastgeklampt alsof ze de redding van zijn avond was. Juist hierdoor was ze precies het tegenovergestelde. Dit overdenkend besefte hij wederom hoe gebrekkig een geheugen kan zijn, want hoewel hij zich duidelijk de gevoelens van de moeizaamheid van het gesprek kon herinneren, had hij geen flauw idee waar ze het over habben gehad. Het was waarschijnlijk weinig indrukwekkend want toen hij haar deze ochtend weer zag, was ze niet bijster enthausiast.
Ze zat aan de rand van het zwembad, voeten in het water, terwijl ze een boek las.
'Hoi' zei hij. 'Hey' zei ze, opkijkend van haar boek. 'Hoe voel je je?' vroeg hij, doelend op een kater. 'Gaat'. Na dit antwoord keek ze weer haar boek in. 'Is het een leuk boek?' vroeg hij, merkend dat ze meer geinteresseerd was in het boek dan in hem. 'Nee, eigenlijk niet. Ik probeer er al een maand doorheen te komen en ik loop steeds vast, maar ja...' zei ze met een gebaar van machteloosheid 'het is het enige boek dat ik bij me heb'. Na dit gezegd te hebben keek ze weer terug haar boek in.
'Wat een trut', dacht hij bij zichzelf. Meer geinteresseerd zijn in een slecht boek dan in hem was in zijn ogen een halsmisdaad. Hij ging er altijd prat op, in zijn eigen hoofd althans, dat hij een buitengewoon interessant persoon was. Hij had verschrikkelijk veel leuke dingen te vertellen, maar hij was altijd teleurgesteld dat slechts weinig mensen er naar vroegen. Hij vergat in zijn overweging mee te nemen dat hij ook onuitgenodigd zijn geweldig interessante verhalen zou kunnen vertellen en dat, boeiend en intelligent als zijn vertellingen zijn, men ongetwijfeld aan zijn lippen zou hangen ondanks het feit dat ze hier niet specifiek om gevraagd hadden. Het meisje had er gisteren niet naar gevraagd en hij had haar niets interessants verteld. Hij zou het onthouden hebben als dat het geval was geweest, verzekerde hij zichzelf.
Nu hij wat langer over haar nadacht besefte hij ineens iets anders dat hem gisteravond geergerd had: Ze had, toen men besloten had het feest te verlaten, hand in hand gelopen op de terugweg met een jongen die ze daar was tegengekomen. Terwijl hij de hele avond klaar had gestaan om haar te overweldigen met zijn brilliante anecdotes of met zijn goeddoordachte visies op hedendaagse politiek, terwijl hij de hele avond haar saaie verhaaltjes had aangehoord waar hij, op zijn beurt, de obligate standaardantwoorden op gegeven had, terwijl hij de hele avond in haar gezelschap had doorgebracht, komt er aan het einde van de avond, als hij even niet kijkt, een of andere dronken mannetjesputter aangelopen die haar hand pakt en met haar wegloopt! Hoe kan het zijn dat een intelligente, aardige en, bij vlagen grappige jongen als hijzelf een hele avond besteeds aan een saai meisje en er niets aan over houdt, behalve dan dat vernederende gesprekje bij het zwembad vanmorgen? Hij kon zijn goed ontwikkelde brein hier niet omheen krijgen.
Enigzinds gedeprimeerd staarde hij naar de mieren die, ongestoord door dit soort ideeen, druk aan het rondrennen waren door het gras.
Tuesday, March 6, 2007
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

No comments:
Post a Comment