Australie is allemaal leuk en aardig en warm, maar de kost moet ook verdiend worden. Ik ben dan ook naarstig op zoek naar een baantje in een keuken of achter een bar in Byron. Helaas is de grote vakantie in Australie net op zijn einde aan het lopen in Australie (Ella's eerste schooldag was vandaag) en dus zijn veel restaurants juist personeel aan het lozen. Gelukkig heb ik wel voor twee dagen in de week een baantje op de bananenplantage van Craig, waarmee ik weekelijks toch 200 austalische dollars binnensleep, wat voor nederlandse standaard een hongerloontje is, maar voor hier redelijk.
Craig is een echte hippie en surfdude er bovenop. Elke ochtend voordat hij naar de farm gaat surft hij eerst een uurtje. Surfen en werken..., dat is het echte leven. Hij heeft lang, warrig, blong haar dat hij onder een basketbalpetje verstopt. Een blond sikje siert zijn smalle gezicht en als hij geen zonnebril opheeft kijken zijn ogen vrolijk, zij het wazig, de wereld in. Zijn manier van praten verraad dat hij een absolute stoner is, of geweest is. Kortom..., een echte dude.... and he's going banana's. Hij probeert de wereld een betere plek te maken door biologisch te farmen, wat een harde klus is. Terwijl we in zijn fourwheeldrive het primitieve, hobbelige zand- en steenpad naar zijn plantage oprijden ('Yeah man, it's real third world up here'), over bruggetjes die uit losse planken bestaan, en bijna dwars door de jungle heen, doemen de bananenplanten op. Craig vertelt me over de moeilijkheden van het organic farmen. Als je organic wil zijn, mag je geen onkruidverdelger gebruiken. Hij wijst naar de de grond tussen de bananenplanten. Niets groeit er tussenin. Als we later zijn plantage oprijden zie ik het probleem: overal, maar dan ook overal tussen de banenenplanten, avocadobomen, de citroengrasplanten, de mangobomen, de papayabomen, de ananasplanten en de sweet potatoes, tussen alles wat hij kweekt zijn meters onkruid. Hoog gras dat alle voedingsstoffen uit de grond trekt.
Hij geeft me een korte rondleiding. We lopen een eind tegen de helling op waarop zijn plantage ligt. Ik moet uitkijken waar ik loop, zegt craig me. Het stikt hier van de 'brownsnakes', dodelijk giftige slangen die graag in het zonnetje liggen. Ze zijn niet aggresief, maar ga niet op ze staan. Paranoia stadsjongen als ik ben, vertraag ik gelijk tot de helf van mijn snelheid om elk stuk grond te scannen waar ik stap. We komen uit bij het hoogste stuk van zijn farm. Ik kijk uit over een prachtige vallei. In de verte zie ik de groene veeweiden, voor me de bananenvelden en ertussenin de subtropische jungle. Verder de berg op is een klif van zeker 40 meter hoog. Craig wijst naar zijn avocadobomen naast ons. Ze zien er belabberd uit. Ze worden verstikt door het onkruid zegt hij. Als we teruglopen en ik even niet naar de grond kijk, zie ik net boven ooghoogte een gigantisch spinnenweb. In het midden zit een reusachtige spin. Een enorme, witte bol van zeker twee centimeter omtrek vormt het lichaam en smalle, zwartrode poten rusten in het web. Het is de grootste spin die ik ooit in het wild gezien heb. "WOW!", roep ik. "Look at the spider..., that's HUGE!". Craig lacht. "Ha! yeah..., look over your head man". Ik kijk naar boven. Tien centimeter boven mijn hoofd zit een zelfde soort spin, bijna twee keer zo groot. Ik schrik, stap snel een paar passen naar voren en ril even. "Yeah, you'll walk into a couple of those" zegt Craig vrolijk. Overal zijn beesten en insecten. Waar ik ook kijk, ik hoor er iets bewegen of ziek iets wegschieten. Ik voel me niet op mijn gemak.
Na de rondleiding krijg ik een grasmaaimachine opgeknoopt (Zo'n ding met een sterke, plastic draad dat heel snel ronddraait om onkruid mee te snoeien. Als jullie het nederlandse woord weten hoor ik het graag) en ga ik onkruid maaien. Ik verklaar het gras de oorlog. Op veel plekken is het hoger dan een meter. Ik ben goed bewapend en ik ga ervoor. De machine maakt veel lawaai en ik voel me wat veiliger met dit afschikapparaat in mijn handen. Ik zie inderdaad vrij veel van die spinnen. Goldenorbs worden ze genoemd. Een keer loop ik dwars door een web heen. Het is het stevigste web dat ik ooit heb gevoeld en het spant zeker over twee meter, tussen twee bomen door. De spin die er in zat loopt nijdig een van de bomen in.
Na een uur begin ik me te beseffen wat een ongelofelijk, belachelijk, reusachtig en eindeloos karwij het is om het onkruid te wieden. En eigenlijk zou je het met wortel en al er uit moeten trekken, wat nog 20 keer langzamer zou gaan. Want op deze manier is het in een week weer bijna helemaal teruggegroeid, vertelt Craig me. Ik blijf dapper aan de gang. Aan het einde van de dag heb ik een vrij groot stuk, wat eerst totaal overwoekerd was, gemaaid. Maar ik heb ook een dag lang benzine lopen verbranden. En om zo'n maaiapparaat te maken zal ook wel wat vervuiling nodig zijn. Ik vraag me af wat beter is voor met milieu; Maaien of, met 20 minuten arbeid, wat onkruidverdelger strooien? Craig heeft grote moeite om te overleven op deze manier. Meestal werkt hij alleen op de plantage. Het is het hele jaar door hard werk en hij draait net quitte. 'Gelukkig' waren bijna alle bananen in Austarlie verwoest vorig jaar en kon hij zijn bananen voor 20 dollar per kilo (!) verkopen. Maar om winst te maken met zijn plantage moet er een hoop gebeuren. Organic farming is eigenlijk gekkenwerk. Je spendeert 5 keer zoveel geld aan mest, omdat kunstmest natuurlijk niet mag, je bent VEEL tijd kwijt aan onkruid verdelgen en het is nooit genoeg. Daar bovenop doen je planten en bomen het ook nog eens slechter vanwege dat onkruid.
Aan het einde van de dag halen we de bananen op die klaar waren om opgehaald te worden. Elke week is er een lading. Een bananenplant volgroeit in ongeveer een jaar (iets langer) en maakt een grote banenenbloem (bananen groeien als een bloem), waarboven een reusachtige tros bananen hangt. Tegen de tijd dat de bananen opgehaald kunnen worden is er alweer een nieuwe scheut in de groei die in 6 maanden tijd ook weer een bananentros heeft hangen. Elke tros, of bloem, heeft dus zijn eigen plant, die wordt omgehakt als de banenen geleverd zijn. Ze groeien het hele jaar door. Ik zit achterin de truck terwijl Craig me van tros naar tros rijdt zie hij heeft afgehakt. Heerlijk om achter in een truck te zitten, die over ruwe, stijle paden rijdt, terwijl ik uitkijk over een prachtige, subtropische vallei en tegen een geweldige rotsklif. Af en toe stoppen we en dan til ik de enorme trossen bananen de achterbank in.
Op de terugweg koop Craig twee flessen XXXX bier (fourecks beer. het is bocht) en een zak chips. We chillen nog even op een uitkijkpunt, waar we een banaan eten. Ze zijn heerlijk zoet. Als ik weer terug ben bij Simon en Emma laat ik het bad op de veranda vollopen en kijk naar de zonsondergang.
Tuesday, January 30, 2007
Subscribe to:
Post Comments (Atom)

1 comment:
PROOST!
have a beer, durf je wel, op de veranda in bad met een biertje en uitzicht op ondergaande zon.
hier alles goed.MB
Post a Comment