Vanacht werd ik geteisterd door irrelevante gedachten. Stoppen kan ik het niet. Nerveus denk ik door.
Taal. Daar dacht ik net aan. Woorden. Zeg een woord vaak genoeg en het begint belachelijk te klinken. De betekenis ebt weg en slechts de klank blijft over. Dan kom je er ineens acgter hoe gek het is dat we met zijn allen bepaalde keelklanken betekenis geven.. Want wat is een woord nou behalve een gezamelijke afspraak om dat geluid een betekenis, een beeld of kleur of gevoel mee te geven?
Hoe onnauwkeurig dit werkt kan makkelijk worden aangetoond. Denk aan een tuin. Sluit nu even de ogen en denk aan een tuin. Ziet u het voor u? Hoe zag het er uit? Was het uw achtertuin waar u aan dacht? Of de tuin van uw grootvader met dan onberispelijke gazon? Of was het een soort fantasietuin met de meest mooie lentebloesems en zoemende bijen? Wat u ook zag, het was een uiters persoonlijke voorstelling. Een voorstelling die niet met die van vrienden of zelfs naatste familie zal overeenkomen. Iedereen creëert een ander beeld als hij over een tuin denk en toch... Toch gebruiken we allemaal dit woord elke dag opnieuw en zélfs met al die uiteenlopende, individuele definities die bestaan, lijken we elkaar te begrijpen als we het over een tuin hebben. We weten wat een tuin is.
Wat is dat dan?
Zijn het de bloemen en de planten, met zorg en liedfe geplant, die een tuin maken? Is het de aarde waarin ze wortel schieten? Zijn het de wormen die in de aarde rondwurmen en haar zo van zuurstof voorzien? Is het het gazon? De bijtjes of de heg? Of..., zijn het al deze begrippen samen die een tuin maken? Zonder plant of aarde heb je toch zeker geen tuin? Nee. Een tuin heeft al deze componenten nodig om zichzelf te definiëren.
Wat voor waarde heeft het begrip 'tuin' eigenlijk nog als het al die componenten nodig heeft om te zijn? Laat me het uitleggen: Al die aarde en planten en wormen in de grond en het gazon en die heg... Al die dingen maken samen een tuin. Maar andersom werkt dat niet! En tuin maakt geen plant, gras of worm. Het is slechts een verzamelnaam van al die dingen. Toch behandelen we het als een ding, een entiteit op zich. Zo hebben we eigenlijk iets nieuw gecreëert.
Dit moet. De mens moet werken met deze voorstellingen, met deze eigenlijk niet bestaande entiteiten. De tuin is een zelfgemaakt ding, een illusie. In feite is er slechts aarde, wat planten, het gazon en de heg. Losstaande dingen die wij samen 'tuin' noemen. Zo is elk woord slechts een vagelijk omlijnd iets. Een zelfgemaakt ding dat in feite niet bestaat. Ook de aarde, de planten, het gazon en de heg zijn slechts beelden die we in deze keelklanken gegoten hebben. Algemene benamingen in een specifieke wereld. Met deze met betekenis bezwangerde klanken, vormen en benoemen we de wereld om ons heen.
Zo creëert de taal een illusoire wereld voor mensen. Een wereld die we nodig hebben om dat wat buiten die illusie ligt te raken. Taal is ons hulpmiddel hiervoor. Het is het belangrijkste stuk gereedschap in de gereedschapskist van de mens.
Wednesday, September 19, 2007
Monday, August 6, 2007
Ik kom naar huis
Geveld door ziekte kom ik woensdag naar huis op advies van de dokter. Ik had mijn vlucht naar China al gemist en om alsnog te gaan zou onverstandig en onhandig zijn. De dokter heeft er tegen geadviseerd, dus ik besluit maar eens om verstandig te doen. Mijn zwervingen zijn op een einde gelopen. Morgen heb ik nog een laatste dag om te winkelen in Bangkok en dan stap ik even na middernacht op het vliegtuig.
Ik had niet zo willen thuiskomen, maar nu ik de stal ruik, ben ik er stiekum ook wel blij om. Bruine boterhammen met kaas of gekookte worst, bier in 'De Spuyt', een warm bad, hetzelfde bed voor langer dan een week. En fietsen door Amsterdam, die mooie stad.
Ik kom er aan
Ik had niet zo willen thuiskomen, maar nu ik de stal ruik, ben ik er stiekum ook wel blij om. Bruine boterhammen met kaas of gekookte worst, bier in 'De Spuyt', een warm bad, hetzelfde bed voor langer dan een week. En fietsen door Amsterdam, die mooie stad.
Ik kom er aan
Friday, July 27, 2007
Ko Phangan
Wacht op een vallende kokosnoot
Wiegend fruit in de zon
Water gutst het strand op en
Uit mijn oksel
Slome plakkerigheid die niet vies is
Een biertje
Of niet
Of toch
Het maakt ook niet uit eigenlijk
Warme wind kietelt het gezicht in een glimlach
Dit eiland is decadente vakantie in een hangmat.
Ko Phangan.
Een beetje duiken, een beetje luieren, een beetje zwemmen, een beetje rondsjeezen op de scooter, een beetje dutten, een beetje drinken, een beetje poolen, een been zonnen, een beetje lezen, een beetje schrijven, een beetje dit, een beetje nog meer dit omdat het wel leuk wat, een beetje dat. Een beetje van alles wat, maar vooral niet te veel.
Wiegend fruit in de zon
Water gutst het strand op en
Uit mijn oksel
Slome plakkerigheid die niet vies is
Een biertje
Of niet
Of toch
Het maakt ook niet uit eigenlijk
Warme wind kietelt het gezicht in een glimlach
Dit eiland is decadente vakantie in een hangmat.
Ko Phangan.
Een beetje duiken, een beetje luieren, een beetje zwemmen, een beetje rondsjeezen op de scooter, een beetje dutten, een beetje drinken, een beetje poolen, een been zonnen, een beetje lezen, een beetje schrijven, een beetje dit, een beetje nog meer dit omdat het wel leuk wat, een beetje dat. Een beetje van alles wat, maar vooral niet te veel.
Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.
Er woont een filosoofje in mijn hoofd. Iemand die alles wat ik zie in een gedachtenmaalstroom gooit, er in roert en er af en toe iets uit vist. Soms zit ik stil, staar naar een punt en denk na. Gewoon denken kan heerlijk zijn, zeker met een filosoofje in je hoofd. Want dat filosoofje kan een of ander idee in die maalstroom gooien en, als verf in water, neemt het geheel dan de kleur van dat idee aan.
Ga een op een terrasje zitten, kijk om je heen naar al die mensen die van een drankje genieten of die druk met elkaar in gesprel zijn. Kijk naar de rondrennende obers. Zie ze zweten. En dank dan: 'pikorde'. Neem eens de tijd om te kijken naar de sociale hierarchie. Elke groep heeft er een. Leun terug in je stoel en laat je ogen het werk doen. Zie je nu wie het alfa-mannetje is in elke groep? Wie is er dominant, wie niet en wie wil het zijn? Kijk naar de gebaren van groepen die met elkaar in gesprek zijn. Wat eerst gewoon een geanimeerd gesprek tussen twee vrienden is, is plotseling een machtstrijd om de dominante positie in de groep. Na twee minuten druipt er een af en haalt de drankjes.
Gooi er nog een blik doorheen en ga op zoek naar Pavlof-reacties. Kijk! Zag je dat? Hoe die jongen daar over zijn lippen likte toen de ober met een tree bier voorbij liep? En die groep luidruchtige jongens daar? Ik plens een blik baltsgedrag door mijn gedachtenstroom en zie nu alles in dit licht. Het is een schreeuw naar aandacht. "Kijk naar mij dames! Kijk!". Elke blik en beweging die ik hier zie krijgt zo een andere betekenis. Het hele terras is zo veranderd in een groep apen.
Wat een lol is er te beleven met dit soort verfmengen. Ik geef de wereld de ene kleur na de andere. De kunst is om op tijd op te houden. Anders wordt alles bruin.
Ga een op een terrasje zitten, kijk om je heen naar al die mensen die van een drankje genieten of die druk met elkaar in gesprel zijn. Kijk naar de rondrennende obers. Zie ze zweten. En dank dan: 'pikorde'. Neem eens de tijd om te kijken naar de sociale hierarchie. Elke groep heeft er een. Leun terug in je stoel en laat je ogen het werk doen. Zie je nu wie het alfa-mannetje is in elke groep? Wie is er dominant, wie niet en wie wil het zijn? Kijk naar de gebaren van groepen die met elkaar in gesprek zijn. Wat eerst gewoon een geanimeerd gesprek tussen twee vrienden is, is plotseling een machtstrijd om de dominante positie in de groep. Na twee minuten druipt er een af en haalt de drankjes.
Gooi er nog een blik doorheen en ga op zoek naar Pavlof-reacties. Kijk! Zag je dat? Hoe die jongen daar over zijn lippen likte toen de ober met een tree bier voorbij liep? En die groep luidruchtige jongens daar? Ik plens een blik baltsgedrag door mijn gedachtenstroom en zie nu alles in dit licht. Het is een schreeuw naar aandacht. "Kijk naar mij dames! Kijk!". Elke blik en beweging die ik hier zie krijgt zo een andere betekenis. Het hele terras is zo veranderd in een groep apen.
Wat een lol is er te beleven met dit soort verfmengen. Ik geef de wereld de ene kleur na de andere. De kunst is om op tijd op te houden. Anders wordt alles bruin.
Thursday, July 19, 2007
Happy Happy, Same Same
Het smerige Bangkok ontvlucht naar een beter oord: Krabi!
Wat een landschap! Stijle rotbergen doemen op om elke hoek. De tropische planten kleven er aan vast als mos op een steen, maar dan duizenden malen groter. Het ziet er onwaarschijnlijk uit allemaal. Om vanuit een betonnen jungle in een echte te komen is een verademing. Alleen al de lucht, de frisse lucht! Wat een luxe, wat een plezier! Om gewoon in te kunnen ademen zonder een hap uitlaatgas binnen te krijgen! Om de natuur in zijn eigen element te zien! Wat een paradijs is het hier ineens!
Er is hier heel veel te zien en te doen. De eerste dag hebben we een wandelingetje gemaakt en werden we begroet door de locale junglebewonders. We dachten dat ze aangetrokken werden door onze charmante uitstraling, maar al snel bleek dat het ze alleen om de verzameling tropische vruchtjes die we gekocht hadden te doen was.

Tycho kon het helemaal goed met ze vinden. Het was weinig gescheeld of hij had nu een nieuwe familie gevonden in een boom aan het prachtige strand van Pralay Beach.

De laatste paar dagen hebben we de duik genomen in de woelige wateren van Krabi. De tropische zee van Zuid-Thailand verkend met duikuitrusting aan. Ik heb het eerder gezegd en ik zal het nog een keer zeggen: Duiken is fenomenaal! Dat compleet onmenselijke ecosysteem van felle kleuren en vreemde vormen blijft de zintuigen prikkelen. We hebben steenvissen en leeuwvissen gezien op een achtergrond van een assortiment zachte koralen. Het gele, vierkante boxvisje probeerde zich tevergeefs te verstoppen voor ons spiedend oog. En Tycho heeft zelf een zwart-wit gestreepte zeeslang en een reuzen-murene mogen aanschouwen (en ik dus, potverdomme, niet). Ik zit nu rozig van zon en zilt achter het scherm dit verhaaltje te typen.
We zullen hier nog wel een paar daagjes zitten aan het strand hier. Ik wordt er zeer 'Happy Happy' van.
Wat een landschap! Stijle rotbergen doemen op om elke hoek. De tropische planten kleven er aan vast als mos op een steen, maar dan duizenden malen groter. Het ziet er onwaarschijnlijk uit allemaal. Om vanuit een betonnen jungle in een echte te komen is een verademing. Alleen al de lucht, de frisse lucht! Wat een luxe, wat een plezier! Om gewoon in te kunnen ademen zonder een hap uitlaatgas binnen te krijgen! Om de natuur in zijn eigen element te zien! Wat een paradijs is het hier ineens!
Er is hier heel veel te zien en te doen. De eerste dag hebben we een wandelingetje gemaakt en werden we begroet door de locale junglebewonders. We dachten dat ze aangetrokken werden door onze charmante uitstraling, maar al snel bleek dat het ze alleen om de verzameling tropische vruchtjes die we gekocht hadden te doen was.

Tycho kon het helemaal goed met ze vinden. Het was weinig gescheeld of hij had nu een nieuwe familie gevonden in een boom aan het prachtige strand van Pralay Beach.

De laatste paar dagen hebben we de duik genomen in de woelige wateren van Krabi. De tropische zee van Zuid-Thailand verkend met duikuitrusting aan. Ik heb het eerder gezegd en ik zal het nog een keer zeggen: Duiken is fenomenaal! Dat compleet onmenselijke ecosysteem van felle kleuren en vreemde vormen blijft de zintuigen prikkelen. We hebben steenvissen en leeuwvissen gezien op een achtergrond van een assortiment zachte koralen. Het gele, vierkante boxvisje probeerde zich tevergeefs te verstoppen voor ons spiedend oog. En Tycho heeft zelf een zwart-wit gestreepte zeeslang en een reuzen-murene mogen aanschouwen (en ik dus, potverdomme, niet). Ik zit nu rozig van zon en zilt achter het scherm dit verhaaltje te typen.
We zullen hier nog wel een paar daagjes zitten aan het strand hier. Ik wordt er zeer 'Happy Happy' van.
Friday, July 13, 2007
Cambodia
En we zijn weer terug in Bangkok. Vermoeid, dat zeker, maar ook een hoop ervaringen rijker. Wat is Cambodia een mooi land zeg. Het is moeilijk te geloven dat er niet lang geleden 3 miljoen mensen zijn gedood tijdens het Pol Pot regime, zo prachtig is het land en zo vriendelijk de mensen. Het enige wat wij er van gezien hebben is een toren van bijna 9000 menselijke schedels die zijn opgegraven in de slachtvelden buiten Phnom Penh. Daar werden gevangenen naartoe gebracht om gedood te worden. Veelal met knuppels en bijlen om kogels uit te sparen. Een gewelddadige geschiedenis dus...
In retrospect was het dus ook niet helemaal gepast dat we voor die slachtvelden te bekijken naar een schietbaan zijn geweest om daar met een AK47 (ook wel bekend als de kalashnikof) te schieten. Wat een geweld zit er in zo'n geweer. Dat had ik nooit gedacht. De klap die het geeft als je zo'n kogel schiet. De kracht van de terugslag... Ik had nog nooit met een vuurwapen geschoten, dus mijn enige referentiekader waren de vele films waarin over het scherm heen geknalt wordt. Die doen de realiteit geen recht aan.
De echte attractie van Cambodia was, natuurlijk, Ankor Wat. Dat is een reusachtige Hindu-buddistische tempel (het grootste religieuze gebouw ter wereld zelfs) die in de jungle in het noorden van Cambodia staat. Van De 9e tot de 14e eeuw hebben de Khmer (de cambodianen) zo'n beetje heel Zuid-Oost Azie geregeerd. Grote koningen en veroveraars hebben altijd de neiging om megalomane tempels te bouwen en ook de Khmer waren geen uitzondering op deze regel. Honderden tempels van Zware, zandstenen blokken liggen verspreid door de jungle. Sommigen half opgegeten door de tropische planten en bomen, wat een unieke uitstraling geeft. Zo zijn we in 'The Green Temple' geweest, die helemaal overgroeid is. In die tempel zijn vele films zoals de kwaliteisfilm 'Tombraider', gefilmt. Dikke wortels die over eeuwenoude reliefen heen groeien en langzaam de stenen muren kapotpeuteren... Het ziet er uit zoals in fantasiefilms en stripboeken.
We hebben ons door twee cambodiaanse jongens op scooters laten rondsjeezen van tempel naar tempel naar dorpje. De warme, tropische lucht op ons voorhoofd (inmiddels zwaar verbrand) en het voorbijsnellende, groene landschap waren al een ervaring op zich. Het is een goeie manier om het land te zien. De rijstvelden. De bruine rivieren waar kinderen in badderen. De 'benzinestations' waar flessen whiskey met diesel staan uitgestald. De armoede tegenover de rijkdom van het land. En dan de eeuwenoude cultuur die zijn stempel op het land gezet heeft. Cambodia is een speciaal land.
In retrospect was het dus ook niet helemaal gepast dat we voor die slachtvelden te bekijken naar een schietbaan zijn geweest om daar met een AK47 (ook wel bekend als de kalashnikof) te schieten. Wat een geweld zit er in zo'n geweer. Dat had ik nooit gedacht. De klap die het geeft als je zo'n kogel schiet. De kracht van de terugslag... Ik had nog nooit met een vuurwapen geschoten, dus mijn enige referentiekader waren de vele films waarin over het scherm heen geknalt wordt. Die doen de realiteit geen recht aan.
De echte attractie van Cambodia was, natuurlijk, Ankor Wat. Dat is een reusachtige Hindu-buddistische tempel (het grootste religieuze gebouw ter wereld zelfs) die in de jungle in het noorden van Cambodia staat. Van De 9e tot de 14e eeuw hebben de Khmer (de cambodianen) zo'n beetje heel Zuid-Oost Azie geregeerd. Grote koningen en veroveraars hebben altijd de neiging om megalomane tempels te bouwen en ook de Khmer waren geen uitzondering op deze regel. Honderden tempels van Zware, zandstenen blokken liggen verspreid door de jungle. Sommigen half opgegeten door de tropische planten en bomen, wat een unieke uitstraling geeft. Zo zijn we in 'The Green Temple' geweest, die helemaal overgroeid is. In die tempel zijn vele films zoals de kwaliteisfilm 'Tombraider', gefilmt. Dikke wortels die over eeuwenoude reliefen heen groeien en langzaam de stenen muren kapotpeuteren... Het ziet er uit zoals in fantasiefilms en stripboeken.
We hebben ons door twee cambodiaanse jongens op scooters laten rondsjeezen van tempel naar tempel naar dorpje. De warme, tropische lucht op ons voorhoofd (inmiddels zwaar verbrand) en het voorbijsnellende, groene landschap waren al een ervaring op zich. Het is een goeie manier om het land te zien. De rijstvelden. De bruine rivieren waar kinderen in badderen. De 'benzinestations' waar flessen whiskey met diesel staan uitgestald. De armoede tegenover de rijkdom van het land. En dan de eeuwenoude cultuur die zijn stempel op het land gezet heeft. Cambodia is een speciaal land.
Saturday, July 7, 2007
Bangkok
Het is een reusachtige stad. De grootste stad waar ik ooit geweest ben zelfs. 10 millioen mensen wonen in deze monsterlijke, rokerige, grijze stad. Het eerste wat je opvalt in Bangkok is het verkeer. Eigenlijk zou je er een nieuw woord voor moeten bedenken. Verkeer doet het geen recht aan. Het is meer dan dat. Het is een eindeloos geweld van motoren en dieseldamp. Het lawaai constant aanwezig. De tuk tukjes (open taxitjes op 3 wielen) brommen luid. De bussen bulderen. Hordes scooters staan paraat voor het stoplicht om, zodra het op groen springt, voor de langzamere automassa uit te te racen. Het is onvergelijkbaar met...., tsja... Ik heb dus niets om het mee te vergelijken.
En dan de geuren. Op de hoek van elke straat vliegt je weer een nieuwe geur tegemoed. De smok is natuurlijk een constante en overal aanwezig. De zware, grijze geur van de dampen van de duizenden auto's en scooters en bussen hangt overal. Maar overal zijn kleine stalletjes waar fruit wordt verkocht, of limonade, of kip of vis of wat dan ook. De kwaliteit van deze producten is een gok, maar het ziet er vaak heel exotisch uit. De tropische vruchten die vakkundig in stukjes worden gehakt. De grote wok-pannen waar het varkensvlees in geroosterd wordt. En al die geuren vliegen door elkaar heen onder de grijze gebouwen die gedrapeerd zijn onder electriciteitskabels.
Drie dagen geleden heb ik Tycho van het vliegveld opgehaald. Het was fantastisch om hem weer te zien. Ik was haast vergeten wat voor een humor we samen hebben. Het was een goed wederzien met veel gulle lachsalvo's. We zijn gaan eten in het hoogste gebouw in Bangkok. Het uitzicht daar was fenomenaal. De lichtjes, de snelwegen en de auto's die meer stilstaan dan rijden. Het zag er onwerkelijk uit van zo hoog. En zelfs vanaf die hoogte konden we het einde niet zien, zo groot is deze stad.
Morgen ontsnappen we uit deze betonnen wereld vol verkeer en drukte. Dan vliegen we naar Cambodia om daar An Kor Wat, een 800 jaar oude tempelstad in de Cambodiaanse jungle, te bezichtigen. Het belooft spectaculair te worden, hoewel we gewaarschuwd zijn om niet 's avonds over straat te gaan. Als we na Cambodia nog leven horen jullie het.
Tycho:
Wat een eer! Na maandenlang deze blog nauwlettend gevolgd te hebben mag ik er zelf iets op schrijven. Ik voel me een beetje als een onbekwame murenbekladder die zijn tag plaatst naast het werk van de graffitimeester. We zitten hier met zijn drietjes te schuilen voor de regen, bij de Bangkokse kunstuniversiteit. Gedrieen, want onze gastvrouwe, Kaew, zit hier ook. Onder het genot van het regengetokkel en een draadloze internetconnectie zijn we aan het babbelen over zeer diepzinnige onderwerpen, zoals Nederland, poffertjes en het menselijk lichaam.
Voordat we ons hier neerstreken, hebben Matthijs en ik een zeer leuke rondleiding van een zeer kleine en zeer vinnige Thaise madam gekregen in een enorm tempel complex. Wisten jullie al dat op Buddhistische afbeeldingen de demonen slechte en de apen!! goede mensen voorstellen? Nee? Nu wel. Overigens zijn de apen te herkennen aan hun blote voetjes. Naast dit type van kennis hebben we vele onuitspreekbare namen van oude koningen geleerd inclusief de jaartallen van hun heerschap.
Nog een wapenfeitje. Ik weet niet of iemand van jullie bloglezers wel is de eer heeft gehad met Matthijs in 1 bed te slapen, maar ondanks de enorme afmeting van het bed, is het iedere keer weer een enorme verassing wat voor capriolen sommige mensen in hun slaap uit kunnen halen. Schoppen, stoten, snelle draaien, wijdbeens, dan weer ineengedoken en een ademhalingsritme als een astmapatient met een rietje door de strot zijn slechts enkele van de ongemakken die ik moet verduren. Maar geen zorgen, ik heb het er voor over hoor!
En dan de geuren. Op de hoek van elke straat vliegt je weer een nieuwe geur tegemoed. De smok is natuurlijk een constante en overal aanwezig. De zware, grijze geur van de dampen van de duizenden auto's en scooters en bussen hangt overal. Maar overal zijn kleine stalletjes waar fruit wordt verkocht, of limonade, of kip of vis of wat dan ook. De kwaliteit van deze producten is een gok, maar het ziet er vaak heel exotisch uit. De tropische vruchten die vakkundig in stukjes worden gehakt. De grote wok-pannen waar het varkensvlees in geroosterd wordt. En al die geuren vliegen door elkaar heen onder de grijze gebouwen die gedrapeerd zijn onder electriciteitskabels.
Drie dagen geleden heb ik Tycho van het vliegveld opgehaald. Het was fantastisch om hem weer te zien. Ik was haast vergeten wat voor een humor we samen hebben. Het was een goed wederzien met veel gulle lachsalvo's. We zijn gaan eten in het hoogste gebouw in Bangkok. Het uitzicht daar was fenomenaal. De lichtjes, de snelwegen en de auto's die meer stilstaan dan rijden. Het zag er onwerkelijk uit van zo hoog. En zelfs vanaf die hoogte konden we het einde niet zien, zo groot is deze stad.
Morgen ontsnappen we uit deze betonnen wereld vol verkeer en drukte. Dan vliegen we naar Cambodia om daar An Kor Wat, een 800 jaar oude tempelstad in de Cambodiaanse jungle, te bezichtigen. Het belooft spectaculair te worden, hoewel we gewaarschuwd zijn om niet 's avonds over straat te gaan. Als we na Cambodia nog leven horen jullie het.
Tycho:
Wat een eer! Na maandenlang deze blog nauwlettend gevolgd te hebben mag ik er zelf iets op schrijven. Ik voel me een beetje als een onbekwame murenbekladder die zijn tag plaatst naast het werk van de graffitimeester. We zitten hier met zijn drietjes te schuilen voor de regen, bij de Bangkokse kunstuniversiteit. Gedrieen, want onze gastvrouwe, Kaew, zit hier ook. Onder het genot van het regengetokkel en een draadloze internetconnectie zijn we aan het babbelen over zeer diepzinnige onderwerpen, zoals Nederland, poffertjes en het menselijk lichaam.
Voordat we ons hier neerstreken, hebben Matthijs en ik een zeer leuke rondleiding van een zeer kleine en zeer vinnige Thaise madam gekregen in een enorm tempel complex. Wisten jullie al dat op Buddhistische afbeeldingen de demonen slechte en de apen!! goede mensen voorstellen? Nee? Nu wel. Overigens zijn de apen te herkennen aan hun blote voetjes. Naast dit type van kennis hebben we vele onuitspreekbare namen van oude koningen geleerd inclusief de jaartallen van hun heerschap.
Nog een wapenfeitje. Ik weet niet of iemand van jullie bloglezers wel is de eer heeft gehad met Matthijs in 1 bed te slapen, maar ondanks de enorme afmeting van het bed, is het iedere keer weer een enorme verassing wat voor capriolen sommige mensen in hun slaap uit kunnen halen. Schoppen, stoten, snelle draaien, wijdbeens, dan weer ineengedoken en een ademhalingsritme als een astmapatient met een rietje door de strot zijn slechts enkele van de ongemakken die ik moet verduren. Maar geen zorgen, ik heb het er voor over hoor!
Monday, July 2, 2007
-tik- -tok-
En zo vlieg je dan weg. Er is niets makkelijker dan op een vliegtuig stappen, maar voor mij persoonlijk is het natuurlijk een behoorlijke stap. Bijna een half jaar geleden kwam ik aan in Australie met het idee dat ik zeeen van tijd had. En die had ik ook. Er kan een hoop gebeuren in een half jaar. Er IS een hoop gebeurd in een half jaar. Ik heb veel gezien, hoewel lang niet zo veel als ik gewild had. Ik heb veel gedaan, hoewel dat nog steeds maar een fractie was van wat ik had gepland. Ik heb mezelf nooit gehaast. Ik had immers zeeen van tijd. En toch is die tijd op een eind gelopen. Niet onverwacht, ik wist immers al twee maanden dat ik 1 Juli naar Bangkok zou vliegen, maar toch plotseling.
Vreemd hoe zelfs de dingen die je al lang van te voren gepland hebt zo plotseling kunnen aanvoelen. Hoe kan dat toch? We weten immers precies wat er gaat gebeuren en dan laten we ons alsnog verassen. Toen ik gisterochtend afscheid kwam nemen van mijn vrienden in Sydney voelde het meer aan als gewoon een bezoekje. Alsof ik de volgende dag weer zou komen aankloppen. En zo gedroeg ik me dan ook, tot ik de deur uit liep met een laatste knuffel. Is dat een soort zelfbeschermingsmechanisme? Dat we doen alsof nergens ooit een einde aan komt? Is dat de manier waarop wij omgaan met het onvermijdelijke?
Bij mij kwam het besef pas toen ik gisternacht aankwam in Bangkok. Toen pas realiseerde ik me dat ik niet meer in Australie was en er ook een tijd niet meer zou zijn. Dat die periode nu achter me ligt.
Is de tijd gevlogen? Iedereen zegt altijd dat de tijd zo ontzettend snel gaat, maar men zegt dit altijd pas als men terugkijkt. Een oude man die terugkijkt op zijn leven en denkt: 'Dat is snel gegaan!'. Zo voel ik me niet. Achteraf lijkt de tijd kort geduurd te hebben, omdat je die tijd niet meer voor je hebt. Ons perspectief wordt vervormd door het terugblikken. Net zoals het wordt vervormd als we naar voren kijken. Kijkend in de toekomst lijkt het alsof we meer tijd hebben dan er werkelijk is. Ja, de verleiding is groot om te zeggen dat de tijd vlieg en met je aan de haal gaat. Dat voor je het weet alles voorbij is. Toch heb ik bijna een half jaar in Australie gehad en dat was echt geen korte periode.
Nu is het tijd voor een nieuwe periode. Een periode in Thailand. Over drie dagen haal ik mijn goede vriend Tycho op van het vliegveld en samen gaan we een maand rondreizen door zuid-oost Azie. Het gaat een geweldige tijd worden. Een maand. Een lange of korte maand, afhankelijk vanaf waar je er naar kijkt. Maar het is een hele maand.
Vreemd hoe zelfs de dingen die je al lang van te voren gepland hebt zo plotseling kunnen aanvoelen. Hoe kan dat toch? We weten immers precies wat er gaat gebeuren en dan laten we ons alsnog verassen. Toen ik gisterochtend afscheid kwam nemen van mijn vrienden in Sydney voelde het meer aan als gewoon een bezoekje. Alsof ik de volgende dag weer zou komen aankloppen. En zo gedroeg ik me dan ook, tot ik de deur uit liep met een laatste knuffel. Is dat een soort zelfbeschermingsmechanisme? Dat we doen alsof nergens ooit een einde aan komt? Is dat de manier waarop wij omgaan met het onvermijdelijke?
Bij mij kwam het besef pas toen ik gisternacht aankwam in Bangkok. Toen pas realiseerde ik me dat ik niet meer in Australie was en er ook een tijd niet meer zou zijn. Dat die periode nu achter me ligt.
Is de tijd gevlogen? Iedereen zegt altijd dat de tijd zo ontzettend snel gaat, maar men zegt dit altijd pas als men terugkijkt. Een oude man die terugkijkt op zijn leven en denkt: 'Dat is snel gegaan!'. Zo voel ik me niet. Achteraf lijkt de tijd kort geduurd te hebben, omdat je die tijd niet meer voor je hebt. Ons perspectief wordt vervormd door het terugblikken. Net zoals het wordt vervormd als we naar voren kijken. Kijkend in de toekomst lijkt het alsof we meer tijd hebben dan er werkelijk is. Ja, de verleiding is groot om te zeggen dat de tijd vlieg en met je aan de haal gaat. Dat voor je het weet alles voorbij is. Toch heb ik bijna een half jaar in Australie gehad en dat was echt geen korte periode.
Nu is het tijd voor een nieuwe periode. Een periode in Thailand. Over drie dagen haal ik mijn goede vriend Tycho op van het vliegveld en samen gaan we een maand rondreizen door zuid-oost Azie. Het gaat een geweldige tijd worden. Een maand. Een lange of korte maand, afhankelijk vanaf waar je er naar kijkt. Maar het is een hele maand.
Thursday, June 21, 2007
Canberra
Toen Australie in 1901 een federatie werd, moesten er enkele moeilijke beslissingen genomen worden. Een van de moeilijkste beslissingen was, natuurlijk, wat wordt onze hoofdstad? Melbourne was in die tijd de grootste stad van Australie, maar Sydney de op een na grootste en toch zeker de oudste van het stel. Geen van de twee steden kon het toestaan dat de ander de hoofdstad werd, dus een compromis werd gesloten: 'We bouwen een nieuwe stad!'.
En zo werd een obscuur boerendorpje tot hoofdstad van de trotse, Australische federatie gebombardeerd. Het heette Canberra en dat is natuurlijk een verschrikkelijk saaie en onhoofdstadse naam. De hoofdstad van een nieuwe, grootse natie moet een naam hebben die die grootsheid reflecteert. Onder de vele voorstellen waren: Shakespeare, Wheatwoolgold, Democratia, Victoria Defendera Defender, Thirstyville en Emu. Even zag het er naar uit dat de hoofdstad de welluidende naam Sydmeladperbrisho zou gaan dragen (naar de eerste klinkers van de hoofdsteden der Australische staten), maar toen ook dit voorstel werd afgeschoten gaf men het op en bleef de naam Canberra hangen.
Aangezien Canberra in het midden van nergens ligt en er indertijd niet meer dan een paar honderd schapenboeren woonden, moest er een hoop gedaan worden. De hoofdstad van een trotse natie moest gebouwd worden. Als gevolg is Canberra tegenwoordig een van de grootste geplande steden in de wereld. En wat een plan! Lopend door Canberra kan je niet helpen jezelf af te vragen waar die stad nou eigenlijk is. Het is eerder een groot, reusachtig park met huisjes er tussen in. De ontwerpers moeten het volgende gedacht hebben: Iedere normale stad heeft een stadscentrum. In een stadscentrum zijn een hoop interessante dingen. Maar in het stadscentrum krijg je ook alle problemen. Vechtpartijen, rassenrellen, dronken lui die amok maken etc. Als gevolg worden er buitenwijken gebouwd waarin mensen in alle rust en vrede kunnen leven en weinig problem maken. Zou het dus niet heerlijk zijn om dat hele gedoen met het stadscentrum gewoon over te slaan en gelijk te beginnen met buitenwijken!?
Canberra heeft geen centrum. Het is een grote, uitgestrekte buitenwijk. Het is saai. Er is nergens een pub te bekennen. Het is de natte droom van iedereen voor wie buitenwijken het ultimum van beschaving zijn. Van niemand dus. Het is zelfs zo saai dat John Howard, toen hij in 1997 tot minister-president van Australie verkozen werd, besloot om niet zijn ambtswoning in Canberra te betrekken, maar om te blijven wonen in Sydney en heen en weer te forenzen. Dit ontluikte een furore onder de bewoners van Canberra, waarschijnlijk omdat ze zelf niet op dit idee gekomen waren.
Canberra is niet alleen maar saaiigheid in buitenwijken. Ik heb een heerlijke tijd gehad in de twee dagen dat ik er was. Canberra is tenslotte de hoofdstad en een hoofdstad heeft dingen zoals nationale gallerieen, oorlogsmusea, nationale wetenschapsmusea, anderssoortige musea van een nationaal kaliber en, uiteraard, het parlementsgebouw. Deze gebouwen liggen aan twee zijden van een reusachtig meer, Lake Burley Griffin, wat de stad zo'n beetje in tweeen splitst. Meest opmerkelijke aan dit meer is de fontein in het midden. In een geweldige, onaflatende ejaculatie van Australische trots, spuit deze fontijn zeker 40 meter de lucht in.
Hoewel de vele musea zeer indrukwekkend zijn (vooral het War Memorial, waar Saddam Husseins gouden Kalashnikof ligt), is het het parlementsgebouw dat het meest facinerend is. Half ingebouwd in een opgetrokken heuvel is dat het gebouw waar 'het' gebeurd. Het democratische proces van Australie. En ik had geluk: het was bijna 'question time' toen ik het 'House of Parliament' in liep. Question Time is wanneer de leden van parlement kritische vragen kunnen stellen aan de regering. Alle leden (inclusief prime-minister Howard en al zijn ministers, die tevens leden zijn van het parlement) moeten hiervoor aanwezig zijn. Je zou denken dat dit gebruikt wordt voor kritisch debat, maar niets is minder waar. Een voorbeeld van een 'vraag' van een van de leden van de regerende partij aan de minister van financien:
"Zou de minister het Huis kunnen informeren over de belastingsplannen, de alternatieven hiervoor en zijn reactie hier op?"
"Bedankt voor het stellen van deze belangrijke vraag, en mag ik u complimenteren op uw goede werk in ____ waar werkloosheid met 3 procent is gedaald. Dank u wel. Deze regering heeft de afgelopen 10 jaar, ieder jaar de belasting verlaagd" (wat volgt is een 5 minuten durende uiteenzetting van het geweldige belastingplan van de overheid) "Het alternatief is dat van de Labor Party, wat geen alternatief te noemen is aangezien ze nog geen enkel alternatief plan geproduceerd hebben. Maar we kunnen er zeker van zijn dat de door vakbonden gecontroleerde Labor Party de belastingen willen verhogen, wat een doodsklap zou zijn voor de normale bevolking, die ze beweren te representeren" Wat volgt is een 5 minuten durende beschuldiging aan het adres van de labor Party, waarin de woorden 'Union Thugs' (vakbondsboeven) meermalen gebruikt worden. In contrast krijgen de vragen van de oppositie doorgaans slechts zeer korte antwoorden, waarin de woorden 'Union Thugs' bijna altijd voorkomen.
Dit alles wordt vergezeld door een luid "Hear hear! Nonsence! Idiots!" en andere exclamaties aan beide kanten. Op het moment dat die oorverdovend worden roept de kamervoorzitter: "Order, order!" en als dat niet helpt worden er waarschuwingen gegeven (uitsluitend aan het adres van de party waar de kamervoorzitter geen lid van is. De voorzitter is altijd lid van de regerende partij) of worden er zelfs mensen de kamer uit gezet. Democratie is een mooi ding.
Nadat ik dit gezien had, kon ik Canberra met een opgelucht hart verlaten. Australie is in goede handen. Zonder parlementaire ruzies kan een land niet geregeerd worden. Canberra is een fijne stad. Wat ben ik blij dat ik terug in Sydney ben.
En zo werd een obscuur boerendorpje tot hoofdstad van de trotse, Australische federatie gebombardeerd. Het heette Canberra en dat is natuurlijk een verschrikkelijk saaie en onhoofdstadse naam. De hoofdstad van een nieuwe, grootse natie moet een naam hebben die die grootsheid reflecteert. Onder de vele voorstellen waren: Shakespeare, Wheatwoolgold, Democratia, Victoria Defendera Defender, Thirstyville en Emu. Even zag het er naar uit dat de hoofdstad de welluidende naam Sydmeladperbrisho zou gaan dragen (naar de eerste klinkers van de hoofdsteden der Australische staten), maar toen ook dit voorstel werd afgeschoten gaf men het op en bleef de naam Canberra hangen.
Aangezien Canberra in het midden van nergens ligt en er indertijd niet meer dan een paar honderd schapenboeren woonden, moest er een hoop gedaan worden. De hoofdstad van een trotse natie moest gebouwd worden. Als gevolg is Canberra tegenwoordig een van de grootste geplande steden in de wereld. En wat een plan! Lopend door Canberra kan je niet helpen jezelf af te vragen waar die stad nou eigenlijk is. Het is eerder een groot, reusachtig park met huisjes er tussen in. De ontwerpers moeten het volgende gedacht hebben: Iedere normale stad heeft een stadscentrum. In een stadscentrum zijn een hoop interessante dingen. Maar in het stadscentrum krijg je ook alle problemen. Vechtpartijen, rassenrellen, dronken lui die amok maken etc. Als gevolg worden er buitenwijken gebouwd waarin mensen in alle rust en vrede kunnen leven en weinig problem maken. Zou het dus niet heerlijk zijn om dat hele gedoen met het stadscentrum gewoon over te slaan en gelijk te beginnen met buitenwijken!?
Canberra heeft geen centrum. Het is een grote, uitgestrekte buitenwijk. Het is saai. Er is nergens een pub te bekennen. Het is de natte droom van iedereen voor wie buitenwijken het ultimum van beschaving zijn. Van niemand dus. Het is zelfs zo saai dat John Howard, toen hij in 1997 tot minister-president van Australie verkozen werd, besloot om niet zijn ambtswoning in Canberra te betrekken, maar om te blijven wonen in Sydney en heen en weer te forenzen. Dit ontluikte een furore onder de bewoners van Canberra, waarschijnlijk omdat ze zelf niet op dit idee gekomen waren.
Canberra is niet alleen maar saaiigheid in buitenwijken. Ik heb een heerlijke tijd gehad in de twee dagen dat ik er was. Canberra is tenslotte de hoofdstad en een hoofdstad heeft dingen zoals nationale gallerieen, oorlogsmusea, nationale wetenschapsmusea, anderssoortige musea van een nationaal kaliber en, uiteraard, het parlementsgebouw. Deze gebouwen liggen aan twee zijden van een reusachtig meer, Lake Burley Griffin, wat de stad zo'n beetje in tweeen splitst. Meest opmerkelijke aan dit meer is de fontein in het midden. In een geweldige, onaflatende ejaculatie van Australische trots, spuit deze fontijn zeker 40 meter de lucht in.
Hoewel de vele musea zeer indrukwekkend zijn (vooral het War Memorial, waar Saddam Husseins gouden Kalashnikof ligt), is het het parlementsgebouw dat het meest facinerend is. Half ingebouwd in een opgetrokken heuvel is dat het gebouw waar 'het' gebeurd. Het democratische proces van Australie. En ik had geluk: het was bijna 'question time' toen ik het 'House of Parliament' in liep. Question Time is wanneer de leden van parlement kritische vragen kunnen stellen aan de regering. Alle leden (inclusief prime-minister Howard en al zijn ministers, die tevens leden zijn van het parlement) moeten hiervoor aanwezig zijn. Je zou denken dat dit gebruikt wordt voor kritisch debat, maar niets is minder waar. Een voorbeeld van een 'vraag' van een van de leden van de regerende partij aan de minister van financien:
"Zou de minister het Huis kunnen informeren over de belastingsplannen, de alternatieven hiervoor en zijn reactie hier op?"
"Bedankt voor het stellen van deze belangrijke vraag, en mag ik u complimenteren op uw goede werk in ____ waar werkloosheid met 3 procent is gedaald. Dank u wel. Deze regering heeft de afgelopen 10 jaar, ieder jaar de belasting verlaagd" (wat volgt is een 5 minuten durende uiteenzetting van het geweldige belastingplan van de overheid) "Het alternatief is dat van de Labor Party, wat geen alternatief te noemen is aangezien ze nog geen enkel alternatief plan geproduceerd hebben. Maar we kunnen er zeker van zijn dat de door vakbonden gecontroleerde Labor Party de belastingen willen verhogen, wat een doodsklap zou zijn voor de normale bevolking, die ze beweren te representeren" Wat volgt is een 5 minuten durende beschuldiging aan het adres van de labor Party, waarin de woorden 'Union Thugs' (vakbondsboeven) meermalen gebruikt worden. In contrast krijgen de vragen van de oppositie doorgaans slechts zeer korte antwoorden, waarin de woorden 'Union Thugs' bijna altijd voorkomen.
Dit alles wordt vergezeld door een luid "Hear hear! Nonsence! Idiots!" en andere exclamaties aan beide kanten. Op het moment dat die oorverdovend worden roept de kamervoorzitter: "Order, order!" en als dat niet helpt worden er waarschuwingen gegeven (uitsluitend aan het adres van de party waar de kamervoorzitter geen lid van is. De voorzitter is altijd lid van de regerende partij) of worden er zelfs mensen de kamer uit gezet. Democratie is een mooi ding.
Nadat ik dit gezien had, kon ik Canberra met een opgelucht hart verlaten. Australie is in goede handen. Zonder parlementaire ruzies kan een land niet geregeerd worden. Canberra is een fijne stad. Wat ben ik blij dat ik terug in Sydney ben.
Monday, June 11, 2007
Goed nieuws: Ik leef nog!
Beste vrienden.
Mijn excuses voor de miserabele staat van mijn blog. Ik heb heb jullie al veel te lang in het ongewisse gelaten van mijn doen en niet doen en het eventuele laten daarvan. Juist. Aan de andere kant is dit wel weer een goed teken. Het betekend namenlijk dat ik het hardstikke druk heb met alle verschillende dingen die er te doen zijn hier in Sydney? Wat voor dingen? hoor ik je vragen. Staat u mij toe om te antwoorden.
Ik zit in een heerlijk hostel midden in Kings Cross. Kings Cross is een berucht gedeelte van Sydney. Het is als het ware het 'Red Light District' van Sydney, maar dan zonder de rood verlichte ramen. Grappig genoeg is mijn hostel hardstikke rustig, schoon en gemoedelijk. Het is zeer centraal gelegen en het metro-station is bij me om de hoek, dus de stad is mijn oester om maar eens een zegswijze te verbasteren. Ik heb alles binnen handbereik.
Deze maand zijn er verscheidene festivals gaande hier. Meest prominent is het Filmfestival. Een veelheid aan interessante, internationala films wordt deze maand in vijf bioskopen vertoont. Een weldaad voor de filmliefhebber die ik ben. Dan is er nog het Jazz en Blues festival. De hele dag lang wordt de meest jazzy blues en bluesy jazz gespeeld in 'Darling Harbour', een prachtig stukje van de stad. De muziek is geweldig en de liefhebber hoeft geen cent te betalen voor zijn luisterplezier, want een pluspunt voor iedere nederlander is natuurlijk. En dit weekend heb ik bourgondisch genoten op het bierfestival, waar meer dan 40 brouwerijen aan deelnamen. Zeevoedsel en bier zijn een verbazingwekkend goede combinatie, ben ik achter gekomen. Ook was ik blij verrast met de ontdekking dat er toch wel degelijk enkele goede bieren in Australie worden geproduceert. Ik was uitermate blij en ietwat incoherent toen ik het festival verliet.
Om alles dan helemaal prettig te maken is er het nachtleven dat nooit stil ligt. Reizigers feesten elke dag, dus elke nacht is het feest. En ik ben een reiziger, dus ik feest elke dag. Met het wilde assortiment aan vreemde mensen dat je ontmoet in hostels is het nooit saai. 'Emo'-meisjes die zich aan iedereen introduceren. Zuid-Afrikaans/Engelse UN-dokters die kookboeken schrijven. Verlegen koreaanse stelletjes die de tijd van hun leven hebben met vier-op-een-rij. Duitse punkers met spijkerjacks en honderden buttons. Finse feestbeesten. Ieren die ontbijten met een pint Guiness bier... En ik natuurlijk.
En dit alles vind plaats onder een dik pak donkergrijze wolken die geen moment ophouden met water lozen. Het weer is werkelijk abominabel. Regen en storm, storm en regen en een vleugje bliksem. De buitenwijken van Sydney zijn overstroomd. hele gebieden staan blank. Vier mensen zijn verdronken. Het is vies, lelijk en koud. Ik draag een dikke trui en lig in bed met koude voeten.
Dit drukt de pret niet natuurlijk. Ik heb een imago van nonchalance tegenover regen hoog te houden, zijnde een nederlander. Dus kop op en er tegenaan met dat stuk fruit!
Mijn excuses voor de miserabele staat van mijn blog. Ik heb heb jullie al veel te lang in het ongewisse gelaten van mijn doen en niet doen en het eventuele laten daarvan. Juist. Aan de andere kant is dit wel weer een goed teken. Het betekend namenlijk dat ik het hardstikke druk heb met alle verschillende dingen die er te doen zijn hier in Sydney? Wat voor dingen? hoor ik je vragen. Staat u mij toe om te antwoorden.
Ik zit in een heerlijk hostel midden in Kings Cross. Kings Cross is een berucht gedeelte van Sydney. Het is als het ware het 'Red Light District' van Sydney, maar dan zonder de rood verlichte ramen. Grappig genoeg is mijn hostel hardstikke rustig, schoon en gemoedelijk. Het is zeer centraal gelegen en het metro-station is bij me om de hoek, dus de stad is mijn oester om maar eens een zegswijze te verbasteren. Ik heb alles binnen handbereik.
Deze maand zijn er verscheidene festivals gaande hier. Meest prominent is het Filmfestival. Een veelheid aan interessante, internationala films wordt deze maand in vijf bioskopen vertoont. Een weldaad voor de filmliefhebber die ik ben. Dan is er nog het Jazz en Blues festival. De hele dag lang wordt de meest jazzy blues en bluesy jazz gespeeld in 'Darling Harbour', een prachtig stukje van de stad. De muziek is geweldig en de liefhebber hoeft geen cent te betalen voor zijn luisterplezier, want een pluspunt voor iedere nederlander is natuurlijk. En dit weekend heb ik bourgondisch genoten op het bierfestival, waar meer dan 40 brouwerijen aan deelnamen. Zeevoedsel en bier zijn een verbazingwekkend goede combinatie, ben ik achter gekomen. Ook was ik blij verrast met de ontdekking dat er toch wel degelijk enkele goede bieren in Australie worden geproduceert. Ik was uitermate blij en ietwat incoherent toen ik het festival verliet.
Om alles dan helemaal prettig te maken is er het nachtleven dat nooit stil ligt. Reizigers feesten elke dag, dus elke nacht is het feest. En ik ben een reiziger, dus ik feest elke dag. Met het wilde assortiment aan vreemde mensen dat je ontmoet in hostels is het nooit saai. 'Emo'-meisjes die zich aan iedereen introduceren. Zuid-Afrikaans/Engelse UN-dokters die kookboeken schrijven. Verlegen koreaanse stelletjes die de tijd van hun leven hebben met vier-op-een-rij. Duitse punkers met spijkerjacks en honderden buttons. Finse feestbeesten. Ieren die ontbijten met een pint Guiness bier... En ik natuurlijk.
En dit alles vind plaats onder een dik pak donkergrijze wolken die geen moment ophouden met water lozen. Het weer is werkelijk abominabel. Regen en storm, storm en regen en een vleugje bliksem. De buitenwijken van Sydney zijn overstroomd. hele gebieden staan blank. Vier mensen zijn verdronken. Het is vies, lelijk en koud. Ik draag een dikke trui en lig in bed met koude voeten.
Dit drukt de pret niet natuurlijk. Ik heb een imago van nonchalance tegenover regen hoog te houden, zijnde een nederlander. Dus kop op en er tegenaan met dat stuk fruit!
Friday, June 1, 2007
Kings Cross - Town Hall
De metro is mijn favoriete vorm van openbaar vervoer. Het komt doordat het onder de grond zit. Geen enkel metrostation heeft ooit de drukkende invloed van de aarde boven je hoofd kunnen verhullen. De koude, onvergevelijke neonverlichting. De viezige winkeltjes. De grijze, betonnen vloer. De roltrappen die onverstoord door blijven rollen. In een metrostation is alles onpersoonlijk en ongezellig. Zou een groep wijze mannen ooit om de tafel gaan zitten om het tegenovergestelde te ontwerpen van een gezellig huis met snorrende poes en opengeslagen krant, dan zouden ze een metrostation maken.
Dit beinvloed de mensen daar. Zelfs de vrolijkste mensen worden stil en introvert in de metro. De massa mensen loopt zo snel mogenlijk door het station heen om op het perron te komen. Ledematen zwaaien niet maar plakken strak op het lichaam. De schouders stijf. Iedereen maakt een soort compacte kogel van zichzelf om zo snel mogenlijk door de massa mensen heen te kunnen schieten. Op de roltrap neemt iedereen een aftand van twee treden in acht en doet zijn best om naar de muur, zijn voeten of tas te staren, maar vooral niet naar elkaar. Oogcontact is de hoogste vorm van agressie op een metrostation. Als per ongeluk twee blikken elkaar kruisen dan kijkt men snel weg, beschaamd en verward door dit plotselinge contact.
Onafhankelijk van hoeveel mensen er op het perron staan, het is er altijd even stil. Iedereen is in zichzelf gekeerd, nadenkend over waar men heen gaat of vandaan komt, kijkend op de klok om uiting te geven aan hun ongeduld. Een paar mensen lezen een boek. Het is een statement van nonchalance. De boekenlezers zeggen: 'Het zal me worst wezen waar ik ben, ik hou niet op met doen wat ik doe en wat ik doe is geweldig interessant en intellectueel'. Als ik zelf probeer om een boek te lezen terwijl ik op de metro wacht (ik straal graag hetzelfde uit), raak ik constant afgeleid door andere mensen en hun trekjes of door de reusachtige reclameposters die aan de tunnelwand hangen.
Wanneer de metro arriveert, kiest men een deur en wacht totdat hij open gaat. Hierbij neemt iedereen dezelfde, compacte houding aan als bij het lopen door het station. Ondertussen kijken we onze lotgenoten vooral niet aan. Het enige contact dat nu geoorloofd is, is schouder-schouder contact, maar alleen per ongeluk. Alles dat langer dan een seconde duurt is een grove inbreuk op de privacy. De atmosfeer is er een van desinteresse, ongeduld en nervositeit. Niemand voelt zich echt op zijn gemak.
Als men in de metro zit is de sfeer iets ontspannener. Aanvankelijk is er een verwarring over waar men gaat zitten of staan, maar zodra de plek gevonden is slaakt het lichaam een zucht van verlichting. De schouders ontspannen wat en de ogen schieten niet meer nerveus heen en weer. De frustratie van het moeten wachten is verdwenen. Waar we ook naar toe gaan, we zijn in elk geval onderweg.
Kijk eens rond. Een dame zit met gevouwen handen in de hoek van een bankje. In de andere hoek zit een reusachtige jonge kerel die naar zijn ipod luistert. Het is zo stil dat we allemaal de beat van de muziek horen. Een man in strak pak en met een krant onder zijn oksel leunt tegen een silvergrijze steunbuis aan. Kijk naar hun gezichten. Niet te lang, want dan kijken ze misschien terug, maar kijk naar de uitdrukking. De blik op het gezicht van de metroreiziger is vaak een mengsel van serieus en sereen. Zelden kijkt men echt ergens naar. De blik rust op een vast punt. Iedereen lijkt in een staat van overpijnzing, alsof deze korte reis in de metro het uitgelezen moment is om problemen te overdenken of om met diepe, filosofische gedachten te worstelen.
De metro stopt bij een station. Een vrouw in roze trui staat in mijn weg. Ik tik lichtjes de punt van mijn boek op de onderarm van de vrouw om aan te geven dat ik er, altublieft, langs wil. Met een schok, alsof ze een klap heeft gekregen, trekt de vrouw haar arm terug. Ze kijkt me verwilderd en verontschuldigend aan. Haar blik vraagt vergiffenis voor het ongemak waar ze me aan heeft blootgesteld. Ik loop haar voorbij om me bij de massa te voegen die uit de metro stroomt. Als ik omkijk zie ik de vrouw in roze trui weer voor zich uit staren, terug in de maalstroom van gedachten waar ik haar even uit had getrokken.
Dit beinvloed de mensen daar. Zelfs de vrolijkste mensen worden stil en introvert in de metro. De massa mensen loopt zo snel mogenlijk door het station heen om op het perron te komen. Ledematen zwaaien niet maar plakken strak op het lichaam. De schouders stijf. Iedereen maakt een soort compacte kogel van zichzelf om zo snel mogenlijk door de massa mensen heen te kunnen schieten. Op de roltrap neemt iedereen een aftand van twee treden in acht en doet zijn best om naar de muur, zijn voeten of tas te staren, maar vooral niet naar elkaar. Oogcontact is de hoogste vorm van agressie op een metrostation. Als per ongeluk twee blikken elkaar kruisen dan kijkt men snel weg, beschaamd en verward door dit plotselinge contact.
Onafhankelijk van hoeveel mensen er op het perron staan, het is er altijd even stil. Iedereen is in zichzelf gekeerd, nadenkend over waar men heen gaat of vandaan komt, kijkend op de klok om uiting te geven aan hun ongeduld. Een paar mensen lezen een boek. Het is een statement van nonchalance. De boekenlezers zeggen: 'Het zal me worst wezen waar ik ben, ik hou niet op met doen wat ik doe en wat ik doe is geweldig interessant en intellectueel'. Als ik zelf probeer om een boek te lezen terwijl ik op de metro wacht (ik straal graag hetzelfde uit), raak ik constant afgeleid door andere mensen en hun trekjes of door de reusachtige reclameposters die aan de tunnelwand hangen.
Wanneer de metro arriveert, kiest men een deur en wacht totdat hij open gaat. Hierbij neemt iedereen dezelfde, compacte houding aan als bij het lopen door het station. Ondertussen kijken we onze lotgenoten vooral niet aan. Het enige contact dat nu geoorloofd is, is schouder-schouder contact, maar alleen per ongeluk. Alles dat langer dan een seconde duurt is een grove inbreuk op de privacy. De atmosfeer is er een van desinteresse, ongeduld en nervositeit. Niemand voelt zich echt op zijn gemak.
Als men in de metro zit is de sfeer iets ontspannener. Aanvankelijk is er een verwarring over waar men gaat zitten of staan, maar zodra de plek gevonden is slaakt het lichaam een zucht van verlichting. De schouders ontspannen wat en de ogen schieten niet meer nerveus heen en weer. De frustratie van het moeten wachten is verdwenen. Waar we ook naar toe gaan, we zijn in elk geval onderweg.
Kijk eens rond. Een dame zit met gevouwen handen in de hoek van een bankje. In de andere hoek zit een reusachtige jonge kerel die naar zijn ipod luistert. Het is zo stil dat we allemaal de beat van de muziek horen. Een man in strak pak en met een krant onder zijn oksel leunt tegen een silvergrijze steunbuis aan. Kijk naar hun gezichten. Niet te lang, want dan kijken ze misschien terug, maar kijk naar de uitdrukking. De blik op het gezicht van de metroreiziger is vaak een mengsel van serieus en sereen. Zelden kijkt men echt ergens naar. De blik rust op een vast punt. Iedereen lijkt in een staat van overpijnzing, alsof deze korte reis in de metro het uitgelezen moment is om problemen te overdenken of om met diepe, filosofische gedachten te worstelen.
De metro stopt bij een station. Een vrouw in roze trui staat in mijn weg. Ik tik lichtjes de punt van mijn boek op de onderarm van de vrouw om aan te geven dat ik er, altublieft, langs wil. Met een schok, alsof ze een klap heeft gekregen, trekt de vrouw haar arm terug. Ze kijkt me verwilderd en verontschuldigend aan. Haar blik vraagt vergiffenis voor het ongemak waar ze me aan heeft blootgesteld. Ik loop haar voorbij om me bij de massa te voegen die uit de metro stroomt. Als ik omkijk zie ik de vrouw in roze trui weer voor zich uit staren, terug in de maalstroom van gedachten waar ik haar even uit had getrokken.
Sunday, May 27, 2007
BassintheGrass '07
De bomen wiegen rustig heen en weer. Wolken zweven langzaam voorbij in blauw vaarwater. De wind heeft geen haast vandaag. Het is warm. Alles voelt loom. En terwijl ik rustig een groene heuvel oploop explodeert achter bij de hele wereld.
De rust en stilte van de heuvel voor mij, verwelkomen de vernietiging die ik met me mee breng. Elke stap die ik neem komt het dichterbij, het volgt me op de hielen. Een afgrond van vuur en geweld. Achter mij brand de wereld af. Een reusachtig inferno waarin alles verzengd, verbogen en vernietigd wordt. Niets blijft gespaard. Als ik mij zou omdraaien dan zou ik de aarde en pollen gras de lucht in geblazen zien worden in een lange, constante explosie van geluid. Ik sta stil. Het geweld buldert even hard door, maar komt niet verder. Het wacht op mijn volgende stap. Het geluid is machtig, allesverslindend. Een beest, een monster dat wild om zich heen trapt op deze prachtige, zwoele dag.
Ik draai me om en zie het beest op zijn podium. Een cultus van aanbidders springt in extase op en neer in zijn aanblik. Hun gebed van geschreeuw en gestamp, handen zo hoog mogenlijk in de lucht spoort het beest aan. Het bestookt zijn aanbidders met gierende gitaargranaten en beukende basbommen. Het water dat op ze gespoten wordt, koelt ze niet af, maar maakt ze heter, fanatieker in hun aanbidding. Het is zaterdagmiddag en tijd voor Rock 'n Roll!
Een grasheuvel golft rustig omhoog, van het dubbele podium vandaan. Hierdoor ontstaat er een soort natuurlijk amfitheater, ideaal voor deze gelegenheid. Zonneschermen staan opgesteld over de rand van het gebied, van waaronder de wat luiere rock-waardeerders naar het beest kunnen luisteren. Mensen in belachelijke T-shirts en jaren-tachig punk-stijl kleren lopen opgewonden rond over het terrein. Velen van hun (inclusief ik en mijn duitse kompanen) hebben meer dan twee uur in de rij gestaan om een kaart te bemachtigen. De line-up is indrukwekkend: Little Birdy, Eskimo Joe en Jet staan, onder anderen, op het program. Iedereen is hier om te rollen en de rocken.
De zon brand, het beest brult en iedereen gooit zijn handen in de lucht en springt! springt!
De rust en stilte van de heuvel voor mij, verwelkomen de vernietiging die ik met me mee breng. Elke stap die ik neem komt het dichterbij, het volgt me op de hielen. Een afgrond van vuur en geweld. Achter mij brand de wereld af. Een reusachtig inferno waarin alles verzengd, verbogen en vernietigd wordt. Niets blijft gespaard. Als ik mij zou omdraaien dan zou ik de aarde en pollen gras de lucht in geblazen zien worden in een lange, constante explosie van geluid. Ik sta stil. Het geweld buldert even hard door, maar komt niet verder. Het wacht op mijn volgende stap. Het geluid is machtig, allesverslindend. Een beest, een monster dat wild om zich heen trapt op deze prachtige, zwoele dag.
Ik draai me om en zie het beest op zijn podium. Een cultus van aanbidders springt in extase op en neer in zijn aanblik. Hun gebed van geschreeuw en gestamp, handen zo hoog mogenlijk in de lucht spoort het beest aan. Het bestookt zijn aanbidders met gierende gitaargranaten en beukende basbommen. Het water dat op ze gespoten wordt, koelt ze niet af, maar maakt ze heter, fanatieker in hun aanbidding. Het is zaterdagmiddag en tijd voor Rock 'n Roll!
Een grasheuvel golft rustig omhoog, van het dubbele podium vandaan. Hierdoor ontstaat er een soort natuurlijk amfitheater, ideaal voor deze gelegenheid. Zonneschermen staan opgesteld over de rand van het gebied, van waaronder de wat luiere rock-waardeerders naar het beest kunnen luisteren. Mensen in belachelijke T-shirts en jaren-tachig punk-stijl kleren lopen opgewonden rond over het terrein. Velen van hun (inclusief ik en mijn duitse kompanen) hebben meer dan twee uur in de rij gestaan om een kaart te bemachtigen. De line-up is indrukwekkend: Little Birdy, Eskimo Joe en Jet staan, onder anderen, op het program. Iedereen is hier om te rollen en de rocken.
De zon brand, het beest brult en iedereen gooit zijn handen in de lucht en springt! springt!
Wednesday, May 23, 2007
Mobiel
Daar rijdt mijn auto. Een vriendelijke australier achter het stuur. Daar gaat ie dan. De bocht om en weg is ie. Ik sta langs de weg.
Het is gek. Ik ben nooit een autofiel geweest. Auto's zijn gebruiksvoorwerpen om van punt A naar punt B te komen. Het is belachelijk om een soort van band met je auto op te bouwen. Toch... de achtduizend kilometer die ik heb heb afgelegd in mijn robuuste bolide hebben precies dat gedaan. Ik was gehecht aan die rode rakker, aan de Matmobiel, mijn Shaggin' Wagon. Ik heb een fijne tijd gehad in die auto. Vanaf Byron Bay helemaal naar Cairns en vanaf daar naar Darwin over de meest obscure wegen. Het gevoel van vrijheid dat er bij kwam. Die onafhankelijkheid waar ik zo gesteld op ben.
Het enige wat ik er nu nog van over heb is het geld in mijn portemonnee. Al die tijd heb ik steeds mijn autosleutel in mijn portemonnee bewaard. Nu zit het er niet in. Zelfs met dat geld heb ik het gevoel alsof er een klein vacuum in mijn broekzak zit.
En ik heb een hele hoop zooi uit mijn auto moeten slepen. Dat past nooit allemaal in mijn rugzak. Een tas vol met boeken, een bodyboard... Dat moet ik ook weer allemaal kwijt zien te raken. Mijn auto was een handige reiskoffer.
Ik ben nu dus een koffer en een auto armer (en een CD-speler. Wat nu te doen met mijn muziek?). En wat centen rijker, hoewel ik minder heb gekregen dan ik had gehoopt. Ik heb mijn auto laten controleren, en ik bleek een nieuwe koppeling nodig te hebben en er zat een lek in de uitlaat. 'Je mag blij zijn als je er duizend dollar voor krijgt in deze staat' en dat is wat ik er voor heb gekregen. Een ralistische prijs dus, maar wel slechts een derde van wat ik er voor betaald heb.
Aan de andere kant, jeweetwel, die kant vanwaar je het ook zou kunnen bekijken. Vanaf die kant gezien dus heb ik juist extra vrijheid gekregen met deze transactie. Ik zit niet meer vast aan mijn auto. Alles wat ik heb, zit nu in mijn kamertje 15C in Chili's Backpackers, Darwin. Ik hoef niet meer te wachten tot mijn auto is verkocht. Ik kan nu op een vliegtuig stappen zonder een auto achter te laten. Mijn auto is niet meer. Het is nu zijn auto.
Zo komt er aan dit hoofdstuk weer een einde.
En kan er een nieuw hoofdstuk beginnen.
Het is gek. Ik ben nooit een autofiel geweest. Auto's zijn gebruiksvoorwerpen om van punt A naar punt B te komen. Het is belachelijk om een soort van band met je auto op te bouwen. Toch... de achtduizend kilometer die ik heb heb afgelegd in mijn robuuste bolide hebben precies dat gedaan. Ik was gehecht aan die rode rakker, aan de Matmobiel, mijn Shaggin' Wagon. Ik heb een fijne tijd gehad in die auto. Vanaf Byron Bay helemaal naar Cairns en vanaf daar naar Darwin over de meest obscure wegen. Het gevoel van vrijheid dat er bij kwam. Die onafhankelijkheid waar ik zo gesteld op ben.
Het enige wat ik er nu nog van over heb is het geld in mijn portemonnee. Al die tijd heb ik steeds mijn autosleutel in mijn portemonnee bewaard. Nu zit het er niet in. Zelfs met dat geld heb ik het gevoel alsof er een klein vacuum in mijn broekzak zit.
En ik heb een hele hoop zooi uit mijn auto moeten slepen. Dat past nooit allemaal in mijn rugzak. Een tas vol met boeken, een bodyboard... Dat moet ik ook weer allemaal kwijt zien te raken. Mijn auto was een handige reiskoffer.
Ik ben nu dus een koffer en een auto armer (en een CD-speler. Wat nu te doen met mijn muziek?). En wat centen rijker, hoewel ik minder heb gekregen dan ik had gehoopt. Ik heb mijn auto laten controleren, en ik bleek een nieuwe koppeling nodig te hebben en er zat een lek in de uitlaat. 'Je mag blij zijn als je er duizend dollar voor krijgt in deze staat' en dat is wat ik er voor heb gekregen. Een ralistische prijs dus, maar wel slechts een derde van wat ik er voor betaald heb.
Aan de andere kant, jeweetwel, die kant vanwaar je het ook zou kunnen bekijken. Vanaf die kant gezien dus heb ik juist extra vrijheid gekregen met deze transactie. Ik zit niet meer vast aan mijn auto. Alles wat ik heb, zit nu in mijn kamertje 15C in Chili's Backpackers, Darwin. Ik hoef niet meer te wachten tot mijn auto is verkocht. Ik kan nu op een vliegtuig stappen zonder een auto achter te laten. Mijn auto is niet meer. Het is nu zijn auto.
Zo komt er aan dit hoofdstuk weer een einde.
En kan er een nieuw hoofdstuk beginnen.
Saturday, May 19, 2007
Erika Terpstra over haar sportverleden:
Gellukig hebben we de foto's nog!

Zie ik er niet uit als een echte bad-ass hier?
Ik kom hier net uit de National Australian bank in Ayr waar ik mijn cheque heb ge-ind voor 10 uur aubergines planten. Drinkgeld. Houzee!

Sapperedosio! Purnos kunnen gewoon niet mooier!
Ik vraag me af van Milaan te zeggen heeft over deze veiligheidspakjes.

Een moment van geluk bovenaan 'Cedar Creek Falls' bij Airlie Beach.

Dames... Dit is waarom mascara een slecht idee is als je gaat zwemmen!
hihi

Mag ik u presenteren...
De Milla Milla waterval!
Zie ik er niet uit als een echte bad-ass hier?
Ik kom hier net uit de National Australian bank in Ayr waar ik mijn cheque heb ge-ind voor 10 uur aubergines planten. Drinkgeld. Houzee!
Sapperedosio! Purnos kunnen gewoon niet mooier!
Ik vraag me af van Milaan te zeggen heeft over deze veiligheidspakjes.
Een moment van geluk bovenaan 'Cedar Creek Falls' bij Airlie Beach.
Dames... Dit is waarom mascara een slecht idee is als je gaat zwemmen!
hihi
Mag ik u presenteren...
De Milla Milla waterval!
De voormalige kapper van Geert Wilders:
Gelukkig hebben we de foto's nog!

Tiziana, mijn italiaanse schone.

Kangeroes in Cooktown. Een hele hoop.
Niet te verwarren met wazaroos. Die liggen dood langs de weg.
(Was-a-(kanga)roo. Een typisch voorbeeld van australische humor)

Deze is voor Maarten. De oudste vuurtoren in Australie.
Vanaf dit punt heeft Kapitein Cook ooit uitgekeken over australie en gedacht: 'Waar ben ik aan begonnen!?'

Een zonsondergang in Port Douglas.
Mijn blote voetjes vangen de laatste straaltjes op.

Een sirene in de Mossman Gorge, bij Port Douglas.

Tiziana, mijn italiaanse schone.
Kangeroes in Cooktown. Een hele hoop.
Niet te verwarren met wazaroos. Die liggen dood langs de weg.
(Was-a-(kanga)roo. Een typisch voorbeeld van australische humor)
Deze is voor Maarten. De oudste vuurtoren in Australie.
Vanaf dit punt heeft Kapitein Cook ooit uitgekeken over australie en gedacht: 'Waar ben ik aan begonnen!?'
Een zonsondergang in Port Douglas.
Mijn blote voetjes vangen de laatste straaltjes op.
Een sirene in de Mossman Gorge, bij Port Douglas.
Friday, May 18, 2007
Zoals ze in Abu-Graihb zeggen:
Gelukkig hebben we de foto's nog!
Ja ja... het is me eindelijk gelukt om mijn foto's op een CD te branden. Hoera voor apple-computers en ifoto! Bij deze, voor jullie kijkplezier: De foto's! Deze zijn van mijn rit van Cairns naar Darwin. 3000 kilometer rijplezier.

Hier poseer ik voor een termietenhoop van zo'n twee meter hoog.
Als het geregend heeft maken termieten deze kastelen van de modder.
In de zon wordt de klei dan weer hard gebakken.
Van binnen zijn ze hol.
Aboriginals gebruiken deze termietenhopen soms als ovens.

Een echt 'pas op voor kangeroes' verkeersbord.
En geen grappen, ze springen regelmatig vlak voor de auto.
Ik heb er gulikkig geen een geraakt, maar het scheelde soms niet veel.

Een hobbelige, rode weg.
170 kilometer rijplezier over deze weg.

Net een begraafplaats nietwaar?

Dit lome beest wist in zijn eentje een groep van 8 japanners uit het water te jagen.
Ja ja... het is me eindelijk gelukt om mijn foto's op een CD te branden. Hoera voor apple-computers en ifoto! Bij deze, voor jullie kijkplezier: De foto's! Deze zijn van mijn rit van Cairns naar Darwin. 3000 kilometer rijplezier.
Hier poseer ik voor een termietenhoop van zo'n twee meter hoog.
Als het geregend heeft maken termieten deze kastelen van de modder.
In de zon wordt de klei dan weer hard gebakken.
Van binnen zijn ze hol.
Aboriginals gebruiken deze termietenhopen soms als ovens.
Een echt 'pas op voor kangeroes' verkeersbord.
En geen grappen, ze springen regelmatig vlak voor de auto.
Ik heb er gulikkig geen een geraakt, maar het scheelde soms niet veel.
Een hobbelige, rode weg.
170 kilometer rijplezier over deze weg.
Net een begraafplaats nietwaar?
Dit lome beest wist in zijn eentje een groep van 8 japanners uit het water te jagen.
Wednesday, May 16, 2007
Situatie: Pet!
Eergisteravond aangekomen in Darwin.
Het was een lange rit. Vijf dagen 'on the road'. Overnachten in gehuchten waar op het naambord 'population 360' staat. Zelfgemaakte rum drinken met de lokale bevolking. Groepen aboriginals die 's avonds compleet dronken zijn en in de ochtend in groepjes onder een bomen zitten, voor zich uit starend. Erg triest. Alcoholisme is de norm in deze kleine dorpjes.
Op mijn auto plakt een dikke laag stof en klei. De voorruit is plakkerig van de insecten die er op zijn gevlogen. Op mijn koplampen zitten bloedspetters van vogels die op het verkeerde moment de weg overstaken. Alles is stoffig en plakkerig.
Ik heb veel plezier met mijn reisgenoten. Jenni is een finse die 31 jaar oud is en Kalle een reusachtige fin van 28 jaar oud. Jenni is een echte rasreiziger. Kalle duidelijk niet. Kalle is een softwaredesigner en rasnerd. Jenni houdt van drank en plezier en het goede leven. Het is een vreemde combinatie, maar we hebben een hoop plezier met zijn allen en dat is wat belangrijk is.
En dan mijn reisnieuws: Ik heb mijn reisbureau ingeschakelt. Ik heb gebeld. Menno is naar Gulf Air Amsterdam geweest... Ik heb alles gedaan wat in mijn macht ligt om iets te regelen en het komt allemaal hier op neer: Als ik iets wil regelen, wat dan ook, dan moet ik dat in Sydney doen. Een restitutie van het geld is onwaarschijnlijk en ik krijg in ieder geval geen cent voordat ik naar Sydney ga. Dus.... Ik moet naar Sydney. Jippie de fucking pippie!
Ik ben pissig en ik moet mijn plannen aanpassen. Misschien zit Thailand er niet eens meer in! Drommels drommels drommels! Potjakkerdekakkie! Poep! Verdullemekke! Duizend bommen en granaten! De kaffers!
Maar goed.
Nu ga ik zwemmen in een beeldschone waterval om mijn gemoed te bedaren.
Het was een lange rit. Vijf dagen 'on the road'. Overnachten in gehuchten waar op het naambord 'population 360' staat. Zelfgemaakte rum drinken met de lokale bevolking. Groepen aboriginals die 's avonds compleet dronken zijn en in de ochtend in groepjes onder een bomen zitten, voor zich uit starend. Erg triest. Alcoholisme is de norm in deze kleine dorpjes.
Op mijn auto plakt een dikke laag stof en klei. De voorruit is plakkerig van de insecten die er op zijn gevlogen. Op mijn koplampen zitten bloedspetters van vogels die op het verkeerde moment de weg overstaken. Alles is stoffig en plakkerig.
Ik heb veel plezier met mijn reisgenoten. Jenni is een finse die 31 jaar oud is en Kalle een reusachtige fin van 28 jaar oud. Jenni is een echte rasreiziger. Kalle duidelijk niet. Kalle is een softwaredesigner en rasnerd. Jenni houdt van drank en plezier en het goede leven. Het is een vreemde combinatie, maar we hebben een hoop plezier met zijn allen en dat is wat belangrijk is.
En dan mijn reisnieuws: Ik heb mijn reisbureau ingeschakelt. Ik heb gebeld. Menno is naar Gulf Air Amsterdam geweest... Ik heb alles gedaan wat in mijn macht ligt om iets te regelen en het komt allemaal hier op neer: Als ik iets wil regelen, wat dan ook, dan moet ik dat in Sydney doen. Een restitutie van het geld is onwaarschijnlijk en ik krijg in ieder geval geen cent voordat ik naar Sydney ga. Dus.... Ik moet naar Sydney. Jippie de fucking pippie!
Ik ben pissig en ik moet mijn plannen aanpassen. Misschien zit Thailand er niet eens meer in! Drommels drommels drommels! Potjakkerdekakkie! Poep! Verdullemekke! Duizend bommen en granaten! De kaffers!
Maar goed.
Nu ga ik zwemmen in een beeldschone waterval om mijn gemoed te bedaren.
Monday, May 14, 2007
Weg
In de stoffige hitte van mijn rode vehikel stuiven we over de weg. Een witte wervelwind achtervolgt ons. Een geel verkeersbord waar 'Dip' op staat. Ik vertraag wat. Een diepe kuil hakt een driehoek uit de weg. Ik schiet omhoog in mijn stoel als de voorkant van de auto weer omhoog vliegt aan de andere kant van de kuil. En we gaan weer verder. Ik achtervolg een zandstorm die de lucht voor ons wit kleurt. In de achtervolging maak ik er zelf ook een. Stof vliegt de auto in, met de ramen open of dicht. We rijden in stof. Het ruikt droog, kleiachtig en vagelijk naar as. Ik ruik het de hele dag lang.
Een vlucht zwart-wit gekleurde volgels vliegt de weg over. Er zijn veel vogels. Zwermen roze-rode papegaaien, reusachtige reigerachtige vogels. Havikken. Kraaien die de ingewanden uit aangereden kangeroes pikken. Meestal zie je ze van verre aankomen. Deze vlucht besluit ineens om over de weg heen te vliegen. -Pok!- -Ploing!- -dof!- Een donsveertje plakt op de voorruit. Drie of vier vogels liggen dood op de weg, inmiddels 50 meter achter ons. Shit.
We slippen door een modderpoel van zwarte klei. Naar links en rechts slippend komen we langzaam verder, zonder echt grip te krijgen op de weg. Enorme kloeten modder vliegen omhoog achter ons. De motor schreeuwt en we slippen tergend langzaam van de weg af.
Een strip asfalt splijt het landschap in twee gelijke delen. Gras aan beide kanten. Nergens een boom, plant of dier te verkennen. Het land is plat. Zover het oog reikt en verder, is er niet anders dan dit gras. In de verte druppelt de blauwe hemel over de weg heen. Een plas lucht ligt op de weg aan de horizon en ik rij er naartoe. Door het niks richting de leegte.
Rode termietenhopen staan als grafzerken langs de weg. De muziek die we net hebben opgezet doet een dappere poging om gehoort te worden, maar wordt weggeslagen door het gerammel van de auto die over dikke, rode stenen heen hobbelt. Het lawaai is oorverdovend. We stoppen de auto. Stilte. We staan in een land waar termieten regeren. Ze zitten verborgen in hun zandkastelen, wachtend op de nacht. Stilte.
Dan donderen we weer verder.
Een vlucht zwart-wit gekleurde volgels vliegt de weg over. Er zijn veel vogels. Zwermen roze-rode papegaaien, reusachtige reigerachtige vogels. Havikken. Kraaien die de ingewanden uit aangereden kangeroes pikken. Meestal zie je ze van verre aankomen. Deze vlucht besluit ineens om over de weg heen te vliegen. -Pok!- -Ploing!- -dof!- Een donsveertje plakt op de voorruit. Drie of vier vogels liggen dood op de weg, inmiddels 50 meter achter ons. Shit.
We slippen door een modderpoel van zwarte klei. Naar links en rechts slippend komen we langzaam verder, zonder echt grip te krijgen op de weg. Enorme kloeten modder vliegen omhoog achter ons. De motor schreeuwt en we slippen tergend langzaam van de weg af.
Een strip asfalt splijt het landschap in twee gelijke delen. Gras aan beide kanten. Nergens een boom, plant of dier te verkennen. Het land is plat. Zover het oog reikt en verder, is er niet anders dan dit gras. In de verte druppelt de blauwe hemel over de weg heen. Een plas lucht ligt op de weg aan de horizon en ik rij er naartoe. Door het niks richting de leegte.
Rode termietenhopen staan als grafzerken langs de weg. De muziek die we net hebben opgezet doet een dappere poging om gehoort te worden, maar wordt weggeslagen door het gerammel van de auto die over dikke, rode stenen heen hobbelt. Het lawaai is oorverdovend. We stoppen de auto. Stilte. We staan in een land waar termieten regeren. Ze zitten verborgen in hun zandkastelen, wachtend op de nacht. Stilte.
Dan donderen we weer verder.
Thursday, May 10, 2007
Het is jullie misschien opgevallen dat ik de laatste tijd wat minder heb gepost op dit blog. Dat betekent niet dat ik niet meer van jullie hou, dus maak jullie daar aub geen zorgen over. Ik hou van jullie allemaal, zeker als jullie een commentaar achterlaten. Met een beetje aandachtt is mijn liefde zo gekocht.
Een van de redenen dat ik wat minder post is dat ik Blogger (dat is de site die ik gebruik om deze blog bij te houden) slechts nog krijg in chinese tekens. Dit maakt het navigeren op deze site ronduit vervelend. Ik heb namenlijk geen flauw idee wat ブログ の表示 betekent.
Een tweede reden is dat ik de laatste week niet heel veel avonturen heb meegemaakt. Wachtend op een conclusief antwoord van Gulf Air op mijn heel redelijke vraag van: 'Wat nu?' ben ik al lezend en slenterend en zuipend door Cairns mijn dagen aan het slijten.
Mijn broer Menno, jullie wel bekend (zo niet, zie de foto onder in deze pagina), is gisteren naar Gulf Air in Amsterdam gegaan om wat concretere informatie te vragen. Daar kreeg hij te horen dat ze mijn geld niet terug zullen geven, maar mij wel een identieke ticket zullen verschaffen. Daar heb ik dus driewerf niets aan omdat ik het plan heb opgevat om in Juli richting Thailand te reizen. Dus vanochtend bel ik zelf weer eens en ik krijg te horen dat ik wel mijn geld terug kan eisen via mijn reisbureau.
Verwarring alom zullen jullie wel begrijpen. En daar komt nog bij dat ik over tien minuten in mijn auto stap met twee finnen om door de outback naar Darwin te rijden. Vier dagen rijplezier. Vier dagen wildernis. Vier dagen rust van deze vliegongein.
Maar ik heb een ijzersterk plan voor als ik mijn geld terug krijg. Ik ben er achter dat de goedkoopste (of in ieder geval even dure) manier om terug in Amsterdam te komen via de trans-siberische trein is. De 'Peking-express' ja. Ik heb de tickets al klaarstaan, ik heb een reisbureau paraat om mijn visums te regelen. Alles staat klaar om in beweging gezet te worden. Het enige wat ik nodig heb is informatie. Krijg ik die verdomde centen terug of niet!? Dat is alles wat ik wil weten.
Zodra ik meer weet, weten jullie het.
Mijn volgende verslag komt uit Darwin.
Een van de redenen dat ik wat minder post is dat ik Blogger (dat is de site die ik gebruik om deze blog bij te houden) slechts nog krijg in chinese tekens. Dit maakt het navigeren op deze site ronduit vervelend. Ik heb namenlijk geen flauw idee wat ブログ の表示 betekent.
Een tweede reden is dat ik de laatste week niet heel veel avonturen heb meegemaakt. Wachtend op een conclusief antwoord van Gulf Air op mijn heel redelijke vraag van: 'Wat nu?' ben ik al lezend en slenterend en zuipend door Cairns mijn dagen aan het slijten.
Mijn broer Menno, jullie wel bekend (zo niet, zie de foto onder in deze pagina), is gisteren naar Gulf Air in Amsterdam gegaan om wat concretere informatie te vragen. Daar kreeg hij te horen dat ze mijn geld niet terug zullen geven, maar mij wel een identieke ticket zullen verschaffen. Daar heb ik dus driewerf niets aan omdat ik het plan heb opgevat om in Juli richting Thailand te reizen. Dus vanochtend bel ik zelf weer eens en ik krijg te horen dat ik wel mijn geld terug kan eisen via mijn reisbureau.
Verwarring alom zullen jullie wel begrijpen. En daar komt nog bij dat ik over tien minuten in mijn auto stap met twee finnen om door de outback naar Darwin te rijden. Vier dagen rijplezier. Vier dagen wildernis. Vier dagen rust van deze vliegongein.
Maar ik heb een ijzersterk plan voor als ik mijn geld terug krijg. Ik ben er achter dat de goedkoopste (of in ieder geval even dure) manier om terug in Amsterdam te komen via de trans-siberische trein is. De 'Peking-express' ja. Ik heb de tickets al klaarstaan, ik heb een reisbureau paraat om mijn visums te regelen. Alles staat klaar om in beweging gezet te worden. Het enige wat ik nodig heb is informatie. Krijg ik die verdomde centen terug of niet!? Dat is alles wat ik wil weten.
Zodra ik meer weet, weten jullie het.
Mijn volgende verslag komt uit Darwin.
Thursday, May 3, 2007
Catch 22
Ik loop naar de balie van mijn hostel, dat tevens een reisburau is. Ik heb een vliegticket om vanuit Sydney weer naar Amsterdam te vliegen de 28ste Augustus. Ik wil dit graag veranderen zodat ik vanaf begin Juli naar Thailand kan. Ik vraag ze om het telefoonnummer van Gulf Air, mijn vliegtuigmaatschappij. We raken aan de praat en ik vertel Paul, die me helpt op het moment, dat mijn ticket voor 28 augustus is.
"Je weet dat Gulf Air vanaf Juli niet meer naar en van Australie vliegt?"
"Eh?"
"Ze verdienen hier te weinig geld. Ze zijn vanaf Juli weg"
"Eh?"
"Ja. Meer mensen zitten in hetzelfde schuitje. Ik geloof dat ze de vluchten vanaf Juli via een andere maatschappij doen, maar dat weet ik niet zeker. Hier is hun telefoonnummer in Sydney"
"Ok..."
Ik bel het nummer en krijg iemand aan de telefoon van administratie in Sydeny.
"Hoi. Ik hoor dat jullie niet meer vliegen vanuit Australie vanaf Juli. Ik heb een ticket via jullie gekocht. Wat nu?"
"Ok. mag ik je gegevens?"
Ik geef mijn naam. Ze kan het niet vinden.
"Wanneer vlieg je?" Ik antwoord. Ze kan het nog steeds niet vinden.
"Weet je het vluchtnummer?" Ik geef haar mijn vluchtnummer.
"Ah! Maar dat is helemaal niet met Gulf Air!"
"Maar ik heb het via jullie geboekt! Hoezo weten jullie hier niets van?"
"Geen idee. Ik kan je nog steeds niet vinden in onze databank"
"Hoe kan dat!?"
"Bel naar reserveringen, maar het duurt zeker een uur voordat je daar iemand aan de lijn krijgt"
"Hoe kunnen zij me helpen?"
"Zij gaan daarover. Ik ben slechts van administratie."
"Hoezo ben ik niet geinformeerd ohierover?"
"Ik kan u niet helpen. Bel reserveringen."
Ik bel reserveringen.
'Al onze medewerkers zijn in gesprek op het moment, maar uw telefoontje is heel belangerijk voor ons. Blijft u aan de lijn a.u.b." Klassieke muziek... Iedere anderhalve minuut hetzelfde zinnetje. 'Uw telefoontje is heel belangrijk voor ons'. Heel fijn om dit te weten. Dit maakt het allemaal goed. Ik wacht in de geruststellende wetenschap dat mijn telefoontje heel belangrijk is.
Na een half uur (daar gaan mijn belminuten) krijg ik iemand aan de telefoon. Ze is op de hoogte van de situatie en wil me graag helpen. Ze vraagt mijn gegevens. Ik geef mijn naam en datum van vertrek. Ze kan het niet vinden. Ik geef mijn vluchtnummer. Dat is niet van Gulf Air. Ik geef het vliegtuignummer...
"Ah, maar die vliegt niet meer. We vliegen niet meer vanaf Sydney na Juni"
"Ik weet dat dat vliegtuig niet meer vliegt, daarom bel ik jullie. Ik wil weten wat ik nu moet doen"
"Daarvoor heb ik uw gegevens nodig."
"Die heb ik u net gegeven!"
"Ja, maar dat vliegtuig vliegt niet meer"
"Dat is mijn probleem ja. Ik heb een ticket voor een vliegtuig dat niet meer vliegt!"
"Ik kan u niet vinden meneer. Ik kan u niet helpen zonder uw gegevens"
"Maar die heb ik u net gegeven! Ik heb u alle gegevens gegeven van mijn vlucht naar Amsterdam!"
"Ja, maar dat vliegtuig vliegt niet meer vanuit Sydney."
"Daarom bel ik!"
Ze legt me rustig uit dat mijn vlucht geannuleerd is vanwege het feit dat Gulf Air niet meer naar of uit Australie vliegt vanaf Juli. Omdat mijn vlucht niet meer bestaat hebben ze die vluchtgegevens niet meer. Ze kan me niet helpen zonder mijn vluchtgegevens, maar mijn vluchtgegevens bestaan niet meer, wat de reden is waarom ik haar hulp nodig heb, want ik had haar hulp nooit nodig gehad als ze de vlucht niet geannuleerd had. Wacht even... Nog een keer...
Gulf Air vliegt niet meer uit Australie. Ze hebben alle vluchten geannuleerd vanaf Juli. Ok... dat is duidelijk. Omdat ze alle vluchten hebben geannuleerd bel ik om een oplossing te vinden. Die kunnen ze me niet geven omdat ze mijn gegevens niet meer hebben. Ze hebben mijn gegevens niet meer omdat ze alles vanaf Juli hebben geannuleerd. Dit is waarom ik bel voor hulp, die ze me niet geven kunnen omdat... Ehm...
Wat nu?
"U kunt proberen om uw geld terug te vragen bij ons kantoor meneer"
Ze geeft me een adres in Sydney.
"Ik zit in Cairns"
"Komt u weer terug in Sydney?"
"Ja... Over twee maanden"
"U kunt het dan terugvragen"
"Ik moet dit nu regelen"
"U kunt het ook via het internet proberen"
"Hoe groot is de kans dat dat gaat werken?"
"Dat weet ik niet. Ik zou u graag verder helpen, maar zonder uw gegevens kan ik niets doen"
"Dank u wel..."
"Je weet dat Gulf Air vanaf Juli niet meer naar en van Australie vliegt?"
"Eh?"
"Ze verdienen hier te weinig geld. Ze zijn vanaf Juli weg"
"Eh?"
"Ja. Meer mensen zitten in hetzelfde schuitje. Ik geloof dat ze de vluchten vanaf Juli via een andere maatschappij doen, maar dat weet ik niet zeker. Hier is hun telefoonnummer in Sydney"
"Ok..."
Ik bel het nummer en krijg iemand aan de telefoon van administratie in Sydeny.
"Hoi. Ik hoor dat jullie niet meer vliegen vanuit Australie vanaf Juli. Ik heb een ticket via jullie gekocht. Wat nu?"
"Ok. mag ik je gegevens?"
Ik geef mijn naam. Ze kan het niet vinden.
"Wanneer vlieg je?" Ik antwoord. Ze kan het nog steeds niet vinden.
"Weet je het vluchtnummer?" Ik geef haar mijn vluchtnummer.
"Ah! Maar dat is helemaal niet met Gulf Air!"
"Maar ik heb het via jullie geboekt! Hoezo weten jullie hier niets van?"
"Geen idee. Ik kan je nog steeds niet vinden in onze databank"
"Hoe kan dat!?"
"Bel naar reserveringen, maar het duurt zeker een uur voordat je daar iemand aan de lijn krijgt"
"Hoe kunnen zij me helpen?"
"Zij gaan daarover. Ik ben slechts van administratie."
"Hoezo ben ik niet geinformeerd ohierover?"
"Ik kan u niet helpen. Bel reserveringen."
Ik bel reserveringen.
'Al onze medewerkers zijn in gesprek op het moment, maar uw telefoontje is heel belangerijk voor ons. Blijft u aan de lijn a.u.b." Klassieke muziek... Iedere anderhalve minuut hetzelfde zinnetje. 'Uw telefoontje is heel belangrijk voor ons'. Heel fijn om dit te weten. Dit maakt het allemaal goed. Ik wacht in de geruststellende wetenschap dat mijn telefoontje heel belangrijk is.
Na een half uur (daar gaan mijn belminuten) krijg ik iemand aan de telefoon. Ze is op de hoogte van de situatie en wil me graag helpen. Ze vraagt mijn gegevens. Ik geef mijn naam en datum van vertrek. Ze kan het niet vinden. Ik geef mijn vluchtnummer. Dat is niet van Gulf Air. Ik geef het vliegtuignummer...
"Ah, maar die vliegt niet meer. We vliegen niet meer vanaf Sydney na Juni"
"Ik weet dat dat vliegtuig niet meer vliegt, daarom bel ik jullie. Ik wil weten wat ik nu moet doen"
"Daarvoor heb ik uw gegevens nodig."
"Die heb ik u net gegeven!"
"Ja, maar dat vliegtuig vliegt niet meer"
"Dat is mijn probleem ja. Ik heb een ticket voor een vliegtuig dat niet meer vliegt!"
"Ik kan u niet vinden meneer. Ik kan u niet helpen zonder uw gegevens"
"Maar die heb ik u net gegeven! Ik heb u alle gegevens gegeven van mijn vlucht naar Amsterdam!"
"Ja, maar dat vliegtuig vliegt niet meer vanuit Sydney."
"Daarom bel ik!"
Ze legt me rustig uit dat mijn vlucht geannuleerd is vanwege het feit dat Gulf Air niet meer naar of uit Australie vliegt vanaf Juli. Omdat mijn vlucht niet meer bestaat hebben ze die vluchtgegevens niet meer. Ze kan me niet helpen zonder mijn vluchtgegevens, maar mijn vluchtgegevens bestaan niet meer, wat de reden is waarom ik haar hulp nodig heb, want ik had haar hulp nooit nodig gehad als ze de vlucht niet geannuleerd had. Wacht even... Nog een keer...
Gulf Air vliegt niet meer uit Australie. Ze hebben alle vluchten geannuleerd vanaf Juli. Ok... dat is duidelijk. Omdat ze alle vluchten hebben geannuleerd bel ik om een oplossing te vinden. Die kunnen ze me niet geven omdat ze mijn gegevens niet meer hebben. Ze hebben mijn gegevens niet meer omdat ze alles vanaf Juli hebben geannuleerd. Dit is waarom ik bel voor hulp, die ze me niet geven kunnen omdat... Ehm...
Wat nu?
"U kunt proberen om uw geld terug te vragen bij ons kantoor meneer"
Ze geeft me een adres in Sydney.
"Ik zit in Cairns"
"Komt u weer terug in Sydney?"
"Ja... Over twee maanden"
"U kunt het dan terugvragen"
"Ik moet dit nu regelen"
"U kunt het ook via het internet proberen"
"Hoe groot is de kans dat dat gaat werken?"
"Dat weet ik niet. Ik zou u graag verder helpen, maar zonder uw gegevens kan ik niets doen"
"Dank u wel..."
Tuesday, May 1, 2007
Kafuffelen
Degenen die me al wat langer kennen, weten dat ik veel slechte eigenschappen heb. Een daarvan is dat ik vrij vatbaar ben voor verslavingen. Of het blowen, roken, lezen, het virtueel neerschieten van soldaten, internetten, uitslapen of niksen is... In al die dingen ken ik geen moderatie. In het kader van 'als je iets doet, doe het goed', stort ik me op deze bezigheden alsof er geen morgen is, totdat de zonsopgang mij het tegendeel bewijst.
De laatste vijf dagen heb ik me met maar een ding beziggehouden. Al mijn gedachten en energie heb ik in een activiteit gefocust. Voor vijf dagen bestond mijn wereld uit maar een ding: duiken.
Jawel. Ik weet dat ik jullie met mijn vorige verhaaltje (inclusief foto's) al jaloers genoeg heb gemaakt met mijn avonturen in het Great Barrier Reef, maar ik doe er nog een schep bovenop. Ik heb een 'Adventure Diving' cursus gedaan. Wat een normale duik-opleiding inhoud, plus nog een paar extra vaardigheden. Zoals duiken in de nacht, navigeren... en 'deep-diving'. Ik heb 's nachts tussen 4 haaien gezwommen, ik heb op 30 meter diepte gezweefd en ik heb een verdomd goeie tijd gehand in de zee.
En nu wil ik meer. Het is niet genoeg. De smaak heeft me te pakken en sleept me terug het water in. ik kan niet ophouden... Ik moet terug.
Ik zou jullie eindeloos lang kunnen vervelen door proberen uit te leggen [i]waarom[/i] het zo heerlijk is. Ik tot vervelens toe kunnen doortypen terwijl ik probeer te beschrijven hoe ongehoord mooi het great barrier reef is. Ik zou woorden kunnen bedenken die beschrijven wat een heerlijk gevoel het is in het water, tussen al dat leven in al die onwaarschijnlijke vormen. Het heeft geen zin. Ik zou kunnen zeggen dat ik flarimorend rondkafuffel in het wollinoge water en dan weet je evenveel als dat ik een serieuze poging tot beschrijving zou wagen.
Ik ben nog niet klaar met de zee.
Zoals mijn franse mededuiker zou zeggen:
"Fou!"
De laatste vijf dagen heb ik me met maar een ding beziggehouden. Al mijn gedachten en energie heb ik in een activiteit gefocust. Voor vijf dagen bestond mijn wereld uit maar een ding: duiken.
Jawel. Ik weet dat ik jullie met mijn vorige verhaaltje (inclusief foto's) al jaloers genoeg heb gemaakt met mijn avonturen in het Great Barrier Reef, maar ik doe er nog een schep bovenop. Ik heb een 'Adventure Diving' cursus gedaan. Wat een normale duik-opleiding inhoud, plus nog een paar extra vaardigheden. Zoals duiken in de nacht, navigeren... en 'deep-diving'. Ik heb 's nachts tussen 4 haaien gezwommen, ik heb op 30 meter diepte gezweefd en ik heb een verdomd goeie tijd gehand in de zee.
En nu wil ik meer. Het is niet genoeg. De smaak heeft me te pakken en sleept me terug het water in. ik kan niet ophouden... Ik moet terug.
Ik zou jullie eindeloos lang kunnen vervelen door proberen uit te leggen [i]waarom[/i] het zo heerlijk is. Ik tot vervelens toe kunnen doortypen terwijl ik probeer te beschrijven hoe ongehoord mooi het great barrier reef is. Ik zou woorden kunnen bedenken die beschrijven wat een heerlijk gevoel het is in het water, tussen al dat leven in al die onwaarschijnlijke vormen. Het heeft geen zin. Ik zou kunnen zeggen dat ik flarimorend rondkafuffel in het wollinoge water en dan weet je evenveel als dat ik een serieuze poging tot beschrijving zou wagen.
Ik ben nog niet klaar met de zee.
Zoals mijn franse mededuiker zou zeggen:
"Fou!"
Sunday, April 22, 2007
Neem de duik!
Ik heb vandaag drie keer gedoken. Het aanvankelijke plan was om een testduik te doen om te kijken of ik het kon en/of leuk vond. Ik kan het en het is ongelovelijk leuk! En dus besloot ik om er nog twee duiken aan vast te plakken. Vanuit Port Douglas ben ik met een supersnelle catamaran naar een van de verst gelegen en minst aangetaste delen van het Great barrier Reef gevaren. Onderweg een korte uitleg over de do's en dont's van het duiken. Luchtdichtheid en druk en de truukjes die je moet kunnen om zonder al te veel gevaar te duiken (Hoewel je nog steeds een papier moet ondertekenen dat zegt dat je weet dat duiken een potentieel dodelijke bezigheid kan zijn, maar goed... ALLES is Australie is potentieel dodelijk...).
Wederom was ik ademloos van de kleurrijke en diverse wereld van het Great barrier Reef. Een wat oudere, britse man die ook voor de eerste keer dook, moest zelfs een traan van vreugde wegpinken toen we na de eerste duik weer boven kwamen. Ikzelf was ook vijf minuten niet in staat om iets coherents te doen, zo ongelovelijk indrukwekkend is het.

Ik vond het al fenomanaal om te snorkelen in het rif, maar om in alle rust door het water te zweven op 10 meter diepte voegt er een heel nieuwe dimensie aan toe. De totale vrijheid die je hebt in alle richtingen. Met een lome zwiep van je been beweeg je een halve meter naar boven, beneden of 360 graden in een richting naar keuze. Neem rustig een kijkje onder een paddestoel-achtige koraalformatie terwijl je ondersteboven hangt. Vlieg door een trog met muren van felgekleurde vissen, anemonen en hoornig koraal aan beide kanten, vier meter hoog.

Op de foto hierboven geef ik de fotograaf het 'OK' teken in duikersgebarentaal. Niet te verwarren met het 'thumbs up' teken, wat in het dagenlijks handtaalgebruik vaak voor hetzelfde doeleinde wordt gebruikt, want dat betekent 'naar boven' als je een duikerspak aan hebt. Mijn duikinstructeur was zeer ervaren en kende dit rik op zijn duimpje. Kort nadat deze foto genomen was leidde hij ons naar een koraaltoren waarop een anemoon geplakt zat. En verborgen in dat anemoon zat, jawel, een echte Amphiprion ocellaris! Ok Ok.., NEMO DUS! Je kan je kont niet keren hier in Australie aan de oostkust of je ziet wel weer een plaatje van Nemo dat je veel te vrolijk toelacht. Maar dat terzijde. Het is een prachtig mooi visje om in het echt te zien, maar wat er helemaal surrealistisch uitzag was het anemoon toen het besloot genoeg van ons te hebben en aan de wandel te gaan. Ik wist niet eens dat ze dat kunnen, maar anemonen hebben dus een soort zuignap als voet en ze maken af en toe een gezonde wandeling.
Een van de vele dingen die veel indruk op me hebben gemaakt vandaag was dit reusachtige schelpbeest dat zeker anderhalve meter breed is. Het is moeilijk om te beschrijven dus laat ik deze foto maar het woord doen.

Ik sta op het punt om mijn blog vol te gooien met prachtige foto's van het leven in het Great barrier Reef, maar ik ben bang dat ik de boodschap nooit even goed kan overbrengen als het warme water om je heen, de zuurstoffles op je rug, de luchtbellen die langzaam omhoog borrelen, het gevoel van gewichtloosheid, de absurd gekleurde en gevormde vissen en zeekomkommers en schelpdieren en felpaarse koraalpoliepen... En dit alles in beweging. Ik ben er nog stil van.
Deze laatste foto hier heb ik er aan toegevoegd voor mijn karatebroeders. Zelfs op tien meter diepte kan ik nog een goede seza maken! OSU!

Ik kan niet duidelijk genoeg maken hoe bijzonder dit is.
Neem de duik!
Wederom was ik ademloos van de kleurrijke en diverse wereld van het Great barrier Reef. Een wat oudere, britse man die ook voor de eerste keer dook, moest zelfs een traan van vreugde wegpinken toen we na de eerste duik weer boven kwamen. Ikzelf was ook vijf minuten niet in staat om iets coherents te doen, zo ongelovelijk indrukwekkend is het.

Ik vond het al fenomanaal om te snorkelen in het rif, maar om in alle rust door het water te zweven op 10 meter diepte voegt er een heel nieuwe dimensie aan toe. De totale vrijheid die je hebt in alle richtingen. Met een lome zwiep van je been beweeg je een halve meter naar boven, beneden of 360 graden in een richting naar keuze. Neem rustig een kijkje onder een paddestoel-achtige koraalformatie terwijl je ondersteboven hangt. Vlieg door een trog met muren van felgekleurde vissen, anemonen en hoornig koraal aan beide kanten, vier meter hoog.

Op de foto hierboven geef ik de fotograaf het 'OK' teken in duikersgebarentaal. Niet te verwarren met het 'thumbs up' teken, wat in het dagenlijks handtaalgebruik vaak voor hetzelfde doeleinde wordt gebruikt, want dat betekent 'naar boven' als je een duikerspak aan hebt. Mijn duikinstructeur was zeer ervaren en kende dit rik op zijn duimpje. Kort nadat deze foto genomen was leidde hij ons naar een koraaltoren waarop een anemoon geplakt zat. En verborgen in dat anemoon zat, jawel, een echte Amphiprion ocellaris! Ok Ok.., NEMO DUS! Je kan je kont niet keren hier in Australie aan de oostkust of je ziet wel weer een plaatje van Nemo dat je veel te vrolijk toelacht. Maar dat terzijde. Het is een prachtig mooi visje om in het echt te zien, maar wat er helemaal surrealistisch uitzag was het anemoon toen het besloot genoeg van ons te hebben en aan de wandel te gaan. Ik wist niet eens dat ze dat kunnen, maar anemonen hebben dus een soort zuignap als voet en ze maken af en toe een gezonde wandeling.
Een van de vele dingen die veel indruk op me hebben gemaakt vandaag was dit reusachtige schelpbeest dat zeker anderhalve meter breed is. Het is moeilijk om te beschrijven dus laat ik deze foto maar het woord doen.
Ik sta op het punt om mijn blog vol te gooien met prachtige foto's van het leven in het Great barrier Reef, maar ik ben bang dat ik de boodschap nooit even goed kan overbrengen als het warme water om je heen, de zuurstoffles op je rug, de luchtbellen die langzaam omhoog borrelen, het gevoel van gewichtloosheid, de absurd gekleurde en gevormde vissen en zeekomkommers en schelpdieren en felpaarse koraalpoliepen... En dit alles in beweging. Ik ben er nog stil van.
Deze laatste foto hier heb ik er aan toegevoegd voor mijn karatebroeders. Zelfs op tien meter diepte kan ik nog een goede seza maken! OSU!

Ik kan niet duidelijk genoeg maken hoe bijzonder dit is.
Neem de duik!
Saturday, April 21, 2007
Dus...
Ik wil graag iets inspirerends opschrijven, maar ik moet bekennen dat ik de laatste paar dagen geen geweldige avonturen of spirituele wedergeboortes heb meegemaakt. Geen bliksemflitsen op voorschaduwende momenten, geen multi-interpreteerbare tekens die wijzen op een verschrikkelijk lot. Niets van dat alles. De wereld gaat nog steeds rustig zijn gangetje. Het weer is fenomenaal en de mensen zijn nog steeds dezelfde mensen. Ik ook.
Dus wat voor superspannende dingen heb ik te melden? Gisteren heb ik gezwommen in een beeldschone rivier in de jungle. Morgen ga ik duiken in het Great Barrier Reef. Vandaag heb ik boodschappen gedaan en koffie gedronken en ben achter het internet gedoken met de intentie om een inspirerend verhaal voor jullie op te schrijven. Nu blijkt het dat je daarvoor dan dus ook echt inspiratie nodig hebt. Is me dat even balen.
Ik zou graag op elk gewenst moment een avontuur, zei het fysiek of spiritueel, een avontuur willen meemaken of kunnen opschrijven. Ik erger me enigzinds aan mijn onvermogen hierin, maar niet te veel. Ik heb het tenslotte nog steeds naar mijn zin en dat is tenslotte verdomde belangrijk want daar is het tenslotte allemaal om begonnen. Of niet soms?
Ook nu zit ik over mijn kin te wrijven, zwaar in dubio over wat ik nou eigenlijk wil zeggen. Misschien is het maar beter als ik het hier bij laat voor nu.
Meer nieuws later!
Dus wat voor superspannende dingen heb ik te melden? Gisteren heb ik gezwommen in een beeldschone rivier in de jungle. Morgen ga ik duiken in het Great Barrier Reef. Vandaag heb ik boodschappen gedaan en koffie gedronken en ben achter het internet gedoken met de intentie om een inspirerend verhaal voor jullie op te schrijven. Nu blijkt het dat je daarvoor dan dus ook echt inspiratie nodig hebt. Is me dat even balen.
Ik zou graag op elk gewenst moment een avontuur, zei het fysiek of spiritueel, een avontuur willen meemaken of kunnen opschrijven. Ik erger me enigzinds aan mijn onvermogen hierin, maar niet te veel. Ik heb het tenslotte nog steeds naar mijn zin en dat is tenslotte verdomde belangrijk want daar is het tenslotte allemaal om begonnen. Of niet soms?
Ook nu zit ik over mijn kin te wrijven, zwaar in dubio over wat ik nou eigenlijk wil zeggen. Misschien is het maar beter als ik het hier bij laat voor nu.
Meer nieuws later!
Tuesday, April 17, 2007
Perfectionisme
Ik heb mezelf altijd gezien als een perfectionist; Als ik iets doe, dan doe ik het goed. Wanneer ik werk, dan werk ik hard. Ik probeer mijn werk zo goed mogenlijk te doen, zelfs als ik er geen flauwe reet aan vind. Maar dit geldt niet alleen voor werk natuurlijk. Als ik hier iets opschrijf dan hoop ik zo duidelijk mogenlijk te zeggen wat ik wil zeggen. Ondanks al die mooie woorden die tot mijn beschikking staan blijft dat nog steeds een hele taak. Hoe schilder ik zo goed mogenlijk het beeld dat ik in mijn hoofd zie? Welke woorden doen mijn ervaringen het meeste recht aan? Dat zijn moeilijke besluiten, zeker voor iemand die zo veel aan woorden hecht, zoals ik.
Veel mensen hebben misschien de indruk dat ik geen perfectionist ben. Ik ben regelmatig als 'lui' beschreven. Een half jaar werken om vervolgens een half jaar alleen maar dat geld aan vrije tijd te verspillen, wat ik drie jaar achter elkaar gedaan heb, klinkt niet als het werk van iemand die naar perfectie streeft. Ik zie het zo: Ik streefde in die periodes naar een staat van perfecte luiheid. Nergens voor hoeven opstaan, alles wat ik ondernam deed ik in een slakkengangetje. Ik werkte om verplichtingen te voorkomen. Dom? Vast. Lekker? Soms. Vervullend? Nee. Makkelijk? Zeker.
Ik heb in mijn verleden, en ook nu, veel dingen gedaan die verre van perfect zijn. Eerder imperfect... of gewoon dom. Vooral nalatigheid is een van mijn grote problemen. Het simpelweg niet regelen van, soms de meest simpele, dingen. Maar ook dat durf ik te registreren onder mijn streven naar perfectie. Want zodra ik niet zeker weet of ik iets goed kan doen, waarom zou ik het dan doen? Dan word ik misschien wel geconfronteerd met het feit dat ik NIET alles onder controle heb, dat ik NIET hyperintelligent ben (wat ik wel ben overigens).
Ook nu ben ik in een staat van ontspannenheid die grenst aan lethargie. Loom wieg ik heen en weer in een hangmat terwijl ik het zoveelste goede boek verslind. In de avond praat ik met mijn medebackpackers over... tsja, over onbenullige dingen die niet teveel geesteskracht kosten. En nu zit ik voor een computerscherm met een overheerlijke bessen-appel smoothie rustig na te denken over dit aspect van mijn leven. Want ik besef me nu dat ik deze kunst van uitrusten en ontspannen heb geslepen en geraffineert tot de allerhoogste staat van perfectie. Ik zou trots op mezelf moeten zijn, maar in plaats daarvan wordt ik overmeesterd door een gevoel van ongemak. Ik ben op hetzelfde punt beland waar ik zo vaak al ben geweest en waar ik zo ongelovelijk veel tijd heb verspeelt. Het maakt niet uit dat ik 16000 kilometer van mijn huis en houtkacheltje verwijdert ben, ik ben op precies dezelfde plek.
Dus wordt ik rusteloos en ik begin te draaien in mijn bed en na te denken over mezelf en mijn leven en mijn levensdoelen. Ik denk: 'waar rust ik van uit?' Ik denk: 'waar bereidt ik me op voor?' Ik denk: 'Wat wil ik nou eigenlijk?' Al dit keiharde luieren helpt mij niet in deze existentialistische maalstroom waar ik, voor de zoveelste keer, in ben beland. Is perfectie niet een illusie? Een ideaalbeeld waar we naar streven, maar wat we nooit zullen berijken? Wat betekent dat voor mij?
Het betekend dat ik al die tijd smoesjes voor mezelf heb verzonnen om het moment van actie, van verantwoordelijkheid, maar zo lang mogenlijk uit te stellen. Iets niet doen omdat je misschien niet tevreden bent met het resultaat betekend dat er nooit een resultaat kan zijn. Er is niks mis met luiheid, maar wel als het een symptoon van uitstelgedrag is. Er bestaat een prachtig engels werkwoord voor dit fenomeen: 'to procrastinate'. Het ergens op blijven zitten zonder er iets mee te doen.
Perfectie is onzin. Het is het streven naar perfectie wat er toe doet. Niet het einddoel, maar het pad. Om vanuit de verte naar de ideaalvorm staren zonder ook maar een stap te zetten, leidt nergens toe, slechts naar frustratie. Vele mensen voor mij hebben dit gezegd, maar een mens heeft ervaring nodig om dit ook echt te beseffen.
Tijd om van die luie reet af te komen en een wandeling te maken.
Veel mensen hebben misschien de indruk dat ik geen perfectionist ben. Ik ben regelmatig als 'lui' beschreven. Een half jaar werken om vervolgens een half jaar alleen maar dat geld aan vrije tijd te verspillen, wat ik drie jaar achter elkaar gedaan heb, klinkt niet als het werk van iemand die naar perfectie streeft. Ik zie het zo: Ik streefde in die periodes naar een staat van perfecte luiheid. Nergens voor hoeven opstaan, alles wat ik ondernam deed ik in een slakkengangetje. Ik werkte om verplichtingen te voorkomen. Dom? Vast. Lekker? Soms. Vervullend? Nee. Makkelijk? Zeker.
Ik heb in mijn verleden, en ook nu, veel dingen gedaan die verre van perfect zijn. Eerder imperfect... of gewoon dom. Vooral nalatigheid is een van mijn grote problemen. Het simpelweg niet regelen van, soms de meest simpele, dingen. Maar ook dat durf ik te registreren onder mijn streven naar perfectie. Want zodra ik niet zeker weet of ik iets goed kan doen, waarom zou ik het dan doen? Dan word ik misschien wel geconfronteerd met het feit dat ik NIET alles onder controle heb, dat ik NIET hyperintelligent ben (wat ik wel ben overigens).
Ook nu ben ik in een staat van ontspannenheid die grenst aan lethargie. Loom wieg ik heen en weer in een hangmat terwijl ik het zoveelste goede boek verslind. In de avond praat ik met mijn medebackpackers over... tsja, over onbenullige dingen die niet teveel geesteskracht kosten. En nu zit ik voor een computerscherm met een overheerlijke bessen-appel smoothie rustig na te denken over dit aspect van mijn leven. Want ik besef me nu dat ik deze kunst van uitrusten en ontspannen heb geslepen en geraffineert tot de allerhoogste staat van perfectie. Ik zou trots op mezelf moeten zijn, maar in plaats daarvan wordt ik overmeesterd door een gevoel van ongemak. Ik ben op hetzelfde punt beland waar ik zo vaak al ben geweest en waar ik zo ongelovelijk veel tijd heb verspeelt. Het maakt niet uit dat ik 16000 kilometer van mijn huis en houtkacheltje verwijdert ben, ik ben op precies dezelfde plek.
Dus wordt ik rusteloos en ik begin te draaien in mijn bed en na te denken over mezelf en mijn leven en mijn levensdoelen. Ik denk: 'waar rust ik van uit?' Ik denk: 'waar bereidt ik me op voor?' Ik denk: 'Wat wil ik nou eigenlijk?' Al dit keiharde luieren helpt mij niet in deze existentialistische maalstroom waar ik, voor de zoveelste keer, in ben beland. Is perfectie niet een illusie? Een ideaalbeeld waar we naar streven, maar wat we nooit zullen berijken? Wat betekent dat voor mij?
Het betekend dat ik al die tijd smoesjes voor mezelf heb verzonnen om het moment van actie, van verantwoordelijkheid, maar zo lang mogenlijk uit te stellen. Iets niet doen omdat je misschien niet tevreden bent met het resultaat betekend dat er nooit een resultaat kan zijn. Er is niks mis met luiheid, maar wel als het een symptoon van uitstelgedrag is. Er bestaat een prachtig engels werkwoord voor dit fenomeen: 'to procrastinate'. Het ergens op blijven zitten zonder er iets mee te doen.
Perfectie is onzin. Het is het streven naar perfectie wat er toe doet. Niet het einddoel, maar het pad. Om vanuit de verte naar de ideaalvorm staren zonder ook maar een stap te zetten, leidt nergens toe, slechts naar frustratie. Vele mensen voor mij hebben dit gezegd, maar een mens heeft ervaring nodig om dit ook echt te beseffen.
Tijd om van die luie reet af te komen en een wandeling te maken.
Wednesday, April 11, 2007
Ceder Creek Falls
Ik had eigenlijk al veel eerder over mijn ervringen in 'Ceder Creek Falls' willen schrijven. Het is een plek die mij heeft teruggebracht naar mijn mooiste kwajongensjaren. Het is een plek die de aap in mij deed loskomen. Het is een plek om avonturen te beleven. Ceder Creek Falls is een waterval, maar niet zomaar een waterval. Het is de mooiste plek die ik in Australie heb gezien... en ik heb inmiddels veel wonderschone dingen gezien.
Het is de 14 meter hoge waterval. Het is het koele meer er onder. De prachtige jungleplanten die er om heen groeien. Het is het steile pad naar boven. Het is de prachtige rotspartij bovenaan de waterval waar ik eindeloos van rots naar rots ben gesprongen. Het zijn de tientallen watervalletjes en poeltjes die bubbelen als champagne die boven, in de beek te vinden zijn. Het zijn de klauterpartijen over de vele rotsen en door het water. De urenlange verkenningstocht langs en over en door en boven de beek. Het stelletje dat ik per ongeluk betrapte terwijl ze van de natuur en elkaar aan het genieten waren. Het is dit allemaal en meer die deze plaats zo fantastisch maken.
En de sprong...
Het is jammer, heel jammer, dat er geen geluid bij deze foto is geincludeert. Als dat het geval was geweest dan hadden jullie gehoort hoe ik in koelbloedigheid en stilte naar beneden ben gesprongen en niet, zoals anderen dat misschien zouden doen, een luide kreet heb gestiet die op kwam borrelen uit het meest primitieve gedeelte van mijn brein en door toeschouwers wellicht als een 'evil scream' beschreven zou kunnen worden.
De dagen die ik hier heb doorgebracht voelde ik me me weer helemaal een klein jongetje dat op verkenningstochten gaan en 'commando' speelt. Water en rotsen en planten. Zwemmen en springen en klimmen. Het is alles wat je nodig hebt om het hart weer te laten voelen waarom het klopt.
Food for the Soul
Monday, April 9, 2007
Port Douglas (en koala's?)
Er hangt hier een rustiek sfeertje van boetiekwinkeltjes en laid-backheid in het algemeen. Het lange strand met de tropische palmbomen ernaast die in de wind wiegen alsof ze in een bounty-reclame figureren. De marina met visrestaurantjes en duikwinkels. De tientallen touristeninformatiepunten die fel blauw gekleurd zijn met de vele duizenden flyers die allemaal roepen dat hun rifduiktours toch echt de aller, allermooiste zijn. Ze zeggen allemaal: 'Relax'.
Het dorpje ligt in een vallei alsof het uitgestrekt in een hangmat ligt. Een hangmat met een tropisch vruchtencoctail in de hand waar een parapluutje uitsteekt. En een veel te grote zonnebril. Iedereen is hier om te ontspannen en, oh ja, misschien ook wat te zien van dat prachtige Barrier Reef. Ja... het is hier extreem touristisch, maar het lijkt alsof dit het algemene rustpunt is voor iedereen. De ontspanning die als een luie nevel hier over de straten heen rolt is onweerstaanbaar. Zelfs de reiziger die op het meest abominabele schama zit weet hier rust te vinden.
Ook het hostel waar ik zit is ontzettend... chill. Chill is het enige woord dat het recht aandoet. Rondhangen is in dit hostel geperfectioneerd tot hoge kunst. Ik vermoed dat de grootmeester der chillmonniken ooit is afgedaald uit de bergen, nadat hij zijn extreem relaxede verlichting had berijkt, en toen dit hostel heeft opgericht. De eigenaars van het hostel verzekeren me dat het Doug was die dit heeft gedaan en dat hij gewoon een australier is, maar ik vermoed dat er meer aan de hand is.
Het was dan ook niet makkelijk om mij uit mijn hangmat te rukken gisteren en op jacht te gaan naar een baan, maar het is me gelukt en ik heb, terwijl door de marina slenterde, mijn naam achter gelaten bij diverse duikbedrijven. Als ik geen baan kan krijgen op een boot, dan neem ik een van de diverse banen in aan in de horeca die hier overal in de aanbieding zijn. Dinsdag hoor ik meer. Tot die tijd ben ik aan het hangen, loungen, chillen, relaxen, ontspannen en uitrusten.
Nog even een absurde notie: Ik heb gisteravond geslaapwandeld... En helaas niet in de ontschuldige, klassieke manier, maar ik heb de rust in mijn kamer flink verstoord. Ik heb tot drie keer toe geprobeerd bij een amerikaanse meisje in bed te kruipen terwijl ik mompelde over koala's waarna ik zei dat ik frisse lucht nodig had en toen ben ik naar buiten gelopen. Wat ik buiten heb gedaan weet ik niet want daar zijn geen getuigen van... Heel.... erg... vreemd...
Het dorpje ligt in een vallei alsof het uitgestrekt in een hangmat ligt. Een hangmat met een tropisch vruchtencoctail in de hand waar een parapluutje uitsteekt. En een veel te grote zonnebril. Iedereen is hier om te ontspannen en, oh ja, misschien ook wat te zien van dat prachtige Barrier Reef. Ja... het is hier extreem touristisch, maar het lijkt alsof dit het algemene rustpunt is voor iedereen. De ontspanning die als een luie nevel hier over de straten heen rolt is onweerstaanbaar. Zelfs de reiziger die op het meest abominabele schama zit weet hier rust te vinden.
Ook het hostel waar ik zit is ontzettend... chill. Chill is het enige woord dat het recht aandoet. Rondhangen is in dit hostel geperfectioneerd tot hoge kunst. Ik vermoed dat de grootmeester der chillmonniken ooit is afgedaald uit de bergen, nadat hij zijn extreem relaxede verlichting had berijkt, en toen dit hostel heeft opgericht. De eigenaars van het hostel verzekeren me dat het Doug was die dit heeft gedaan en dat hij gewoon een australier is, maar ik vermoed dat er meer aan de hand is.
Het was dan ook niet makkelijk om mij uit mijn hangmat te rukken gisteren en op jacht te gaan naar een baan, maar het is me gelukt en ik heb, terwijl door de marina slenterde, mijn naam achter gelaten bij diverse duikbedrijven. Als ik geen baan kan krijgen op een boot, dan neem ik een van de diverse banen in aan in de horeca die hier overal in de aanbieding zijn. Dinsdag hoor ik meer. Tot die tijd ben ik aan het hangen, loungen, chillen, relaxen, ontspannen en uitrusten.
Nog even een absurde notie: Ik heb gisteravond geslaapwandeld... En helaas niet in de ontschuldige, klassieke manier, maar ik heb de rust in mijn kamer flink verstoord. Ik heb tot drie keer toe geprobeerd bij een amerikaanse meisje in bed te kruipen terwijl ik mompelde over koala's waarna ik zei dat ik frisse lucht nodig had en toen ben ik naar buiten gelopen. Wat ik buiten heb gedaan weet ik niet want daar zijn geen getuigen van... Heel.... erg... vreemd...
Tuesday, April 3, 2007
Nieuws!
Daar ben ik dan: Cairns.
Ik weet nog niet goed wat ik van deze stad moet denken. Het is de laatste metropool aan de east-coast. Veel backpackers, veel feesten, veel duikers, veel werk. Veel vleermuizen die op mijn auto schijten. Ook regent het aan de lopende band, maar dat is niet zo erg, want ik voel me nu minder schuldig over het feit dat ik al een paar uur achter de computer zit om jullie te verblijden (hopelijk) met mijn schrijfsels.
Ik heb, behalve dit nieuwsberichtje, een nieuw verhaaltje geschreven en een educatief koffiepraatje. Scroll naar beneden en geniet (en leer... of niet)!
Ik heb net een tocht van vier dagen gemaakt vanuit Ayr, wat net ten zuiden van Townsville ligt, naar Cairns. Ik heb een zweeds stelletje (genaamd Elin en Johan) meegenomen in mijn auto en samen hebben we in vier dagen de watervallen en jungle ten zuiden en westen van Cairns verkend. Het was een mooie tocht. Ik heb nog nooit zoveel natuur en watervallen gezien. Dieren zoals de 'leaftailed gecko' (zie foto)
en de Wabi waren vooral bijzonder om te zien. Bijden zijn zeer zeldzaam en erg mooi.
Ook hebben we veel plezier gehad in Paluma, een gat van een dorpje dat bovenop een kilometerhoge berg in de jungle ten noorden van Townsville ligt. De avond was aan het vallen en we hadden een plek nodig om te slapen. Er was een hotelachtige plek, maar op het bord stond 'No vacancy'. Toch was het onze laatste kans en ik belde aan om te vragen of ze misschien toch plek hadden.
De eigenaar van het hostel bleek een vreemde, half amerikaans-indiaanse hippie te zijn en hij had nog wel een plekje. Hij bleek normaal nooit mensen te laten slapen in zijn 'hotel', behalve als hij hun aura vond deugen. Mijn aura deugde gelukkig (het is blauw) en we kregen een prachtige kamer. Ook verkocht hij wijn voor $2.50 per fles, wat zeer goed spul bleek te zijn. We hebben de hele avond gedronken en gelachen met hem en zijn vrouw.
Maar goed, Cairns dus. Ik ga proberen hier of in Port Douglas, wat een uurtje ten noorden van Cairns ligt, een stageplek op een van de touristenboten te krijgen. Er hangen hier een paar advertenties die beloven je in 90 dagen op te leiden tot een meesterduiker in ruil voor harde arrebeid en een belachelijk slecht loontje. Ik wil graag leren duiken dus ik ben aan het rondneuzen bij de verschillende bedrijven.
Ik hou jullie op de hoogte!
Ik weet nog niet goed wat ik van deze stad moet denken. Het is de laatste metropool aan de east-coast. Veel backpackers, veel feesten, veel duikers, veel werk. Veel vleermuizen die op mijn auto schijten. Ook regent het aan de lopende band, maar dat is niet zo erg, want ik voel me nu minder schuldig over het feit dat ik al een paar uur achter de computer zit om jullie te verblijden (hopelijk) met mijn schrijfsels.
Ik heb, behalve dit nieuwsberichtje, een nieuw verhaaltje geschreven en een educatief koffiepraatje. Scroll naar beneden en geniet (en leer... of niet)!
Ik heb net een tocht van vier dagen gemaakt vanuit Ayr, wat net ten zuiden van Townsville ligt, naar Cairns. Ik heb een zweeds stelletje (genaamd Elin en Johan) meegenomen in mijn auto en samen hebben we in vier dagen de watervallen en jungle ten zuiden en westen van Cairns verkend. Het was een mooie tocht. Ik heb nog nooit zoveel natuur en watervallen gezien. Dieren zoals de 'leaftailed gecko' (zie foto)
en de Wabi waren vooral bijzonder om te zien. Bijden zijn zeer zeldzaam en erg mooi.Ook hebben we veel plezier gehad in Paluma, een gat van een dorpje dat bovenop een kilometerhoge berg in de jungle ten noorden van Townsville ligt. De avond was aan het vallen en we hadden een plek nodig om te slapen. Er was een hotelachtige plek, maar op het bord stond 'No vacancy'. Toch was het onze laatste kans en ik belde aan om te vragen of ze misschien toch plek hadden.
De eigenaar van het hostel bleek een vreemde, half amerikaans-indiaanse hippie te zijn en hij had nog wel een plekje. Hij bleek normaal nooit mensen te laten slapen in zijn 'hotel', behalve als hij hun aura vond deugen. Mijn aura deugde gelukkig (het is blauw) en we kregen een prachtige kamer. Ook verkocht hij wijn voor $2.50 per fles, wat zeer goed spul bleek te zijn. We hebben de hele avond gedronken en gelachen met hem en zijn vrouw.
Maar goed, Cairns dus. Ik ga proberen hier of in Port Douglas, wat een uurtje ten noorden van Cairns ligt, een stageplek op een van de touristenboten te krijgen. Er hangen hier een paar advertenties die beloven je in 90 dagen op te leiden tot een meesterduiker in ruil voor harde arrebeid en een belachelijk slecht loontje. Ik wil graag leren duiken dus ik ben aan het rondneuzen bij de verschillende bedrijven.
Ik hou jullie op de hoogte!
Koffie
Wist je dat:
Koffiebonen eigenlijk uit bessen komen?
De koffieboom een subtropische plant is?
De koffieboom het best gedijdt op zo'n 700 meter boven zeeniveau?
De koffieboom een relatief droog klimaat prefereert?
Koffiebomen het hele jaar door bloeien?
De koffiebes van groen, naar geel, naar diep rood, naar zwart van kleur verandert?
Er om de koffieboon een dun, zoet vleeslaagje zit wanneer het uit de bes komt?
Een koffieboom in een jaar ongeveer een kilo koffie produceert?
Er twee verschillende soorten koffiebomen zijn; de Arabica en de Robusta?
De Robusta gebruikt wordt voor instantkoffie?
De koffieboon wordt uitgedroogt voordat hij wordt geroosterd?
De uitgedroogde koffieboon een groene teint heeft?
De koffieboon een redelijk hoge zuurgraad heeft?
De zuurgraad van de koffieboon lager wordt naarmate je hem langer roostert?
Tijdens het roosterproces de koffieboon tweemaal een krakend geluid maakt?
De kleurverandering tijdens het roosteren een caramelliseringsproces is?
Zuurstof en water vijand zijn van verse koffie?
De beste plek om verste koffie vers te bewaren de vriezer is?
Behalve helemaal high worden op alle gratis koffie in het koffiemuseum in Mareeba, wat ten westen van Cairns in de Tablelands ligt, heb ik bluikbaar ook wat geleerd.
Ik heb nog nooit zo hard lopen caffeinestuiteren.
Koffiebonen eigenlijk uit bessen komen?
De koffieboom een subtropische plant is?
De koffieboom het best gedijdt op zo'n 700 meter boven zeeniveau?
De koffieboom een relatief droog klimaat prefereert?
Koffiebomen het hele jaar door bloeien?
De koffiebes van groen, naar geel, naar diep rood, naar zwart van kleur verandert?
Er om de koffieboon een dun, zoet vleeslaagje zit wanneer het uit de bes komt?
Een koffieboom in een jaar ongeveer een kilo koffie produceert?
Er twee verschillende soorten koffiebomen zijn; de Arabica en de Robusta?
De Robusta gebruikt wordt voor instantkoffie?
De koffieboon wordt uitgedroogt voordat hij wordt geroosterd?
De uitgedroogde koffieboon een groene teint heeft?
De koffieboon een redelijk hoge zuurgraad heeft?
De zuurgraad van de koffieboon lager wordt naarmate je hem langer roostert?
Tijdens het roosterproces de koffieboon tweemaal een krakend geluid maakt?
De kleurverandering tijdens het roosteren een caramelliseringsproces is?
Zuurstof en water vijand zijn van verse koffie?
De beste plek om verste koffie vers te bewaren de vriezer is?
Behalve helemaal high worden op alle gratis koffie in het koffiemuseum in Mareeba, wat ten westen van Cairns in de Tablelands ligt, heb ik bluikbaar ook wat geleerd.
Ik heb nog nooit zo hard lopen caffeinestuiteren.
De foto's
Ik had echt gehoopt dat ik vandaag jullie zou kunnen verblijden met wat meer foto's. Ik heb er speciaal een dag voor uitgetrokken om, ten eerste, uit te rusten en, ten tweede, een internetcafe te vinden waar alle faciliteiten aanwezig zijn om foto's te 'posten', zoals dat heet in correct internetjargon.
Als je goed kijkt dan zul je zien dat ik er niet in geslaagd ben om mijn ongeevenaarde fotografietalenten met jullie te delen. Als het me wel was gelukt dan haden jullie een foto kunnen zien van de Wallaman waterval die wel 263 meter hoog is en met een gewelddadig gebulder in een poel valt die wel 20 meter diep is en omringt is door reusachtige rotsblokken die spekglad zijn. De enorme nevelwolk die vandaar omhoogstuift en de hele omgeving kletsnat maakt en omhult in een wiite mist kunnen jullie helaas ook niet zien.
Ook de jungle rond die waterval, waar ik prachtige foto's van heb, moeten jullie missen. Beelden van reusachtige bomen met vijgeplanten die zich om hun heen wikkelen en zo een gordijn van wortels creeeren. Of van de varens die groeien uit de dode bladeren die uit de hoge bomen op enorme rotsen vallen, waardoor ze op groteske hoofden met groen haar lijken. Of van lianen die, zo lijkt het, losjes in de bomen hangen, maar sterk genoeg zijn om meerdere mensen te dragen. Ze hangen helaas nooit los, dus ik heb nog geen goede tarzan-impressie kunnen maken. Al die beelden moeten jullie, vanwege de gebrekkige technologie, missen.
De foto die ik heb gemaakt van de Wabi die ik zeer toevallig wist te spotten in het regenwoud (Type 5b regenwoud voor degenen die hier een boodschap aan hebben) laat jullie nu dus niet zien hoe lang de staart van dit koddige beestje, ook wel 'tree-kangeroo' genoemd door de hoogst inventieve australiers, is.
Hoe de huwlijksceremonie, die werd gehouden voor de uiterst pittoreske Millaa Millaa waterval, er uit zag, zal ook een raadsel voor jullie, mijn arme lezers, blijven. De belachelijke zwart-gele pakjes van de kettingrokende bruidegom en zijn vrienden. De bruid in haar witte jurkje die statig op het 'daar-komt-de-bruid' muziekje aan komt lopen. De twijfel over de juiste posities in het modderige grasveldje voor die prachtige waterval. De blik op hun gezichten als de ceremonie onderbroken wordt door een tropische regnbui; Jullie hebben geen idee hoe dat er uit zag!
Excuses voor het ongemak.
Als je goed kijkt dan zul je zien dat ik er niet in geslaagd ben om mijn ongeevenaarde fotografietalenten met jullie te delen. Als het me wel was gelukt dan haden jullie een foto kunnen zien van de Wallaman waterval die wel 263 meter hoog is en met een gewelddadig gebulder in een poel valt die wel 20 meter diep is en omringt is door reusachtige rotsblokken die spekglad zijn. De enorme nevelwolk die vandaar omhoogstuift en de hele omgeving kletsnat maakt en omhult in een wiite mist kunnen jullie helaas ook niet zien.
Ook de jungle rond die waterval, waar ik prachtige foto's van heb, moeten jullie missen. Beelden van reusachtige bomen met vijgeplanten die zich om hun heen wikkelen en zo een gordijn van wortels creeeren. Of van de varens die groeien uit de dode bladeren die uit de hoge bomen op enorme rotsen vallen, waardoor ze op groteske hoofden met groen haar lijken. Of van lianen die, zo lijkt het, losjes in de bomen hangen, maar sterk genoeg zijn om meerdere mensen te dragen. Ze hangen helaas nooit los, dus ik heb nog geen goede tarzan-impressie kunnen maken. Al die beelden moeten jullie, vanwege de gebrekkige technologie, missen.
De foto die ik heb gemaakt van de Wabi die ik zeer toevallig wist te spotten in het regenwoud (Type 5b regenwoud voor degenen die hier een boodschap aan hebben) laat jullie nu dus niet zien hoe lang de staart van dit koddige beestje, ook wel 'tree-kangeroo' genoemd door de hoogst inventieve australiers, is.
Hoe de huwlijksceremonie, die werd gehouden voor de uiterst pittoreske Millaa Millaa waterval, er uit zag, zal ook een raadsel voor jullie, mijn arme lezers, blijven. De belachelijke zwart-gele pakjes van de kettingrokende bruidegom en zijn vrienden. De bruid in haar witte jurkje die statig op het 'daar-komt-de-bruid' muziekje aan komt lopen. De twijfel over de juiste posities in het modderige grasveldje voor die prachtige waterval. De blik op hun gezichten als de ceremonie onderbroken wordt door een tropische regnbui; Jullie hebben geen idee hoe dat er uit zag!
Excuses voor het ongemak.
Thursday, March 29, 2007
Arbeid adelt?
Ik zit op het moment in een stadje dat Ayr heet. Als je hier nog nooit van gehoord hebt; Dat is niet zo vreemd, want geen enkele reisgids heeft ook maar iets over dit stadje te vertellen. Er is dan ook niet heel veel te zien. Er is een theatertje waar, met geluk, elke week iets gebeurt en er is een bioscoop. Verder het gebruikelijke assortiment van cafeetjes en winkeltjes waar de gemiddelde backpacker niets te zoeken heeft. Wat ik hier doe? Tsja...
Ik was onderweg naar Townsville en de zon was al aan het dalen toen ik hier doorheen reed en mijn oog op een bord viel waar 'backpackers' op geschreven stond. Ik was moe en had genoeg van autorijden en zo kwam het dat ik daar een bed voor de avond vond. Deze 'backpackers' is niet een van de stereotype backpackers die ik tot nu toe heb gezien. Dit is een werk-backpackers. Als je geen geld meer hebt en nergens naartoe kan dan eindig je hier. De eigenaar staat in contact met de locale boeren en rekruteert vervolgens de geldbehoeftige reizigers voor werk.
Nu was ik slechts van plan om een avondje te slapen en dan weer verder te reizen, maar toen ik die avond gevraagd werd om in te vallen voor iemand die ziek was dacht ik: 'ach ja... werk is werk en geld is geld en ik heb de tijd dus waarom niet?'. Vandaag denkt mijn rug iets heel anders.
Gisterochtend om 6 uur werd ik in een busje geduwd en naar een boerderij gereden. De lucht was blauw en beloofde een heete dag. Een belofte die hij zou waarmaken. De boer aldaar legde ons uit wat voor werk we zouden doen: aubergines planten. Wat je doet is het volgende; Je pakt een tree met zo'n 200 jonge plantjes er in, gaat naast een lange, met plastic overtrokken laan staan, pakt een plantje, bukt voorover, gooit het in een gaatje en knijpt wat klei eroverheen. En dit de hele laan over. En dat 10 uur lang. Buk, plant, knijp. Buk, plant, knijp.
Je hoeft geen fysiotherapeut te zijn om te begrijpen dat na een tijdje deze bezigheid nogal een tol eist van je rug. Een duitse collega van mij anticipeerde dit door het zittend te doen. Dat doet geen pijn aan je rug, maar duurt wel twee keer zo lang. Toen de boer hier commentaar op gaf zei de duitser: "I can give you my energy, but I cannot give you my health, yes?". De boer vond dit geen bevredigende uitleg en begon te schelden op de duitser die zo gesteld op zijn gezondheid was. In ZIJN tijd ging alles twee keer zo snel. EIGENLIJK hadden we alles al met lunch gedaan moeten hebben.
Hij vertelde over vergane tijden waarin hij en zijn collega's wel 80 lanen op een dag gedaan kregen en dat nog voor lunch. Hoe de tijden veranderd zijn...
Ik moet zeggen dat, hoewel de boer een lompe.. ehm... boer was, ik ook niet blij was met de arbeidersethiek van mijn duitse collega. Hij werkte twee keer zo langzaam als de rest en we moesten toch echt blijven doorgaan tot de klus geklaard was. Ik weet nog steeds niet of ik hem moet bedanken voor het extra uurtje loon dat ik dankzij hem heb gekregen, of dat ik pissig moet zijn omdag mijn rug nog een extra uur heeft moeten verduren.
Ik heb er wel een afspraakje met een schattig, duits meisje aan overgehouden, dus het was al met al geen verloren dag. Maar ik neem nu wel een pijnstiller. Oef...!
Ik was onderweg naar Townsville en de zon was al aan het dalen toen ik hier doorheen reed en mijn oog op een bord viel waar 'backpackers' op geschreven stond. Ik was moe en had genoeg van autorijden en zo kwam het dat ik daar een bed voor de avond vond. Deze 'backpackers' is niet een van de stereotype backpackers die ik tot nu toe heb gezien. Dit is een werk-backpackers. Als je geen geld meer hebt en nergens naartoe kan dan eindig je hier. De eigenaar staat in contact met de locale boeren en rekruteert vervolgens de geldbehoeftige reizigers voor werk.
Nu was ik slechts van plan om een avondje te slapen en dan weer verder te reizen, maar toen ik die avond gevraagd werd om in te vallen voor iemand die ziek was dacht ik: 'ach ja... werk is werk en geld is geld en ik heb de tijd dus waarom niet?'. Vandaag denkt mijn rug iets heel anders.
Gisterochtend om 6 uur werd ik in een busje geduwd en naar een boerderij gereden. De lucht was blauw en beloofde een heete dag. Een belofte die hij zou waarmaken. De boer aldaar legde ons uit wat voor werk we zouden doen: aubergines planten. Wat je doet is het volgende; Je pakt een tree met zo'n 200 jonge plantjes er in, gaat naast een lange, met plastic overtrokken laan staan, pakt een plantje, bukt voorover, gooit het in een gaatje en knijpt wat klei eroverheen. En dit de hele laan over. En dat 10 uur lang. Buk, plant, knijp. Buk, plant, knijp.
Je hoeft geen fysiotherapeut te zijn om te begrijpen dat na een tijdje deze bezigheid nogal een tol eist van je rug. Een duitse collega van mij anticipeerde dit door het zittend te doen. Dat doet geen pijn aan je rug, maar duurt wel twee keer zo lang. Toen de boer hier commentaar op gaf zei de duitser: "I can give you my energy, but I cannot give you my health, yes?". De boer vond dit geen bevredigende uitleg en begon te schelden op de duitser die zo gesteld op zijn gezondheid was. In ZIJN tijd ging alles twee keer zo snel. EIGENLIJK hadden we alles al met lunch gedaan moeten hebben.
Hij vertelde over vergane tijden waarin hij en zijn collega's wel 80 lanen op een dag gedaan kregen en dat nog voor lunch. Hoe de tijden veranderd zijn...
Ik moet zeggen dat, hoewel de boer een lompe.. ehm... boer was, ik ook niet blij was met de arbeidersethiek van mijn duitse collega. Hij werkte twee keer zo langzaam als de rest en we moesten toch echt blijven doorgaan tot de klus geklaard was. Ik weet nog steeds niet of ik hem moet bedanken voor het extra uurtje loon dat ik dankzij hem heb gekregen, of dat ik pissig moet zijn omdag mijn rug nog een extra uur heeft moeten verduren.
Ik heb er wel een afspraakje met een schattig, duits meisje aan overgehouden, dus het was al met al geen verloren dag. Maar ik neem nu wel een pijnstiller. Oef...!
Friday, March 23, 2007
Blue suit en Bullshit
Voor degenen van jullie die weten wie Purno de Purno is, mooi zo! Denk aan Purno de Purno, maar dan in een blauw schaatspakkie. Voor degenen die geen idee hebben waar ik het over heb... ehm.... Denk aan de Blue Man group, maar dan zonder blauwgeverfde gezichten en zonder percussie-instrumenten. Kan je het je voorstellen?
Dan weet je hoe ik er gisteren uitzag ik mijn 'stingersuit'; Een elastieken pak dat je beschermen moet tegen kwallen. Kwallen zijn er hier in overvloed, sommigen zelfs dodelijk. De tourleider 'adviseerde' ons dan ook vriendelijk om zo'n pak te huren. Zijn advies ging ongeveer zo: 'Je HOEFT dit pak niet te huren, er is geen enkele druk hoor, echt niet, maar als je het niet doet ga je dood en wij varen verder'. Greg, mijn Canadese vriend voor de dag, was nogal recalcitrant en wilde er niet aan geloven.
Greg: So what if I don't want to wear the suit?
Touroperator: You got a Missus at home mate?
G: What?
T: Are you married?
G: No
T: You got a girlfriend?
G: No
T: So if you go out on a fridaynight and you pick up a girl, do you use protection?
G: If I say 'No' to that...?
Uiteindelijk wurmden we ons in deze pakkies en zagen er uit als onderwater Purno de Purnos. Een boot met zo'n 15 mensen, allemaal in die pakkies. We zagen er uit als een vrolijke groep idioten. Vooral toen we naar een strand zwommen om daar te BBQen en alle anderen daar een hoop interessante kleren (of niet) droegen, maar GEEN blauwe stingersuits. Dit ging gelukkig niet ten koste van de pret, want er is niets leuker dan je gezamenlijk belachelijk voelen. Of dan proberen duitste meisjes te versieren terwijl je zo uitgedost op het strand staat. "Ah... meine kleine geile Puppe! Wie gehts den?". Al met al geen succesformule, maar wel lollig (Ok.., je moest er bij zijn, zoals met zoveel dingen).
Waar het eigenlijk om ging: Snorkelen in het Great Barrier Reef, deden we op de tweede helft van de dag. Ik was bijna vergeten hoe wonderlijk de gekleurde onderwaterwereld van een koraalrif is. Murenen, felgekleurde vissen in lichtgroen, donkergroen met blauwe stippen, heldergele vissen met een ronde kop, maanvissen van een halve meter groot, blauw, zwart en rood in helder of pastel... En dan het koraal zelf: Hoornkoraal, tafelkoraal, breinkoraal, koraal zonder naam... De compositie van al deze vormen en kleuren met het warme water... Werkelijk een wereldwonder.
Waar ik dan ook echt allergisch voor ben zijn al die mensen (het zijn er veel) die durven teleurgesteld te zijn in het koraalrif omdat het iets minder helder was dan in 'Finding Nemo', of omdat ze niet die ene vis zagen die ze hadden willen zien. Hel en verdoemennis voor alle mensen die niet weten te waarderen wat recht voor hun neus is! Vervloekt zijn zij die half-verveeld diezelfde neus ophalen voor deze wonderlijke wereld! Als je zo iets 'normaal' of niet indrukwekkend vindt, dan is dit wel een heel erg saaie wereld! Moge ik nooit zo laconiek worden.
Ik heb dan ook besloten dat ik een baan moet vinden op een van de boten hier. Er zijn er vrij veel beschikbaar die uitbetalen in gratis verblijf en gratis duiken. Maar dan wel in Cairns. Ik heb dus maar besloten om de baan van chauffeur niet aan te nemen (zeker na het zien van het personeelsverblijf dat ranziger dan ranzig was) en mijn geluk te gaan beproeven in Cairns waar, zo gaan de geruchten, werk overvloedig is op de boten.
Ik zal dit heerlijke hostel wel moeten verlaten met de hangmatten en palmbomen en de verse muffins en mijn rasistische kamergenote uit Frans Guineua ('They're just letting all sorts in now!'), maar er zijn veel ergere dingen in de wereld.
Dan weet je hoe ik er gisteren uitzag ik mijn 'stingersuit'; Een elastieken pak dat je beschermen moet tegen kwallen. Kwallen zijn er hier in overvloed, sommigen zelfs dodelijk. De tourleider 'adviseerde' ons dan ook vriendelijk om zo'n pak te huren. Zijn advies ging ongeveer zo: 'Je HOEFT dit pak niet te huren, er is geen enkele druk hoor, echt niet, maar als je het niet doet ga je dood en wij varen verder'. Greg, mijn Canadese vriend voor de dag, was nogal recalcitrant en wilde er niet aan geloven.
Greg: So what if I don't want to wear the suit?
Touroperator: You got a Missus at home mate?
G: What?
T: Are you married?
G: No
T: You got a girlfriend?
G: No
T: So if you go out on a fridaynight and you pick up a girl, do you use protection?
G: If I say 'No' to that...?
Uiteindelijk wurmden we ons in deze pakkies en zagen er uit als onderwater Purno de Purnos. Een boot met zo'n 15 mensen, allemaal in die pakkies. We zagen er uit als een vrolijke groep idioten. Vooral toen we naar een strand zwommen om daar te BBQen en alle anderen daar een hoop interessante kleren (of niet) droegen, maar GEEN blauwe stingersuits. Dit ging gelukkig niet ten koste van de pret, want er is niets leuker dan je gezamenlijk belachelijk voelen. Of dan proberen duitste meisjes te versieren terwijl je zo uitgedost op het strand staat. "Ah... meine kleine geile Puppe! Wie gehts den?". Al met al geen succesformule, maar wel lollig (Ok.., je moest er bij zijn, zoals met zoveel dingen).
Waar het eigenlijk om ging: Snorkelen in het Great Barrier Reef, deden we op de tweede helft van de dag. Ik was bijna vergeten hoe wonderlijk de gekleurde onderwaterwereld van een koraalrif is. Murenen, felgekleurde vissen in lichtgroen, donkergroen met blauwe stippen, heldergele vissen met een ronde kop, maanvissen van een halve meter groot, blauw, zwart en rood in helder of pastel... En dan het koraal zelf: Hoornkoraal, tafelkoraal, breinkoraal, koraal zonder naam... De compositie van al deze vormen en kleuren met het warme water... Werkelijk een wereldwonder.
Waar ik dan ook echt allergisch voor ben zijn al die mensen (het zijn er veel) die durven teleurgesteld te zijn in het koraalrif omdat het iets minder helder was dan in 'Finding Nemo', of omdat ze niet die ene vis zagen die ze hadden willen zien. Hel en verdoemennis voor alle mensen die niet weten te waarderen wat recht voor hun neus is! Vervloekt zijn zij die half-verveeld diezelfde neus ophalen voor deze wonderlijke wereld! Als je zo iets 'normaal' of niet indrukwekkend vindt, dan is dit wel een heel erg saaie wereld! Moge ik nooit zo laconiek worden.
Ik heb dan ook besloten dat ik een baan moet vinden op een van de boten hier. Er zijn er vrij veel beschikbaar die uitbetalen in gratis verblijf en gratis duiken. Maar dan wel in Cairns. Ik heb dus maar besloten om de baan van chauffeur niet aan te nemen (zeker na het zien van het personeelsverblijf dat ranziger dan ranzig was) en mijn geluk te gaan beproeven in Cairns waar, zo gaan de geruchten, werk overvloedig is op de boten.
Ik zal dit heerlijke hostel wel moeten verlaten met de hangmatten en palmbomen en de verse muffins en mijn rasistische kamergenote uit Frans Guineua ('They're just letting all sorts in now!'), maar er zijn veel ergere dingen in de wereld.
Tuesday, March 20, 2007
Neus bericht
Daar zit ik dan.. in Airlie Beach.
DE plek om naar toe te gaan als je de Whitsundays wilt bezeilen. Nu wil ik natuurlijk niets liever, maar alles kost pecunia en in dat departement schiet ik iets te kort op het moment.
Maar gelukkig is de redding nabij! Ik heb een baantje gevonden in het hostel van mijn dromen. Waarom is dit het hostel van mijn dromen? Twee woorden: GRATIS ONTBIJT. Zes andere woorden om mijn punt duidelijker te maken: MET VERSGEBAKKEN MUFFINS EN VERSE ANANAS!
Het loon is abominabel, maar verblijf en ONTBIJT zijn gratis en ik zit in Airlie Beach, wat een zeer mooi plekkie is. Het werk is de nobele professie van shuttlebus-chauffeur. Dit hostel is net 2 kilometer buiten Airlie Beach, en dus hebben we een shuttlebusdienst. Honderd keer per dag rijdt er een busje in en uit Airlie Beach. Ik zal dat busje gaan chaufferen. De huidige bestuurster schijnt nogal slordig te zijn, dus zij gaat gewipt worden ten behoeve van ondergetekende.
Morgen spendeer ik mijn laatste zakcentjes aan een trip naar de Whitsundays. Daarna zit ik hier een tijdje.
Uw chauffeur:
Matthijs
DE plek om naar toe te gaan als je de Whitsundays wilt bezeilen. Nu wil ik natuurlijk niets liever, maar alles kost pecunia en in dat departement schiet ik iets te kort op het moment.
Maar gelukkig is de redding nabij! Ik heb een baantje gevonden in het hostel van mijn dromen. Waarom is dit het hostel van mijn dromen? Twee woorden: GRATIS ONTBIJT. Zes andere woorden om mijn punt duidelijker te maken: MET VERSGEBAKKEN MUFFINS EN VERSE ANANAS!
Het loon is abominabel, maar verblijf en ONTBIJT zijn gratis en ik zit in Airlie Beach, wat een zeer mooi plekkie is. Het werk is de nobele professie van shuttlebus-chauffeur. Dit hostel is net 2 kilometer buiten Airlie Beach, en dus hebben we een shuttlebusdienst. Honderd keer per dag rijdt er een busje in en uit Airlie Beach. Ik zal dat busje gaan chaufferen. De huidige bestuurster schijnt nogal slordig te zijn, dus zij gaat gewipt worden ten behoeve van ondergetekende.
Morgen spendeer ik mijn laatste zakcentjes aan een trip naar de Whitsundays. Daarna zit ik hier een tijdje.
Uw chauffeur:
Matthijs
Friday, March 16, 2007
the following message has been approved by the state of Queensland (the sunshine state)
Ik was enigzinds verbaasd toen ik, al rijdend over de A1 richting Mackay, een verkeersbord zag met Tired drivers crashzone next 10km en een plaatje van twee auto's die op elkaar in botsen er op. Was het de bedoeling dat vermoeide bestuurders hier op elkaar in reden? Was het een waarschuwing dat men in de komende 10 kilometer extra vermoeid was? Niet lang had ik om een plausibel antwoord te bedenken want een reusachtig bord schreeuwde om mijn aandacht.
SURVIVE THIS DRIVE!
Ehm... ok.... Dat was het plan ja. Was dit bord hier om mij te motiveren om niet suicidaal te rijden? Ik kreeg er niet bepaald een 'Tsjakka!-gevoel' van.
Het volgende, nog veel grotere, verkeersbord, maakte de boodschap duidelijk.
REST OR R.I.P. stond, op de achtergrond van een hoofdkussen, geschreven.
TIRED DRIVERS DIE was de boodschap van het volgende bord.
Break this drive, stay alive
Stop, Revive, Survive
Feeling sleepy? Take a rest!
Don't drive and sleep!
Blijkbaar is slaperigheid het grootste verkeersprobleem in Australie. Talloze verkeersborden met deze en soortgelijke berichten sieren de zijkant van de snelweg. Ik vraag me af hoe het komt dat men voor deze campagne geld voor heeft weten los te peuteren, maar dat een normaal verkeersbordensysteem waar je, bijvoorbeeld ,op zou kunnen navigeren, nog steeds in een verre toekomst ligt.
Tired drivers crashzone, next 70k
Ik gaap terwijl ik dit megalomane verkeersbord passeer.
SURVIVE THIS DRIVE!
Ehm... ok.... Dat was het plan ja. Was dit bord hier om mij te motiveren om niet suicidaal te rijden? Ik kreeg er niet bepaald een 'Tsjakka!-gevoel' van.
Het volgende, nog veel grotere, verkeersbord, maakte de boodschap duidelijk.
REST OR R.I.P. stond, op de achtergrond van een hoofdkussen, geschreven.
TIRED DRIVERS DIE was de boodschap van het volgende bord.
Break this drive, stay alive
Stop, Revive, Survive
Feeling sleepy? Take a rest!
Don't drive and sleep!
Blijkbaar is slaperigheid het grootste verkeersprobleem in Australie. Talloze verkeersborden met deze en soortgelijke berichten sieren de zijkant van de snelweg. Ik vraag me af hoe het komt dat men voor deze campagne geld voor heeft weten los te peuteren, maar dat een normaal verkeersbordensysteem waar je, bijvoorbeeld ,op zou kunnen navigeren, nog steeds in een verre toekomst ligt.
Tired drivers crashzone, next 70k
Ik gaap terwijl ik dit megalomane verkeersbord passeer.
Monday, March 12, 2007
Als we niet geholpen worden, komen we hier nooit meer weg
(lees eerst het verhaal hieronder en... excuses voor de grove taal. Ik doe dat jullie tere hartjes liever niet aan, maar geloof me..... ik heb VEEL erger moeten doorstaan vandaag)
Ik wordt om zes uur in de ochtend wakker door de opkomende zon. Een half uur lang probeer ik iemand aan te houden om me te helpen, zonder succes. De autodokter die gisteravond naar mijn auto heeft gekeken, heeft me verteld dat ik waarschijnlijk een kilometer zou kunnen rijden voordat mijn auto weer een uur zou moeten afkoelen. Een kilometer is meer dan geen kilometer. Ik start de auto. Na een halve minuut begint de temperatuurmeter op mijn dashbord gevaarlijk te stijgen. Bij de eerste de beste zijstraat sla ik af en parkeer ik. een paar honderd meter verder staat een huis.
Een takelwagen is onderweg. Ik heb een telefoontje kunnen plegen in het huis en het lokale takelbedrijf heeft me weten te vertellen dat ik over een uur een wagen kan verwachten en.... dat het me 165 dollar gaat kosten voor die rit alleen. Zo is het dan maar. Ik zit in mijn auto en lees een boek.
'Who'reye deeing 'ere?'. Een Oudere man in een fourwheel pickup parkeert naast me en, als ik me niet vergis, vraagt aan me wat ik hier doe. Ik leg mijn situatie uit en hij en zijn dochter(?) stappen uit. Ik zie dat hij geen voortanden meer heeft en zijn accent is bijna onmogenlijk te verstaan. Als ik hem vertel hoeveel de rit me gaat kosten roept hij: "Whoa! Fuck THEM cunts! Oi'll ge' yeh there for 20 bucks". Ik neem zijn aanbod aan. Met een touw maakt hij een takel en 2 minuten later zijn we onderweg naar de stad. Onderweg passeren we de takelwagen. Hij steekt zijn middelvinger uit het raam. Ik heb een grote grijns op mijn gezicht.
We parkeren bij een tankstation, waar hij een kijkje in mijn auto neemt. Mijn radiator blijkt letterlijk geexplodeert te zijn. Een groot stuk is er uit. Ik heb een nieuwe nodig. Ik vraag hoeveel me dat gaat kosten en hij zegt dat hij er wel een voor me in wil zetten omdat de mensen in de garage 'cunts' zijn die al mijn 'fucking' geld zullen afpakken.
We zijn onderweg naar een 'carwrecker'. Terwijl we onderweg zijn pakt hij de telefoon. Ik kan slechts de helft van het gesprek verstaan, maar ik hoor hem vragen naar 'bush' en ik weet inmiddels dat dat een soort wiet is. Als hij klaar is vraagt hij aan me of ik rook en ik weet waar de klepel hangt. Ik vertel dat ik uit amsterdam kom en hij en zijn dochter, waarvan ik begin te vermoeden dat ze helemaal zijn dochter niet is, beginnen triomfantelijk te lachen. Voor hun kom ik uit Nirvana. Ik stel mezelf op dit moment maar voor. Hij heet Mick en zij heet Mel. Hij vertelt me dat hij een paar auto's heeft staan die hij wil verkopen om de staat uit te verhuizen. Hij is een maand geleden opgepakt met een pond wiet en heeft 21.000 dollar moeten betalen aan de staat. Ik besef me, naarmate hij me meer verteld, dat ik met een drugsdealer in de auto zit.
Mick is hyperactief en fucking enthusiast over alles. Mel lacht alsof ze fucking stoned is. Het woord 'rednecks' is voor dit soort mensen uitgevonden. We komen aan bij de 'carwreck'. Het is een gigantische autokerkhof waar mensen onderdelen uit de auto's daar mogen slopen en voor weinig geld kunnen kopen. We slopen een radiator uit een oude Subaru ('let's get that cunt out of there') die er goed uit ziet. Het kost me 60 dollar.
Dan zijn we onderweg naar zijn huis waar we iets moeten ophalen. We passeren een bauwplaats vaar een stuck of tien bulldozers staan. Mel wijst ernaar en Mick en Mel beginnen hard te lachen. 'Yeah man, no fucker is camping there, I'm gonna fucking go there tonight!'. Hij wil er heen om de benzine te stelen. Ik begin wat nerveus te worden. Ik zit met een drugsdealer en dief in de auto en ik ben onderweg naar zijn huis. Maar ik ga maar gewoon mee met zijn grapjes en zing mee als hij, luidkeels meezingt met liedjes van een bandje dat uit de jaren 70 lijkt te komen en volgens mij de enige muziek die hij ooit luisterd.
Zijn huis staat midden in een stuk bush. Het is een huis op palen. Er staan een stuk of zes koeien in de schaduw. Mick begint nu helemaal te freaken. 'Fucking cunts fucking up my cars. Fuck off!!'. Als we uitstappen begint hij stenen te gooien naar de koeien om ze weg te jagen van de auto's die ook onder zijn huis staan. Mel loopt naar binnen 'Where is is!?' roept ze herhaaldelijk. 'I'm fucking you!' roept Mick terug. 'Fuck you!' antwoord Mel. Mick loopt naar binnen, komt naar buiten met een zat wiet, zegt 'lets go' en we rijden weg. Dan ziet hij dat de koeien weer onder zijn huis staan en hij draait de auto om en geeft gas. Scheldend en tierend rijdt hij op de koeien in. Hij rijdt achter ze aan en tegen ze aan totdat ze een flink eind zijn weggevlucht.
Op de terugweg begint Mick zwaar te kankeren op Mel en op vrouwen in het algemeen. Hij geeft me veel handige tips: 'Never Kiss em, then you just fall in love and they fuck you over'. Mel kent hij blijkbaar een paar weken, maar alles wat ze wil doen, zegt hij, is 'getting flogged' (stoned worden) en hij heeft genoeg van haar manipulatieve onzin. Als we weer bij mijn auto aankomen zit hij met een vriend aan de telefoon. 'I don't need that fucking cunt, she's just fucking me up, you can take her. She's getting on my nerves. I'm gonna put a fucking bullet through her head, no joking'.
Samen zetten we mijn nieuwe radiator in mijn auto. Hij is razend snel en effectief. Binnen tien minuten is mijn auto zo goed als nieuw. Ik bedank hem en bied hem 160 dollar aan voor de moeite, maar hij wil niet meer dan 80 dollar aannemen. Ik krijg zijn telefoonnummer en hij wenst me het beste.
Australische vriendelijkheid op zijn best.
Ik wordt om zes uur in de ochtend wakker door de opkomende zon. Een half uur lang probeer ik iemand aan te houden om me te helpen, zonder succes. De autodokter die gisteravond naar mijn auto heeft gekeken, heeft me verteld dat ik waarschijnlijk een kilometer zou kunnen rijden voordat mijn auto weer een uur zou moeten afkoelen. Een kilometer is meer dan geen kilometer. Ik start de auto. Na een halve minuut begint de temperatuurmeter op mijn dashbord gevaarlijk te stijgen. Bij de eerste de beste zijstraat sla ik af en parkeer ik. een paar honderd meter verder staat een huis.
Een takelwagen is onderweg. Ik heb een telefoontje kunnen plegen in het huis en het lokale takelbedrijf heeft me weten te vertellen dat ik over een uur een wagen kan verwachten en.... dat het me 165 dollar gaat kosten voor die rit alleen. Zo is het dan maar. Ik zit in mijn auto en lees een boek.
'Who'reye deeing 'ere?'. Een Oudere man in een fourwheel pickup parkeert naast me en, als ik me niet vergis, vraagt aan me wat ik hier doe. Ik leg mijn situatie uit en hij en zijn dochter(?) stappen uit. Ik zie dat hij geen voortanden meer heeft en zijn accent is bijna onmogenlijk te verstaan. Als ik hem vertel hoeveel de rit me gaat kosten roept hij: "Whoa! Fuck THEM cunts! Oi'll ge' yeh there for 20 bucks". Ik neem zijn aanbod aan. Met een touw maakt hij een takel en 2 minuten later zijn we onderweg naar de stad. Onderweg passeren we de takelwagen. Hij steekt zijn middelvinger uit het raam. Ik heb een grote grijns op mijn gezicht.
We parkeren bij een tankstation, waar hij een kijkje in mijn auto neemt. Mijn radiator blijkt letterlijk geexplodeert te zijn. Een groot stuk is er uit. Ik heb een nieuwe nodig. Ik vraag hoeveel me dat gaat kosten en hij zegt dat hij er wel een voor me in wil zetten omdat de mensen in de garage 'cunts' zijn die al mijn 'fucking' geld zullen afpakken.
We zijn onderweg naar een 'carwrecker'. Terwijl we onderweg zijn pakt hij de telefoon. Ik kan slechts de helft van het gesprek verstaan, maar ik hoor hem vragen naar 'bush' en ik weet inmiddels dat dat een soort wiet is. Als hij klaar is vraagt hij aan me of ik rook en ik weet waar de klepel hangt. Ik vertel dat ik uit amsterdam kom en hij en zijn dochter, waarvan ik begin te vermoeden dat ze helemaal zijn dochter niet is, beginnen triomfantelijk te lachen. Voor hun kom ik uit Nirvana. Ik stel mezelf op dit moment maar voor. Hij heet Mick en zij heet Mel. Hij vertelt me dat hij een paar auto's heeft staan die hij wil verkopen om de staat uit te verhuizen. Hij is een maand geleden opgepakt met een pond wiet en heeft 21.000 dollar moeten betalen aan de staat. Ik besef me, naarmate hij me meer verteld, dat ik met een drugsdealer in de auto zit.
Mick is hyperactief en fucking enthusiast over alles. Mel lacht alsof ze fucking stoned is. Het woord 'rednecks' is voor dit soort mensen uitgevonden. We komen aan bij de 'carwreck'. Het is een gigantische autokerkhof waar mensen onderdelen uit de auto's daar mogen slopen en voor weinig geld kunnen kopen. We slopen een radiator uit een oude Subaru ('let's get that cunt out of there') die er goed uit ziet. Het kost me 60 dollar.
Dan zijn we onderweg naar zijn huis waar we iets moeten ophalen. We passeren een bauwplaats vaar een stuck of tien bulldozers staan. Mel wijst ernaar en Mick en Mel beginnen hard te lachen. 'Yeah man, no fucker is camping there, I'm gonna fucking go there tonight!'. Hij wil er heen om de benzine te stelen. Ik begin wat nerveus te worden. Ik zit met een drugsdealer en dief in de auto en ik ben onderweg naar zijn huis. Maar ik ga maar gewoon mee met zijn grapjes en zing mee als hij, luidkeels meezingt met liedjes van een bandje dat uit de jaren 70 lijkt te komen en volgens mij de enige muziek die hij ooit luisterd.
Zijn huis staat midden in een stuk bush. Het is een huis op palen. Er staan een stuk of zes koeien in de schaduw. Mick begint nu helemaal te freaken. 'Fucking cunts fucking up my cars. Fuck off!!'. Als we uitstappen begint hij stenen te gooien naar de koeien om ze weg te jagen van de auto's die ook onder zijn huis staan. Mel loopt naar binnen 'Where is is!?' roept ze herhaaldelijk. 'I'm fucking you!' roept Mick terug. 'Fuck you!' antwoord Mel. Mick loopt naar binnen, komt naar buiten met een zat wiet, zegt 'lets go' en we rijden weg. Dan ziet hij dat de koeien weer onder zijn huis staan en hij draait de auto om en geeft gas. Scheldend en tierend rijdt hij op de koeien in. Hij rijdt achter ze aan en tegen ze aan totdat ze een flink eind zijn weggevlucht.
Op de terugweg begint Mick zwaar te kankeren op Mel en op vrouwen in het algemeen. Hij geeft me veel handige tips: 'Never Kiss em, then you just fall in love and they fuck you over'. Mel kent hij blijkbaar een paar weken, maar alles wat ze wil doen, zegt hij, is 'getting flogged' (stoned worden) en hij heeft genoeg van haar manipulatieve onzin. Als we weer bij mijn auto aankomen zit hij met een vriend aan de telefoon. 'I don't need that fucking cunt, she's just fucking me up, you can take her. She's getting on my nerves. I'm gonna put a fucking bullet through her head, no joking'.
Samen zetten we mijn nieuwe radiator in mijn auto. Hij is razend snel en effectief. Binnen tien minuten is mijn auto zo goed als nieuw. Ik bedank hem en bied hem 160 dollar aan voor de moeite, maar hij wil niet meer dan 80 dollar aannemen. Ik krijg zijn telefoonnummer en hij wenst me het beste.
Australische vriendelijkheid op zijn best.
Panne panne panne, pech pech pech
Gisteravond overkwam mij iets dat ik niet had verwacht. Ik was die ochtend weggereden uit Hervey Bay, van waauit ik een fantastische trip naar Fraser Island had genoten.
Ah..! Fraser Island.... Wat een ongehoord prachtig plekje is dat! Hemelsblauwe meren met spierwitte stranden, spectaculaire rotsformaties, ijskoude verswaterbeekjes, wilde honden (dingo's) en leguanen waren slechts een deel van het genot. Met een fourwheeldrive over het strand scheuren met 6 volslagen vreemdelingen en in de avonden veel te veel bier drinken en andere kampeerders lastigvallen waren het andere deel. Ik blijkt een genegenheid voor het engelse woordje 'cheers!' te hebben ontwikkeld, vandaag mijn bijnaam: Mr. Cheers. Het waren drie geweldige dagen geweest.
Maar goed..., gisteravond dus reed ik richting het noorden. Een heerlijk bluesconcert was te horen op de radio. De weg viel onder me weg terwijl ik over de mooiere dingen van het leven nadacht en gekke dingen aan het roepen was. (De auto is een van de laatste plaatsen in de wereld waar je nog ongestraft mag schreeuwen of andere vreemde geluiden mag maken.) De zon was reeds aan het afdalen en gaf de wolken een absurde kleur..... Een trilling, een geluid: 'Kpfffs!!'. Een witte straal waternevel spoot met een klap omhoog uit de rechterkant van mijn auto.
Het is nacht en ik lig in mijn auto. Het is heet als een sauna. Druppels zweet vallen van mijn neus alsof het een lekkende kraan is. Ik heb de lamp in mijn auto aangedaan en zo een horde insecten mijn auto ingelokt. Om verdere invasie tegen te gaan heb ik mijn ramen dichtgedraaid. Het wordt warmer en warmer. Ik sta in het gras naast de vluchtstrook van de A1; de snelweg die van Brisbane naar Cairns leidt. Ik ben hier 17 kilometer voor Buckhampton gestrand met een geexplodeerde radiator. Een vriendelijke Australier die mij met een rokende auto langs de weg kwam staan heeft zeer hulpvaardig deze diagnose gemaakt voordat hij weer verder reed. Ik heb een nieuwe radiator nodig en ik moet de stad in zien te komen. Hij wist me te vertellen dat me dit allemaal minstens 400 a 500 dollar gaat kosten.
Ik steek een anti-insect wierrookstok aan om de beestjes uit mijn auto te houden. Het lijkt te werken, hoewel de vliegende mieren nog niet onder de indruk zijn. Uiteindelijk doe ik de lamp maar gewoon uit, de radio aan en de ramen open. Ik luister naar een radioprogramma waarin existentiele filosofie uitgelegd wordt met een analyse van Cricket, Australie's mationale sport. De koplampen van voorbijsjeesende auto's verlichten af en toe mijn auto. De nachtinsecten maak een vreemd, knetterend geluid. Langzaam val ik in slaap.
Ah..! Fraser Island.... Wat een ongehoord prachtig plekje is dat! Hemelsblauwe meren met spierwitte stranden, spectaculaire rotsformaties, ijskoude verswaterbeekjes, wilde honden (dingo's) en leguanen waren slechts een deel van het genot. Met een fourwheeldrive over het strand scheuren met 6 volslagen vreemdelingen en in de avonden veel te veel bier drinken en andere kampeerders lastigvallen waren het andere deel. Ik blijkt een genegenheid voor het engelse woordje 'cheers!' te hebben ontwikkeld, vandaag mijn bijnaam: Mr. Cheers. Het waren drie geweldige dagen geweest.
Maar goed..., gisteravond dus reed ik richting het noorden. Een heerlijk bluesconcert was te horen op de radio. De weg viel onder me weg terwijl ik over de mooiere dingen van het leven nadacht en gekke dingen aan het roepen was. (De auto is een van de laatste plaatsen in de wereld waar je nog ongestraft mag schreeuwen of andere vreemde geluiden mag maken.) De zon was reeds aan het afdalen en gaf de wolken een absurde kleur..... Een trilling, een geluid: 'Kpfffs!!'. Een witte straal waternevel spoot met een klap omhoog uit de rechterkant van mijn auto.
Het is nacht en ik lig in mijn auto. Het is heet als een sauna. Druppels zweet vallen van mijn neus alsof het een lekkende kraan is. Ik heb de lamp in mijn auto aangedaan en zo een horde insecten mijn auto ingelokt. Om verdere invasie tegen te gaan heb ik mijn ramen dichtgedraaid. Het wordt warmer en warmer. Ik sta in het gras naast de vluchtstrook van de A1; de snelweg die van Brisbane naar Cairns leidt. Ik ben hier 17 kilometer voor Buckhampton gestrand met een geexplodeerde radiator. Een vriendelijke Australier die mij met een rokende auto langs de weg kwam staan heeft zeer hulpvaardig deze diagnose gemaakt voordat hij weer verder reed. Ik heb een nieuwe radiator nodig en ik moet de stad in zien te komen. Hij wist me te vertellen dat me dit allemaal minstens 400 a 500 dollar gaat kosten.
Ik steek een anti-insect wierrookstok aan om de beestjes uit mijn auto te houden. Het lijkt te werken, hoewel de vliegende mieren nog niet onder de indruk zijn. Uiteindelijk doe ik de lamp maar gewoon uit, de radio aan en de ramen open. Ik luister naar een radioprogramma waarin existentiele filosofie uitgelegd wordt met een analyse van Cricket, Australie's mationale sport. De koplampen van voorbijsjeesende auto's verlichten af en toe mijn auto. De nachtinsecten maak een vreemd, knetterend geluid. Langzaam val ik in slaap.
Subscribe to:
Posts (Atom)
