Wednesday, September 19, 2007

woorden

Vanacht werd ik geteisterd door irrelevante gedachten. Stoppen kan ik het niet. Nerveus denk ik door.

Taal. Daar dacht ik net aan. Woorden. Zeg een woord vaak genoeg en het begint belachelijk te klinken. De betekenis ebt weg en slechts de klank blijft over. Dan kom je er ineens acgter hoe gek het is dat we met zijn allen bepaalde keelklanken betekenis geven.. Want wat is een woord nou behalve een gezamelijke afspraak om dat geluid een betekenis, een beeld of kleur of gevoel mee te geven?

Hoe onnauwkeurig dit werkt kan makkelijk worden aangetoond. Denk aan een tuin. Sluit nu even de ogen en denk aan een tuin. Ziet u het voor u? Hoe zag het er uit? Was het uw achtertuin waar u aan dacht? Of de tuin van uw grootvader met dan onberispelijke gazon? Of was het een soort fantasietuin met de meest mooie lentebloesems en zoemende bijen? Wat u ook zag, het was een uiters persoonlijke voorstelling. Een voorstelling die niet met die van vrienden of zelfs naatste familie zal overeenkomen. Iedereen creëert een ander beeld als hij over een tuin denk en toch... Toch gebruiken we allemaal dit woord elke dag opnieuw en zélfs met al die uiteenlopende, individuele definities die bestaan, lijken we elkaar te begrijpen als we het over een tuin hebben. We weten wat een tuin is.

Wat is dat dan?
Zijn het de bloemen en de planten, met zorg en liedfe geplant, die een tuin maken? Is het de aarde waarin ze wortel schieten? Zijn het de wormen die in de aarde rondwurmen en haar zo van zuurstof voorzien? Is het het gazon? De bijtjes of de heg? Of..., zijn het al deze begrippen samen die een tuin maken? Zonder plant of aarde heb je toch zeker geen tuin? Nee. Een tuin heeft al deze componenten nodig om zichzelf te definiëren.

Wat voor waarde heeft het begrip 'tuin' eigenlijk nog als het al die componenten nodig heeft om te zijn? Laat me het uitleggen: Al die aarde en planten en wormen in de grond en het gazon en die heg... Al die dingen maken samen een tuin. Maar andersom werkt dat niet! En tuin maakt geen plant, gras of worm. Het is slechts een verzamelnaam van al die dingen. Toch behandelen we het als een ding, een entiteit op zich. Zo hebben we eigenlijk iets nieuw gecreëert.

Dit moet. De mens moet werken met deze voorstellingen, met deze eigenlijk niet bestaande entiteiten. De tuin is een zelfgemaakt ding, een illusie. In feite is er slechts aarde, wat planten, het gazon en de heg. Losstaande dingen die wij samen 'tuin' noemen. Zo is elk woord slechts een vagelijk omlijnd iets. Een zelfgemaakt ding dat in feite niet bestaat. Ook de aarde, de planten, het gazon en de heg zijn slechts beelden die we in deze keelklanken gegoten hebben. Algemene benamingen in een specifieke wereld. Met deze met betekenis bezwangerde klanken, vormen en benoemen we de wereld om ons heen.

Zo creëert de taal een illusoire wereld voor mensen. Een wereld die we nodig hebben om dat wat buiten die illusie ligt te raken. Taal is ons hulpmiddel hiervoor. Het is het belangrijkste stuk gereedschap in de gereedschapskist van de mens.

Monday, August 6, 2007

Ik kom naar huis

Geveld door ziekte kom ik woensdag naar huis op advies van de dokter. Ik had mijn vlucht naar China al gemist en om alsnog te gaan zou onverstandig en onhandig zijn. De dokter heeft er tegen geadviseerd, dus ik besluit maar eens om verstandig te doen. Mijn zwervingen zijn op een einde gelopen. Morgen heb ik nog een laatste dag om te winkelen in Bangkok en dan stap ik even na middernacht op het vliegtuig.

Ik had niet zo willen thuiskomen, maar nu ik de stal ruik, ben ik er stiekum ook wel blij om. Bruine boterhammen met kaas of gekookte worst, bier in 'De Spuyt', een warm bad, hetzelfde bed voor langer dan een week. En fietsen door Amsterdam, die mooie stad.

Ik kom er aan

Friday, July 27, 2007

Ko Phangan

Wacht op een vallende kokosnoot
Wiegend fruit in de zon
Water gutst het strand op en
Uit mijn oksel
Slome plakkerigheid die niet vies is
Een biertje
Of niet
Of toch
Het maakt ook niet uit eigenlijk
Warme wind kietelt het gezicht in een glimlach

Dit eiland is decadente vakantie in een hangmat.
Ko Phangan.

Een beetje duiken, een beetje luieren, een beetje zwemmen, een beetje rondsjeezen op de scooter, een beetje dutten, een beetje drinken, een beetje poolen, een been zonnen, een beetje lezen, een beetje schrijven, een beetje dit, een beetje nog meer dit omdat het wel leuk wat, een beetje dat. Een beetje van alles wat, maar vooral niet te veel.

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.

Er woont een filosoofje in mijn hoofd. Iemand die alles wat ik zie in een gedachtenmaalstroom gooit, er in roert en er af en toe iets uit vist. Soms zit ik stil, staar naar een punt en denk na. Gewoon denken kan heerlijk zijn, zeker met een filosoofje in je hoofd. Want dat filosoofje kan een of ander idee in die maalstroom gooien en, als verf in water, neemt het geheel dan de kleur van dat idee aan.

Ga een op een terrasje zitten, kijk om je heen naar al die mensen die van een drankje genieten of die druk met elkaar in gesprel zijn. Kijk naar de rondrennende obers. Zie ze zweten. En dank dan: 'pikorde'. Neem eens de tijd om te kijken naar de sociale hierarchie. Elke groep heeft er een. Leun terug in je stoel en laat je ogen het werk doen. Zie je nu wie het alfa-mannetje is in elke groep? Wie is er dominant, wie niet en wie wil het zijn? Kijk naar de gebaren van groepen die met elkaar in gesprek zijn. Wat eerst gewoon een geanimeerd gesprek tussen twee vrienden is, is plotseling een machtstrijd om de dominante positie in de groep. Na twee minuten druipt er een af en haalt de drankjes.

Gooi er nog een blik doorheen en ga op zoek naar Pavlof-reacties. Kijk! Zag je dat? Hoe die jongen daar over zijn lippen likte toen de ober met een tree bier voorbij liep? En die groep luidruchtige jongens daar? Ik plens een blik baltsgedrag door mijn gedachtenstroom en zie nu alles in dit licht. Het is een schreeuw naar aandacht. "Kijk naar mij dames! Kijk!". Elke blik en beweging die ik hier zie krijgt zo een andere betekenis. Het hele terras is zo veranderd in een groep apen.

Wat een lol is er te beleven met dit soort verfmengen. Ik geef de wereld de ene kleur na de andere. De kunst is om op tijd op te houden. Anders wordt alles bruin.

Thursday, July 19, 2007

Happy Happy, Same Same

Het smerige Bangkok ontvlucht naar een beter oord: Krabi!
Wat een landschap! Stijle rotbergen doemen op om elke hoek. De tropische planten kleven er aan vast als mos op een steen, maar dan duizenden malen groter. Het ziet er onwaarschijnlijk uit allemaal. Om vanuit een betonnen jungle in een echte te komen is een verademing. Alleen al de lucht, de frisse lucht! Wat een luxe, wat een plezier! Om gewoon in te kunnen ademen zonder een hap uitlaatgas binnen te krijgen! Om de natuur in zijn eigen element te zien! Wat een paradijs is het hier ineens!

Er is hier heel veel te zien en te doen. De eerste dag hebben we een wandelingetje gemaakt en werden we begroet door de locale junglebewonders. We dachten dat ze aangetrokken werden door onze charmante uitstraling, maar al snel bleek dat het ze alleen om de verzameling tropische vruchtjes die we gekocht hadden te doen was.


Tycho kon het helemaal goed met ze vinden. Het was weinig gescheeld of hij had nu een nieuwe familie gevonden in een boom aan het prachtige strand van Pralay Beach.


De laatste paar dagen hebben we de duik genomen in de woelige wateren van Krabi. De tropische zee van Zuid-Thailand verkend met duikuitrusting aan. Ik heb het eerder gezegd en ik zal het nog een keer zeggen: Duiken is fenomenaal! Dat compleet onmenselijke ecosysteem van felle kleuren en vreemde vormen blijft de zintuigen prikkelen. We hebben steenvissen en leeuwvissen gezien op een achtergrond van een assortiment zachte koralen. Het gele, vierkante boxvisje probeerde zich tevergeefs te verstoppen voor ons spiedend oog. En Tycho heeft zelf een zwart-wit gestreepte zeeslang en een reuzen-murene mogen aanschouwen (en ik dus, potverdomme, niet). Ik zit nu rozig van zon en zilt achter het scherm dit verhaaltje te typen.

We zullen hier nog wel een paar daagjes zitten aan het strand hier. Ik wordt er zeer 'Happy Happy' van.

Friday, July 13, 2007

Cambodia

En we zijn weer terug in Bangkok. Vermoeid, dat zeker, maar ook een hoop ervaringen rijker. Wat is Cambodia een mooi land zeg. Het is moeilijk te geloven dat er niet lang geleden 3 miljoen mensen zijn gedood tijdens het Pol Pot regime, zo prachtig is het land en zo vriendelijk de mensen. Het enige wat wij er van gezien hebben is een toren van bijna 9000 menselijke schedels die zijn opgegraven in de slachtvelden buiten Phnom Penh. Daar werden gevangenen naartoe gebracht om gedood te worden. Veelal met knuppels en bijlen om kogels uit te sparen. Een gewelddadige geschiedenis dus...

In retrospect was het dus ook niet helemaal gepast dat we voor die slachtvelden te bekijken naar een schietbaan zijn geweest om daar met een AK47 (ook wel bekend als de kalashnikof) te schieten. Wat een geweld zit er in zo'n geweer. Dat had ik nooit gedacht. De klap die het geeft als je zo'n kogel schiet. De kracht van de terugslag... Ik had nog nooit met een vuurwapen geschoten, dus mijn enige referentiekader waren de vele films waarin over het scherm heen geknalt wordt. Die doen de realiteit geen recht aan.

De echte attractie van Cambodia was, natuurlijk, Ankor Wat. Dat is een reusachtige Hindu-buddistische tempel (het grootste religieuze gebouw ter wereld zelfs) die in de jungle in het noorden van Cambodia staat. Van De 9e tot de 14e eeuw hebben de Khmer (de cambodianen) zo'n beetje heel Zuid-Oost Azie geregeerd. Grote koningen en veroveraars hebben altijd de neiging om megalomane tempels te bouwen en ook de Khmer waren geen uitzondering op deze regel. Honderden tempels van Zware, zandstenen blokken liggen verspreid door de jungle. Sommigen half opgegeten door de tropische planten en bomen, wat een unieke uitstraling geeft. Zo zijn we in 'The Green Temple' geweest, die helemaal overgroeid is. In die tempel zijn vele films zoals de kwaliteisfilm 'Tombraider', gefilmt. Dikke wortels die over eeuwenoude reliefen heen groeien en langzaam de stenen muren kapotpeuteren... Het ziet er uit zoals in fantasiefilms en stripboeken.

We hebben ons door twee cambodiaanse jongens op scooters laten rondsjeezen van tempel naar tempel naar dorpje. De warme, tropische lucht op ons voorhoofd (inmiddels zwaar verbrand) en het voorbijsnellende, groene landschap waren al een ervaring op zich. Het is een goeie manier om het land te zien. De rijstvelden. De bruine rivieren waar kinderen in badderen. De 'benzinestations' waar flessen whiskey met diesel staan uitgestald. De armoede tegenover de rijkdom van het land. En dan de eeuwenoude cultuur die zijn stempel op het land gezet heeft. Cambodia is een speciaal land.

Saturday, July 7, 2007

Bangkok

Het is een reusachtige stad. De grootste stad waar ik ooit geweest ben zelfs. 10 millioen mensen wonen in deze monsterlijke, rokerige, grijze stad. Het eerste wat je opvalt in Bangkok is het verkeer. Eigenlijk zou je er een nieuw woord voor moeten bedenken. Verkeer doet het geen recht aan. Het is meer dan dat. Het is een eindeloos geweld van motoren en dieseldamp. Het lawaai constant aanwezig. De tuk tukjes (open taxitjes op 3 wielen) brommen luid. De bussen bulderen. Hordes scooters staan paraat voor het stoplicht om, zodra het op groen springt, voor de langzamere automassa uit te te racen. Het is onvergelijkbaar met...., tsja... Ik heb dus niets om het mee te vergelijken.

En dan de geuren. Op de hoek van elke straat vliegt je weer een nieuwe geur tegemoed. De smok is natuurlijk een constante en overal aanwezig. De zware, grijze geur van de dampen van de duizenden auto's en scooters en bussen hangt overal. Maar overal zijn kleine stalletjes waar fruit wordt verkocht, of limonade, of kip of vis of wat dan ook. De kwaliteit van deze producten is een gok, maar het ziet er vaak heel exotisch uit. De tropische vruchten die vakkundig in stukjes worden gehakt. De grote wok-pannen waar het varkensvlees in geroosterd wordt. En al die geuren vliegen door elkaar heen onder de grijze gebouwen die gedrapeerd zijn onder electriciteitskabels.

Drie dagen geleden heb ik Tycho van het vliegveld opgehaald. Het was fantastisch om hem weer te zien. Ik was haast vergeten wat voor een humor we samen hebben. Het was een goed wederzien met veel gulle lachsalvo's. We zijn gaan eten in het hoogste gebouw in Bangkok. Het uitzicht daar was fenomenaal. De lichtjes, de snelwegen en de auto's die meer stilstaan dan rijden. Het zag er onwerkelijk uit van zo hoog. En zelfs vanaf die hoogte konden we het einde niet zien, zo groot is deze stad.

Morgen ontsnappen we uit deze betonnen wereld vol verkeer en drukte. Dan vliegen we naar Cambodia om daar An Kor Wat, een 800 jaar oude tempelstad in de Cambodiaanse jungle, te bezichtigen. Het belooft spectaculair te worden, hoewel we gewaarschuwd zijn om niet 's avonds over straat te gaan. Als we na Cambodia nog leven horen jullie het.

Tycho:

Wat een eer! Na maandenlang deze blog nauwlettend gevolgd te hebben mag ik er zelf iets op schrijven. Ik voel me een beetje als een onbekwame murenbekladder die zijn tag plaatst naast het werk van de graffitimeester. We zitten hier met zijn drietjes te schuilen voor de regen, bij de Bangkokse kunstuniversiteit. Gedrieen, want onze gastvrouwe, Kaew, zit hier ook. Onder het genot van het regengetokkel en een draadloze internetconnectie zijn we aan het babbelen over zeer diepzinnige onderwerpen, zoals Nederland, poffertjes en het menselijk lichaam.

Voordat we ons hier neerstreken, hebben Matthijs en ik een zeer leuke rondleiding van een zeer kleine en zeer vinnige Thaise madam gekregen in een enorm tempel complex. Wisten jullie al dat op Buddhistische afbeeldingen de demonen slechte en de apen!! goede mensen voorstellen? Nee? Nu wel. Overigens zijn de apen te herkennen aan hun blote voetjes. Naast dit type van kennis hebben we vele onuitspreekbare namen van oude koningen geleerd inclusief de jaartallen van hun heerschap.

Nog een wapenfeitje. Ik weet niet of iemand van jullie bloglezers wel is de eer heeft gehad met Matthijs in 1 bed te slapen, maar ondanks de enorme afmeting van het bed, is het iedere keer weer een enorme verassing wat voor capriolen sommige mensen in hun slaap uit kunnen halen. Schoppen, stoten, snelle draaien, wijdbeens, dan weer ineengedoken en een ademhalingsritme als een astmapatient met een rietje door de strot zijn slechts enkele van de ongemakken die ik moet verduren. Maar geen zorgen, ik heb het er voor over hoor!